1-tegen-1: 'Minister moet ambtstermijn burgemeesters niet bepalen'

03-09 2009 | 12:00
Waardering
 

Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken wil dat burgemeester maximaal 18 jaar in dezelfde gemeente werkzaam kunnen zijn. Door een maximum termijn in te stellen hoopt de minister dat burgemeesters sneller van standplaats veranderen. Gemeente.nu vraagt de burgemeesters Jaap Nawijn (gemeente Heemskerk, net bezig aan zijn functie) en Diny Koreman (gemeente Vianen, bezig aan haar 19e jaar) hoe zij hierover denken.


Gemeente Vianen Heemskerk
Provincie Utrecht Noord-Holland
Inwoners 19.600 38.700
Oppervlakte 42 km2 32 km2
Burgemeester Diny Koreman Jaap Nawijn
Aan het woord Burgemeester Diny Koreman Burgemeester Jaap Nawijn




1. Meer dan 18 jaar aaneengesloten burgemeester in dezelfde gemeente. Moet dat kunnen?
Diny Koreman: ‘In de praktijk blijkt het te kunnen. Naast de gemeente Vianen zijn er veel andere gemeenten in Nederland waar de burgemeester al minimaal 18 jaar in functie is. De gemeenteraad krijgt iedere 6 jaar de mogelijkheid om te evalueren en een keuze te maken. Als het niet goed gaat, wordt na 6, 12 of 18 jaar wel besloten om de samenwerking te stoppen.’
 
Jaap Nawijn: ‘Ik zou het in ieder geval niet uitsluiten en ben tegen een verbod. Het hangt helemaal van de situatie af. 18 jaar lijkt mij persoonlijk wel heel lang, maar dit verschilt per persoon. Uiteraard is het ook belangrijk hoe de burgemeester opereert en of de gemeenteraad het op prijs stelt dat een burgemeester langer blijft. Als dit allemaal klopt, moet het mogelijk zijn. Ik denk dat de minister zich beter kan richten op stimulerende maatregelen in plaats van een vermanend vingertje op te steken. Het plan om een limiet in te stellen zie ik als een van de vele losse flodders die deze minster heeft afgeschoten. Ik verwacht van een minister als werkgever een totaalpakket, een afgewogen arbeidsvoorwaardenbeleid.’
 
2. Is een frisse wind om de 6 jaar goed of kan een burgemeester een gemeente juist beter besturen als hij er meer dan 6 jaar actief is?
Diny Koreman: ‘Dit hangt van de omstandigheden in de gemeente af. Soms kan een vertrek na 6 jaar goed zijn, dat komt voor. Ik vind 6 jaar persoonlijk wel wat aan de korte kant. Je moet in het vak kunnen groeien. De eerste periode maak je grote sprongen en leer je veel, de jaren daarna betaalt dit zich vaak pas uit.’
 
Jaap Nawijn: ‘Ook dit verschilt per situatie. De ene burgemeester is snel ingewerkt en na 6 jaar toe aan een nieuwe uitdaging, maar het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat een gemeente na een onrustige periode behoefte heeft aan rust en een lang zittende burgemeester. Dan kan ik me heel goed voorstellen dat iemand langer dan 6 jaar blijft. Dat lijkt me prima.’
 
3. Is het een goede ontwikkeling als wethouders meer te zeggen krijgen bij een benoemingsprocedure van de burgemeester?
Diny Koreman: ‘Ik kan het me heel goed voorstellen dat een wethouder deel uitmaakt van de vertrouwenscommissie. Het zijn toch de mensen waar je dagelijks mee te maken hebt. Het lijkt mij daarom niet meer dan logisch.’
 
Jaap Nawijn: ‘Ik vind het een gemis dat wethouders nu vaak buitenspel staan bij de aanstelling van een burgemeester. Wethouders zijn juist degenen waar een burgemeester dagelijks mee werkt en bestuurlijk overleg mee voert. Ze staan dichter bij het functioneren van een burgemeester dan raadsleden. Ik ben er absoluut een voorstander van dat wethouders bij de benoeming meer zeggenschap krijgen dan een puur adviserende rol.’
 
4. Vindt u het een goed plan om ook bij een herbenoeming verplicht een vertrouwenscommissie in te stellen?
Diny Koreman: ‘Bij mijn laatste herbenoeming was ook een vertrouwenscommissie ingesteld. Ik vind het prima. Waar ik geen voorstander van ben, is dat dit vanuit Den Haag wordt opgedragen. Gemeenten kunnen heel goed zelf bepalen hoe ze dit aanpakken.’
 
