1-tegen-1: 'Laat jongeren flaneren, maar stel grenzen'
17-02 2009 | 01:05Hangjongeren zijn in zowel grote als kleine gemeenten een bron van ergernis. Volgens wethouders Leonard Geluk (Rotterdam) en Lydia Groot (Stede Broec) is communicatie de sleutel. 'De aanpak van jeugdgroepen is altijd maatwerk en vereist samenwerking.'
| Gemeente | Rotterdam | Stede Broec |
| Inwoners | 983.000 | 22.000 |
| Oppervlakte | 319 km2 | 16 km2 |
| Burgemeester | Ahmed Aboutaleb | Henk Eggermont |
| Aan het woord | Wethouder Leonard Geluk | Wethouder Lydia Groot |
Vormen hangjongeren een groot irritatiepunt in uw gemeente?
Leonard Geluk: 'Uit onze jaarlijkse veiligheidsindex blijkt dat 8% van de Rotterdammers overlast door jongeren ervaart als grootste buurtprobleem. De deelgemeenten hebben een actueel overzicht van alle hinderlijke, overlastgevende en criminele jeugdgroepen binnen hun gebied. Omdat jeugdgroepen nogal snel van samenstelling kunnen veranderen, speelt de buurtagent een belangrijke rol in het up-to-date houden van het jeugdgroepenoverzicht.'
Lydia Groot: 'Sommige bewoners ervaren hangjongeren zeker als een irritatie. Stede Broec bestaat uit drie dorpskernen, alle drie kennen het fenomeen hangjongeren. De overlast verschilt per periode: in het voorjaar en in de zomer krijgen we de meeste klachten. Verder hangt het ook van de locatie af. Hoe dichter een groep jongeren bij een woonwijk hangt, hoe meer meldingen we binnen krijgen.'
Zijn bewoners het meer dan zat of accepteren ze het? En wat is de rol van sociale controle?
Leonard Geluk: 'Er is een verschil tussen hangen en overlast, tussen flaneren en schofferen. Niet alle hangjongeren zorgen voor overlast. Soms zijn het zelfs eerder de omwonenden die zich intolerant opstellen of onnodige angstgevoelens hebben. Maar hangen vormt natuurlijk ook regelmatig een serieus probleem waar mensen echt genoeg van kunnen krijgen. Gelukkig constateren we wel dat de problemen bij de meeste jongeren van tijdelijk aard zijn en soms "vanzelf" weer verdwijnen.'
Lydia Groot: 'De overlast van de jongeren is niet dusdanig dat bewoners het meer dan zat zijn. Het blijft beperkt tot geluidsoverlast en het achterlaten van rommel. Uiteraard is dat ook vervelend, maar als de jongeren te ver gaan, treden we ook op. Daarnaast is de sociale controle ook groot. Soms stappen buurtbewoners zelf op jongeren af om iets van de overlast te zeggen, dat kan gewoon.'
Is het tegengaan van overlast door hangjongeren vechten tegen de bierkaai?
Leonard Geluk: 'Nee. Door onze aanpak hebben we het aantal problematische jeugdgroepen in 2007, vergeleken met het jaar ervoor, teruggebracht van 127 naar 88. Het grootste gedeelte van de jeugdgroepen (74%) bestaat uit jongeren die rondhangen in de buurt, af en toe luidruchtig aanwezig zijn en zich niet veel van de omgeving aantrekken. Soms zijn ze betrokken bij kleine schermutselingen, vernielingen of diefstallen. Belangrijk feit is wel dat de individuele leden van dergelijke groepen over het algemeen nog wel zijn aan te spreken op hun gedrag.'
Lydia Groot: 'Bij ons absoluut niet. De overlast is overzichtelijk, de jongeren staan op vaste plekken en we kunnen snel optreden als het nodig is. Daarbij moet je ook niet voor ogen hebben dat er nergens meer jongeren hangen, want dat hoort een beetje bij de leeftijd. Je moet ook een beetje accepteren dat je dan wel eens wat hoort. Maar als ze zich aan de regels houden, is er verder niets aan de hand.'
Strikt handhaven en een straffe aanpak of alternatieven bieden: wat is de oplossing?
Leonard Geluk: 'Jongeren moeten gestraft worden als ze zich misdragen. Maar de nadruk moet liggen op het voorkomen van strafbaar gedrag. Ruimte geven door grenzen te stellen, dat zien wij als de juiste oplossing. Laat jongeren rustig flaneren, maar maak wel duidelijk wat de grenzen zijn. Door te zorgen dat jongeren aan de maatschappij deelnemen en ze niet teveel in hun vrijheden te belemmeren, kan een hoop overlast worden voorkomen.'
Lydia Groot: 'In eerste instantie gaan we het gesprek met de jongeren en de buurtbewoners aan. De jongeren realiseren zich vaak niet dat ze overlast veroorzaken, de buurtbewoners krijgen meer begrip dat de jongeren toch ergens bij elkaar moeten kunnen komen. Ook hebben we vorig jaar een JOP (Jongeren Ontmoetings Plek, red) gerealiseerd waar de jongeren "legaal" kunnen hangen. Pas als dit soort maatregelen niet werkt, gaan we over tot handhaven. Zo hebben we laatst een populair "hangbankje" bij een groenstrook verwijderd omdat jongeren dwars lagen. De overlast is daardoor verdwenen.'
Heeft u tips voor andere gemeenten?
Leonard Geluk: 'Zorg voor een goede informatiepositie als het gaat om jeugdgroepen. De aanpak van jeugdgroepen is altijd maatwerk en vereist de samenwerking van meerdere partners (onder meer gemeente, jeugdwerk, scholen en politie).Ten slotte: geef jongeren de nodige vrijheid, maar stel duidelijke grenzen aan onacceptabel gedrag. Betrek jongeren bij de maatschappij en leer ze op te komen voor hun eigen belang. Maar schroom ook niet om jongeren te straffen als zij zich misdragen.'
Lydia Groot: 'Het aangaan van de gesprekken is bij ons erg succesvol. Verder ervaren we dat het goed werkt om via korte lijnen contact te houden met de betrokkenen, bijvoorbeeld via een jongerenwerker of een wijkagent. Een goede samenwerking biedt de mogelijkheid om effectief en snel op te treden. Dit voorkomt veel problemen.'


