Nieuwsbrief Ontvang gratis de Gemeente.nu nieuwsbrief schrijf je in

3796 bekeken 3 reactieslaatste update:20 jan 2016

Digitale noodkreet uit Kanaleneiland

Fatouch Chanaat
Om ouderen, laaggeletterden en laagopgeleiden niet het digitale doolhof in te sturen zijn drie voorzieningen nodig.

Column - Fatouch Chanaat

De stichting Al Amal is een voorbeeld van een organisatie die met twee benen in de samenleving staat.  Al Amal medewerkers worden dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van de digitalisering van het diensten- en informatieaanbod. In het kader van de week van de alfabetisering staat Fatouch Chanaat,  Bestuursvoorzitter van de Stichting Al Amal, stil bij de directe gevolgen van Digitaal 2017 voor laagopgeleide migranten, laaggeletterden en grote groepen ouderen.

Een touchscreen telefoontje, een ipad …..  ik kan niet meer zonder! Al zie ik soms verbazing in sommige ogen als ik met mijn lange jilbab(jurk) en hoofddoek mijn ipad uit mijn tas haal om wat te notuleren en of wat op te zoeken op het internet.

Als jonge Marokkaanse vrouw heb ik het geluk dat ik goed geschoold ben en graag met de digitale ontwikkelingen meega. Maar ik zie wel dagelijks de last die mensen ondervinden van al het gedigitaliseer van overheid, bedrijven en organisaties. Je kunt het zo gek niet bedenken of het moet nu via internet.

Digitaal 2017
Er is door de overheid veel geïnvesteerd in het bestrijden van alle vormen van uitsluiting, maar tegelijkertijd lijkt via Digitaal 2017 om een nieuwe vorm van uitsluiting te worden gecreëerd, namelijk die van digitale uitsluiting. Een enorm grote groep, die niet alleen bestaat uit analfabete allochtonen, maar ook uit autochtone groepen, zoals ouderen en laaggeletterden dreigt hier het slachtoffer van te worden.

Enkele voorbeelden die ik dagelijks in mijn werk tegen kom:

  • Ouderen die in hun eigen buurt hun geldzaken niet meer contant bij de bank kunnen regelen, omdat veel buurtfilialen van banken zijn gesloten. Alles moet via internet, maar ze weten niet hoe!
  • Veel ouders hebben geen inzage meer in de roosters en vakken van hun kinderen omdat de meeste scholen werken met een online magister. Ouders wordt gevraagd dagelijks een kijkje te nemen of er geen tussenuren zijn en wanneer het kind eventueel vrij is.
  • Loonstrookjes worden digitaal verstuurd. Aanvullende uitkering ontvang je bij het overleggen van je loonstrook. Dagelijks komen mensen naar ons toe omdat ze geen email hebben of met de vraag of we het loonstrookje willen printen omdat ze niet weten hoe ze het moeten opvragen/downloaden.
  • Steeds meer hulpinstanties vragen van nieuwe cliënten zich digitaal aan te melden en afspraken digitaal te maken. De meeste van onze cliënten kunnen dit niet zonder hulp. Hoe hoog kan de drempel worden vraag ik mij soms af?

 

Ik maak me geen zorgen om mijzelf, maar ik maak me zorgen om de gezinnen waarvan de ouders analfabeet zijn; ouderen, die geen eigen netwerk hebben en niet meer zelfstandig hun administratie kunnen regelen; zorggezinnen, die alleen maar bezig zijn met overleven, en niet de mogelijkheden hebben tijd/geld te Investeren om nieuwe digitale vaardigheden te verwerven. En daar hebben we er in Kanaleneiland heel veel van!

Mijn advies is daarom om niet te snel vooruit te lopen, maar eerst oplossingen te zoeken voor de mensen die niet de vereiste digitale vaardigheden hebben. En laten we ervoor zorgen dat iedereen minstens het alfabet kan. Al is het alleen maar tot de letter W van www...

Voorzieningen
Om ouderen, laaggeletterden en laagopgeleide migranten, die moeilijk of niet uit de voeten kunnen met het internet niet in de problemen te laten komen, moeten volgens mij de volgende voorzieningen worden getroffen:

  • Zij moeten terecht kunnen bij bibliotheken en andere digitale lokale (wijk)servicepunten, waar ze hulp kunnen krijgen bij hun internetgebruik.
  • Er moeten meer digitale oefenmaterialen op het niveau van deze doelgroep worden ontwikkeld om essentiële taal- en andere basisvaardigheden te oefenen. Deze kunnen breed, waar nodig ondersteund, via Oefenen.nl (www.oefenen.nl) en deze digitale lokale  (wijk) servicepunten worden aangeboden.
  • Traditionele kanalen moeten voorlopig  beschikbaar blijven, waarbij vooral op de (menselijke) telefoon moet worden ingezet omdat dat het voorkeurskanaal is van de mensen die digitaal minder goed uit de voeten kunnen.

