Gebruik het projectuitvoeringsbesluit!
25-06 2010 | 10:09 | Door: Arjan Bregman en Friso de ZeeuwHet begin van de zomer is kennelijk een geschikte tijd om een nieuwe serie aanvallen op de Crisis-en herstelwet te lanceren. Maar het projectuitvoeringsbesluit biedt juist mogelijkheden.
- OPINIE -
Vooral dat projectuitvoeringsbesluit moet het ontgelden. Manfred Fokkema en Erwin Hijmans bakken ze wel erg bruin. Zij adviseren een nieuw kabinet ‘om de wet voor woningbouwprojecten zo snel mogelijk af te schaffen’. Wij delen deze opvatting volstrekt niet.
Beperkingen van het projectuitvoeringsbesluit
Bij het inrichten van de wettelijke regeling van het projectuitvoeringsbesluit is inspiratie geput uit de Deltawet grote rivieren. Die wet, die inmiddels is vervallen, is medio jaren 90 van de vorige eeuw naar aanleiding van dreigende overstromingen opgesteld om tot hoogst noodzakelijke dijkversterkingen te komen.
Die wet werkte naar tevredenheid van alle betrokken partijen en heeft het beoogde effect bereikt. Ook het in de Deltawet grote rivieren opgenomen juridische instrumentarium blijkt over het geheel genomen goed te hebben gewerkt. De belangrijkste uitgangspunten van het projectuitvoeringsbesluit voor woningbouwprojecten c.a. en zorggerelateerde vastgoedontwikkelingen zijn:
- Besluitvorming op basis van belangenafweging door één orgaan, uitmondend in één projectuitvoeringsbesluit.
- Een zorgvuldige voorbereiding met ruime mogelijkheden voor inspraak.
- Inachtneming van de bestaande wettelijke toetsingskaders en inhoudelijke normen.
- Beroep in één instantie”.
Een mogelijkheid van fasering biedt het projectuitvoeringsbesluit niet. De Deltawet grote rivieren bood een dergelijke mogelijkheid evenmin. Dat was bij de Deltawet geen groot probleem. Feitelijk werd steeds één werk gerealiseerd (inclusief inpassing) en daaromtrent werd één besluit genomen. Bij woningbouwprojecten waarvoor het projectuitvoeringsbesluit kan worden gebruikt ligt dit anders.
Het betekent bijvoorbeeld dat bij het nemen van een projectuitvoeringsbesluit tegelijk over de planologische randvoorwaarden en over de technische toetsing van woningen, scholen, wegen etc. in een gebied voor misschien wel 1000 woningen moet oordelen.
Het kopiëren van de opzet van de Deltawet grote rivieren lijkt dan ook gebaseerd op de onjuiste gedachte dat een bestek voor een dijklichaam hetzelfde is als een compleet uitgewerkt ontwerp voor een (gefaseerde) gebiedsontwikkeling. Dit betekent dat het gebruik van het projectuitvoeringsbesluit beperkingen kent die niet behoeven te gelden voor het – na 1 oktober 2010 – gebruiken van de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die vergunning kent bij voorbeeld wèl de mogelijkheid om voor deelactiviteiten deel-omgevingsvergunningen aan te vragen en te verlenen.
Mogelijkheden van het projectuitvoeringsbesluit
De beperkingen in het gebruik van het projectuitvoeringsbesluit behoeven in veel gevallen echter geen belemmering te zijn voor een succesvol gebruik. Dat geldt met name voor kleinere bouwprojecten. Het nemen van een projectuitvoeringsbesluit vergt alleen een zorgvuldige voorbereiding.
In de eerste plaats is het verstandig om reeds voorafgaand aan de formele start van de procedure te toetsen aan de toepasselijke normen en zich ervan te vergewissen dat het project niet valt onder de uitzonderingen van de Flora- en faunawet, delen van de Waterwet en de Monumentenwet.
