'Goed sociaal beleid ontwikkelen is lastig'
25-02 2010 | 11:22De FNV nam 196 gemeenten onder de loep. Hengelo eindigde in de top drie, West Maas en Waal kwam een stuk minder uit de bus. 'We zien geen redenen om ons sociale beleid aan te passen'.
Voor het onderzoek keek de FNV via de Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg naar uiteenlopende aspecten van het sociale beleid. Van de wachttijd bij een uitkering en het tarief in de thuiszorg tot duurzaam inkopen en het definitief aan een baan helpen van mensen in de bijstand: voor allerlei onderdelen konden de gemeenten punten scoren. Hengelo behaalde 70 punten, West Maas en Waal 20.
| Gemeente | Hengelo | West Maas en Waal |
| Provincie | Overijssel | Gelderland |
| Inwoners | 80.800 | 18.400 |
| Oppervlakte | 62 m2 | 85 km2 |
| Burgemeester | Frank Kerckhaert | Thomas Steenkamp |
| Aan het woord | Wethouder Bert Otten | Wethouder Bert van Swam |
1. Komt de klassering in het FNV-onderzoek als een verrassing?
Otten: 'We zijn om te beginnen heel trots op onze prestaties want we hebben er veel werk voor verzet. Het goede resultaat in dit onderzoek komt niet als een complete verrassing, want uit benchmarks bleek eerder al dat we het goed doen op de terreinen werk en inkomen. Het mooie aan dit onderzoek is dat niet alleen is gekeken naar werk en inkomen, maar dat ook zorg is meegenomen. Het participatiebeleid is veel breder dan alleen het minimabeleid.'
Van Swam: 'Ja, absoluut. We werken al jaren hard aan ons sociale beleid. Omdat onze gemeente te klein is om alles zelfstandig te doen, laten we meerdere onderdelen uitvoeren door buurgemeente Tiel. We hebben ons sociale beleid daarom grotendeels afgestemd op het beleid van Tiel. Tiel kwam onlangs heel goed uit een onderzoek van het Nibud, de gemeente ontving een pluim voor het sociale beleid. Omdat ons sociale beleid hier weinig van afwijkt, vind ik het matige resultaat in het FNV-onderzoek heel verrassend.'
2. Hoe ingewikkeld is het om een goed sociaal vangnet op te zetten voor mensen die in financiële problemen verkeren?
Otten: 'Het is sowieso niet eenvoudig, maar door de crisis is het nu nog lastiger. De werkloosheid is toegenomen en er zijn veel meer mensen met schulden, dit vergt extra aandacht en maatregelen. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld altijd een steuntje in de rug nodig om te voorkomen dat van de arbeidsmarkt afglijden. Het bieden van duurzame lange termijn-oplossingen zie ik als de grootste uitdaging voor de toekomst. Je moet mensen niet alleen snel aan een baan helpen, maar ze ook aan het werk houden.'
Van Swam: 'Het is heel moeilijk. Ten eerste heb je als gemeente maar een beperkt aantal middelen om in te zetten, ten tweede word je geconfronteerd met een bevolking die het liefste alles zelf wil oplossen. Mensen willen niet worden gezien als iemand die zijn handje bij de gemeente ophoudt. Dit maakt het erg lastig om het probleem te bestrijden. Er zijn nog veel mensen die geen gebruikmaken van onze regelingen terwijl ze er wel recht op hebben. Die moeten we zien te bereiken, want we willen het maximale resultaat.'
3. Waarmee heeft u de beste resultaten behaald?
Otten: 'Onze kracht ligt in het combineren van de verschillende beleidsterreinen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat we op alle terreinen een goede score halen. Als ik er toch iets moet uitpikken, vind ik ons minimabeleid erg sterk. De wachttijden zijn kort en we beschikken over goede bijstandregelingen. Verder denk ik dat de goede resultaten ook zijn te danken aan ons aanbestedingsbeleid. We maken gebruik van ‘social return’ waarbij we in onze aanbestedingen iets terugvragen aan de aanbieders. Een Wmo-aanbieder moet dan bijvoorbeeld iets terugdoen door arbeidsplaatsen te creëren. Dit is niet uniek, maar het werkt wel.'
Van Swam: 'We hebben ons ten eerste extra ingezet om mensen te stimuleren onze sociale regelingen te gebruiken. Hiervoor hebben we onder meer het doen van een aanvraag vereenvoudigd, daarnaast krijgen mensen die eenmaal een aanvraag hebben gedaan in het vervolg automatisch bericht. Zo hoeven ze niet elk jaar opnieuw een aanvraag te doen. Verder hebben we succes geboekt met een project om mensen vanuit de WWB aan werk te helpen. We willen de uitstroom bevorderen omdat participeren in de maatschappij heel belangrijk is voor mensen, dit kan zowel via vrijwilligerswerk als betaald werk. Met het project hebben we vorig jaar een groep van tien personen actief benaderd. Inmiddels heeft 40% een vrijwilligersbaan en 20% een betaalde baan. Het project heeft dan ook een vervolg gekregen.'
4. Wat gaat u eraan doen om volgend jaar een hogere score te halen?
Otten: 'Het duurzaam aanbieden van werkplekken kan beter. Dit wordt wel erg lastig vanwege de bezuinigingen waarmee gemeenten te maken krijgen. Verder denk ik dat nog veel terrein is te winnen door meer in te zetten op een preventieve aanpak om te voorkomen dat mensen in de schulden raken. Maar veel hangt af van de verkiezingen op 3 maart. Een nieuw college kan weer andere keuzes maken. Na acht jaar stop ik als wethouder, maar ik hoop dat het huidige sociale beleid wel wordt voortgezet.'
Van Swam: 'Om te beginnen vermoed ik dat de score voor een groot deel te maken heeft met de onderzoekswijze. Wij werken bijvoorbeeld met een eigen risico voor mensen in de Wmo, maar hebben hiervoor goede redenen en houden uitstekend rekening met de minima. Als voor het onderzoek alleen wordt gekeken naar de aanwezigheid van een eigen risico en niet naar de achtergrond, lopen we veel punten mis. Dat zou dan volgend jaar opnieuw zo zijn, want we hebben het volste vertrouwen in ons huidige sociale beleid en zien geen redenen om het aan te passen. Uiteraard moeten we wel alert blijven en kritisch naar ons zelf kijken. Dat zullen we ook zeker doen.'
DownloadFNV/Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg 2009 (pdf) »
Eerder verschenen in de rubriek 1-tegen 1:


