Ambtelijke liposuctie
26-05 2009 | 09:21 | Door: Dirk van de WielHet is economische crisis. Bezuinigingen zijn onontkoombaar. Ook minister Ter Horst doet mee: de politie moet jaarlijks 190 miljoen besparen. Verder mogen tussen 2010 en 2012 niet meer dan drieduizend aspirant-agenten worden aangenomen. De helft minder dan gepland.
Ministers bedenken bezuinigingsmaatregelen niet zelf. Ze worden geadviseerd door hun beleids- en stafdirecties. Deze laatsten zijn van nature niet geneigd kritisch naar zichzelf te kijken. Wel naar anderen. Als er afgeslankt moet worden, wordt bij voorkeur naar beneden gekeken. Hoe verder weg de slachtoffers, hoe beter. De anonieme massa der uitvoerders (politieagenten, leraren) zijn ideaal liposuctiemateriaal.
Spectaculair
Zelden wordt bezuinigd op beleidsadviseurs, communicatiemedewerkers, voorlichters, controllers, enz. Terwijl de formatie die met deze taken belast is, afgelopen decennia spectaculair is gegroeid (of de prestaties van de overheid in dezelfde mate zijn toegenomen, is overigens onduidelijk).
Andere keuzes
Bezuinigingen hebben impact op de prestaties van de overheid. Is het niet vanzelfsprekend daar te snijden, waar de burger - en niet de bestuurder of topambtenaar - er het minst last van heeft? Als het volk zou bepalen waarop bezuinigd moet worden, zou dat wellicht tot andere keuzes leiden.
Propagandapraatjes
Zegt u het maar burger: wilt u minder politieagenten of minder ‘communicatie-uitingen’ vanuit de overheid? Minder blauw op straat? Of minder voorlichtingscampagnes, kleurige jaarverslagen en propagandapraatjes? Grotere schoolklassen of minder stoplichtrapportages? Minder straatreiniging of minder strategische beleidsnota’s? Kiest u maar!
Verkwikkende douche
Volksinmenging komt niet alleen de legitimiteit van bezuinigingen ten goede. Het is ook verfrissend voor bestuurders en topambtenaren. Een verkwikkende douche in het voorjaar is altijd heilzaam.



Reacties (1)
erwin | 27-05-2009 | 16:31
Je schrijft dat ambtenaren geneigd zijn niet kritisch naar zichzelf te kijken, maar wel naar anderen. Hoe zit het dan met de ambtenaar die zijn oor te luister legt bij de burger, of actieve burgerparticipatie verlangt? Er wordt door de burger nogal eens geklaagd over de overheid: politie-inzet (veiligheid), fileproblematiek, wachtlijsten in de zorg, het onderwijs – het zou te allemaal te wensen over laten. Als de overheid nu eens naar zijn burgers zou luisteren, dan zou het allemaal veel beter worden… Maar waarom zou de overheid luisteren naar burgers? Open staan voor de mening en de wens van de ander is toe te juichen. Maar kleeft daar niet ook een groot risico aan: Beloftes die niet kunnen worden ingelost, verwachtingen waar niet aan wordt voldaan... Neem nota van al wat voorafgaand aan de diverse verkiezingen wordt gezegd, geschreven en aan het volk wordt beloofd. Is het raar dat mensen hun vertrouwen in de overheid verliezen?
Ik heb een klacht over deze reactie »Anders: Is het vreemd dat ambtenaren graag te rade gaan bij de burger, op wijkavonden, op congressen, of via nieuwe(re) media? Vanzelf: het is hun werk. Waarom zou je niet doen waar je voor betaald wordt? Maar er is nog meer: als ambtenaar, en al helemaal als volksvertegenwoordiger, moet je dat ook doen, want de burger vraagt dat van je. Ik stem eerder op een partij die de dingen die ik belangrijk vind op haar agenda heeft staan, dan op een partij die – direct of indirect - meldt dat ze aan bepaalde problemen niets kan doen.
Wie wil dit nu horen: “Mijnheer, mag ik u iets vragen?” Maar natuurlijk. “Wat gaat u aan de fileproblemen doen? Aan de kwaliteit van de zorg? En het onderwijs?” Wat ga je dan antwoorden? ‘Ik vraag het de burger’? Daar was je juist mee in gesprek, althans, een poging tot… Het gaat hier uiteraard wel om zaken waarvoor geen makkelijk antwoord is te geven, als er al een oplossing voor is. Maar dat laatste kun je dan niet zeggen, want dat wil niemand horen. Je kunt het niet maken te zeggen dat je problemen niet aan kunt, ook al zijn ze haast onoplosbaar - je bent immers aangesteld om problemen op te lossen.
En dan de burger. Als het goed gaat hoor je hem (via de media) niet, of nauwelijks klagen. Maar zodra zijn portemonnee ter sprake komt, of de wachttijd voor Van Brienenoord het kwartier passeert, is het geklaag niet van de lucht.
Het is een voortdurend over en weer van vergaderterminologie en geroep om hulp van zowel overheid als burger. Dat dit het overheidsbeleid niet ten goede komt hoeft weinig betoog. En dat terwijl de bureaucratie al zo is uitgedijd. Ziehier nog een kenmerkend klaaglied: het steeds verder uitdijende regelwoud. Daar is helemaal niemand bij gebaat: overheid niet en burger ook niet. Nog voordat ik de kans krijg om hier hardop over te klagen verdringen de ambtenaren zich op hun websites en op de televisie als forellen in een kweekvijver rond voedertijd om mij van dienst te zijn: We werken er aan! Waaraan? Dat blijkt even later: aan het verder uitdijen van het regelwoud. Als ik klaag komen er meer regels bij, en om dit op te lossen zijn ook weer regels nodig. Misschien dat hier pas echt iets aan kan veranderen wanneer ambtenaren én burgers eerst bij zichzelf te rade gaan. Ik ga weer verder met mijn scriptie. Groeten!