Ook vergt de wet een slimme ambtelijke voorbereiding, waarbij rekening wordt gehouden met het vergaderschema van de gemeenteraad, die het projectuitvoeringsbesluit moet nemen. Wanneer deze – juridische en ambtelijke - voorbereiding gedegen plaatsvindt kan een projectuitvoeringsbesluit worden genomen. En dan heb je ook wat. Vooral snelle zekerheid omtrent de juridische aanvaardbaarheid van een project.
De Raad van State moet immers binnen een half jaar uitspraak doen. Voordeel hiervan is ook dat de Raad van State dan in één keer over werkelijk alle aspecten die bij een bepaald project spelen in onderlinge samenhang kan oordelen. Dat is een voordeel voor alle betrokkenen.
Huidige regeling is startpunt, geen eindpunt
De regeling van het projectuitvoeringsbesluit staat in hoofdstuk 2 van de CHW. Dat betekent dat de regeling voor vier jaar geldt. In die periode kan van het instrument worden geleerd. Hetzelfde geldt voor de omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Ons voorstel is om op basis van die ervaringen na te denken over optimalisering van projectbesluitvorming na ommekomst van de CHW-termijn.
Daarbij schrijven wij het projectuitvoeringsbesluit niet op voorhand af. Integendeel, de wettelijke regeling in de CHW blinkt – anders dan de Wabo - uit door eenvoud en het toevoegen van een faseringsmogelijkheid en de bevoegdheid voor de raad om het nemen van het projectuitvoeringsbesluit te delegeren aan B en W zouden veel van de geopperde bezwaren kunnen wegnemen.
Ook zonder deze wenselijke optimalisaties biedt de regeling van het projectuitvoeringsbesluit nu reeds een kader waardoor kansrijke projecten in het kader van gebiedsontwikkeling, al dan niet gefaseerd in ‘hapklare brokken’, effectief en efficiënt van een juridische basis kunnen worden voorzien. Het valt te vrezen dat deze benadering voor een deel van het juridisch legioen al te gedurfd is.
Arjan Bregman is bijzonder hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht
Friso de Zeeuw is Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en Directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds Ontwikkeling.
Beoordeel dit artikel




Reacties (2)
Hans Olsthoorn | 29-06-2010 | 21:10
Volgens mij is het een kwestie van én regelgeving én proces. De CHW probeert een slag te slaan in het woud aan regels. Wat mij daarin aanspreekt is dat het de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemers en beslissers legt. Daarvoor is op zijn beurt een goede procesgang onontbeerlijk. De commissie Elverding heeft daarvoor behartenswaardige aanbevelingen gedaan: aan het begin een grondige discussie van nut en noodzaak enz. Het lijkt mij goed om de ervaringen met de CHW goed te monitoren zodat we daar optimaal lering van kunnen trekken als we over enkele jaren gaan evalueren.
Ik heb een klacht over deze reactie »HAns Middendorp | 28-06-2010 | 11:01
Het is een mooi en overtuigend betoog van de heren Friso de Zeeuw en Arjan Bregman. Je zou denken, een rake klap tegen het "gewraakte" artikel in NRC.
Ik heb een klacht over deze reactie »Over de juridische ins- en outs van de CHW en het projectbesluit kun je twisten, blijkbaar stellen Friso en Arjan voor om maar eens 4 jaar te experimenteren, want dan wordt de regelgeving wel vanzelf duidelijk in de praktijk. En uit de jurisprudentie natuurlijk :).
Terwijl het artikel in de NRC - volgens mij - juist stelling nam tegen het vertrouwen op 'regeltjes en cijfertjes', maar dat het probleem dat de CHW probeert op te lossen juist in het proces zit. Bijv. de gemeente die niet helder voor ofgen heeft wat er moet gebeuren, en de vertraging die er ontstaat in het 'besturlijk overleg moeras'. Of door het bijstellen van de ambities halverwege het proces.
Kortom, het gaat niet om meer wetgeving en nog meer juristen bij gebiedsontwikkeling, maar om projectmanagers met visie en stevige dekking vanuit hun bestuurders, die weten wat ze willen!
.