Jaap Nawijn: ‘Ik vraag me zelfs af waarom dit nog niet is ingevoerd. Een vertrouwenscommissie lijkt mij alleen maar goed, met dezelfde argumentatie waarom dit bij een benoeming het geval is. Overheden spiegelen zich bovendien graag aan het bedrijfsleven, daar is vertrouwelijkheid in dit soort procedures heel gebruikelijk.’
 
5. Wat vindt u ervan dat het Rijk mogelijk bepaalt hoelang een burgemeester op zijn post mag zitten?

Diny Koreman: ‘Dit lijkt me volstrekt overbodig. Het hangt helemaal af van de chemie tussen de burgemeester, de bestuurders, de gemeenteraad en de burgers. De ene keer is de chemie na 6 jaar uitgewerkt, de andere keer duurt het langer. Algemene regelgeving lijkt me op dit terrein niet nodig. Als zowel de gemeenteraad als de burgemeester tevreden is, zouden er geen belemmeringen moeten zijn.’


Jaap Nawijn: ‘De minister is natuurlijk wel de werkgever van burgemeesters, dus ze kan hierover beslissen. Maar op het vlak van personeelsbeleid hebben de huidige minister en haar voorgangers veel steken laten vallen. Gemeenteraden zijn hierdoor te vaak met dit soort zaken bezig, terwijl die zich volledig op andere onderwerpen moeten  kunnen storten. Ik denk daarom dat het Rijk zich eerst moet richten op een goed, duidelijk en verantwoord personeelsbeleid. Hierin zouden bijvoorbeeld regelingen kunnen worden opgenomen die burgemeesters stimuleren na een bepaald aantal jaren – en het maakt mij niet uit of dat nu 6, 12 of 20 jaar is - naar een andere gemeente of nieuwe functie over te stappen. In verplichten zie ik niets.’


 


Eerder verschenen in de rubriek 1-tegen 1:

'Meer overlast door sluitingstijden'»
'Digitaal melden klacht is niet onpersoonlijk'»
Bezuinigen door traag te betalen»
'Spannende tijd voor beleidsambtenaren'»
'Gemeenten kunnen overgewicht voorkomen'»
'Goed sociaal beleid ontwikkelen is lastig'»
'Lokale partijen in nadeel met campagnegelden'»
Voor veiligheid en zero tolerance»
Bezuinigen op cultuur is onverstandig»
‘Nieuwe partijen maken politiek levendig’»
'Vuurwerkverbod kan een oplossing zijn'»
1-tegen-1: Het succes van wonen boven winkels»
1-tegen-1: Inspelen op groeiende behoefte aan digitale dienstverlening»
1-tegen-1: 'Stedenband moet je niet op de kosten beoordelen'»
1-tegen-1: 'Richtlijnen voor online berichtgeving niet nodig'»
1-tegen-1: 'Onze ligging maakt het vinden van personeel moeilijker'»
1-tegen-1: 'Hondenoverlast laten verdwijnen is erg lastig'»
1-tegen-1: ‘Raadslid zijn in kleine gemeente bevalt goed’»
1-tegen-1: ‘Decentralisatie leidt tot hogere werkdruk’»
1-tegen-1: 'Uitbreiding van Wet Bibob zeer positief'»
1-tegen-1: 'Minister moet ambtstermijn burgemeesters niet bepalen'»
1-tegen-1: 'Meeuwenoverlast moeilijk te bestrijden'»
1-tegen-1: 'Fusie is onontkoombaar voor kleine gemeenten'»
1-tegen-1: ‘Griepvoorbereidingen’ zijn sowieso nuttig»
1-tegen-1: ‘Woningbouw stimuleren is niet noodzakelijk’»
1-tegen-1: ‘Vooral jongeren met beperkte startkwalificatie raken baan kwijt’»
1-tegen-1: Gemeenten herkennen zich niet in misstanden taxibranche»
1-tegen-1: 'Onderzoekjes zijn kort door de bocht'»
1-tegen-1: Gemeenten zijn nog lang niet 'duurzaamheidsmoe'»
1-tegen-1: 'Goed contact met kerken is heel belangrijk'»
1-tegen-1: 'Gescheiden inburgering kan betere leervoorwaarden creëren'»
1-tegen-1: 'Provinciehoofdstad krijgt geen voorrang bij subsidies'»
1-tegen-1: 'Re-integratietaak ligt bij de gemeenten'»
1-tegen-1: 'Het rijbewijs is geen melkkoe'»

Beoordeel dit artikel