Kortom, Digitaal 2017 moet worden gericht op een optimale toegankelijkheid voor alle groepen anders komen  Kanaleneiland en veel andere stadswijken digitaal onder water  te staan!

Fatouch Chanaat is vertrouwenspersoon en bestuursvoorzitter Stichting Al Amal

Dit is de derde van een reeks columns in het kader van de Week van de Alfabetisering. Behalve lezen en schrijven behoren ook digitale vaardigheden tot de basisvaardigheden die tegenwoordig nodig zijn  om mee te komen in de maatschappij. 

Minister Plasterk wil dat de overheid in 2017 alleen nog maar digitaal communiceert met burgers. Hij maakt daarvoor op dit moment een ‘roadmap’, die de basis wordt van het digitale gezicht van de overheid naar de burger toe.

3 reacties

  • c smiesing

    Goed punt. Ik denk inderdaad dat de beleidsmakers iets teveel zichzelf als referentie gebruiken.

  • caser

    Beste Fatouch,

    De overheid waarnaar je verwijst gaat al jaren 'gestaag' mee met innovaties. De inzet van online toepassingen of communicatiekanalen zijn daarvan een goed voorbeeld. Het mag ook gezegd worden dat de overheid daarin zeker niet altijd voorop loopt en vaak een langzame volger is.

    Waarin de overheid daarbij wel weer voorop loopt is laagdrempeligheid, bijvoorbeeld door gebruik van richtlijnen uit het waarmerk drempelvrij. Ook het schrijfniveau krijgt veel aandacht, teksten worden ook voor 'gewone' mensen leesbaar geschreven.

    De groep analfabete allochtonen en autochtonen, ouderen en laaggeletterden die je benoemd krijgt nu direct het stempel 'slachtoffer'. Alsof zij volkomen buiten hun eigen schuld worden geconfronteerd met 'onrecht' aangedaan door de grote boze overheid.

    Dat is echter een verkeerde voorstelling van zake. Net zoals de telefoon, de televisie, de auto en de Fax ooit erg vernieuwend waren geld dat nu voor het gebruik van online. Een volkomen 'normale' gang van zaken, ik neem aan dat het niet jou bedoeling is om die ontwikkeling tegen te houden.
    Maar wie is er dan voor verantwoordelijk dat iedereen meekomt met die nieuwe ontwikkelingen?

    Antwoord daarop is heel simpel, dat zijn de mensen zelf. Het is absoluut niet vanzelfsprekend dat 'de overheid' voor de oplossing van elk probleem moet zorgen. Zeker niet als het om een inmiddels doodnormale toepassing op het meest gebruikte medium ter wereld is.

  • Ed Klute

    De kernvraag is inderdaad, wie is er verantwoordelijk dat iedereen meekomt in de nieuwe ontwikkelingen. Het antwoord is daarbij niet simpel de mensen zelf. Natuurlijk heeft iedereen zelf een verantwoordelijkheid, maar grote groepen hebben ook hulp nodig om deze verantwoordelijkheid (deels) zelf te nemen. In de visiebrief Digitaal 2017 wordt gerefereerd aan het beleid in Denemarken.
    Denemarken gaat echter uit van: ‘digitaal, tenzij’. Mensen die moeilijk of niet uit de voeten kunnen met het digitale kanaal kunnen terecht bij de bibliotheken en de lokale servicepunten van de gemeenten. Daarnaast is er
    een telefonische helpdesk voor mensen die tegen een probleem aanlopen
    op borger.dk. De traditionele kanalen blijven overigens beschikbaar,
    waarbij vooral op de telefoon wordt ingezet omdat dat het voorkeurskanaal
    is van de burger die digitaal minder goed uit de voeten kan. Het gebruik van borger.dk ligt nu al boven de streefcijfers en het wordt algemeen (ook door burgers en belangengroepen) als een succes gezien. Wat zijn hier de succesfactoren? In de eerste plaats wordt er al vanaf de eeuwwisseling een gezamenlijke e-strategie gevoerd van de nationale overheid, de regionale en lokale overheden. Die strategie verbindt de doelstelling voor het verbeteren
    van de dienstverlening aan burgers en ondernemers met het verbeteren
    van de samenwerking tussen overheden om uitvoeringskosten te besparen.

Of registreer je om te kunnen reageren.