Peter Castenmiller: Op de man of op de bal?
28-10 2009 | 02:39 | Door: Peter Castenmiller, Lector BAZN de bestuursacademieAfgelopen weekend had ik een etentje met drie goede oud-collegae. Onze wegen zijn in de loop der jaren wat uiteen gaan lopen, maar juist dat maakt de ontmoeting altijd interessant. Vanuit onze eigen ervaringen komen we natuurlijk altijd te spreken over de toestand van het lokale bestuur.
Als je elkaar al lang kent, behoren beleefdheid en diplomatiek taalgebruik niet meer tot het formele repertoire. Immers, de vriendschap is vanzelfsprekend, dus waarom zou je verder veinzen. Bovendien is bij deze weinig frequente bijeenkomsten meer dan één fles wijn eveneens een welkome gast. Vandaar dat de gemoederen weer flink opliepen.
Mijn oud-collega’s stelden het gestuntel van vele regenteske bestuurders aan de kaak. Hoe kwam het nu toch dat zij zo slecht konden omgaan met de scherpe aanvallen op hun persoon, die meer en meer gebruikelijk worden in het lokale bestuur. Ik onderschreef die waarneming. Vertegenwoordigers van klassieke bestuurderspartijen denken in ideologieën en stromingen. Het gaat hun om ideeën, de mensen die dat uitdragen vinden zij daaraan ondergeschikt. Zij begrijpen daarom nauwelijks wat anderen beweegt om niet de ideeën, maar de mensen zelf aan te vallen. En, zo stellen zij keer op keer: ‘Tot dat niveau willen we ons niet verlagen’.
Wat deze bestuurders niet begrijpen is dat het juist tot het hart van het populistische gedachtegoed behoort om de kaste van zittende bestuurders frontaal aan te pakken. Vertegenwoordigers van vele ‘leefbare partijen’ zijn ervan overtuigd dat de belangrijke bestuurlijke functies in Nederland bevolkt worden door een kleine club gelijkgezinde mensen, veelal van voorheen progressieve snit, die thans elkaar de bal toespelen, misstanden vergoeielijken, elkaar in het zadel houden, zich verrijken en ondertussen ‘de gewone man’ buitensluiten en aan het lot overlaten. Hun direct aan hun opvattingen gekoppelde tactiek is om zittende bestuurders hinderlijk te volgen, ter verantwoording te roepen, in discrediet te brengen, zwart te maken. Immers, eerst moeten die ‘regenten’weg. Zij weten niet ‘wat er echt speelt’. Zij verstikken ‘hun’ stad.
Juist omdat de ‘klassieke bestuurders’ hier niet mee om kunnen gaan, bevestigen ze keer op keer het beeld. Ze verliezen zich in nuances, benadrukken dat er ‘geen simpele oplossingen’ zijn, weigeren aan te geven dat iemand ‘gefaald’ heeft, en blijven schimmige coalities smeden om meerderheden voor hun plannen te garanderen. Dat is de politiek bedrijven zoals zij dat gewend zijn.
Een bijkomend probleem, zo hield ik mijn goed-opgeleide en maatschappelijke betrokken collega’s voor, dat deze verruwing van de omgangsvormen er toe leidt dat juist zij, gelijk Stadler en Waldorf, afstand houden en vanaf hun balkon zitten te mopperen over het gebrek aan kwaliteit. Ik daagde ze uit om de daad bij het woord te voegen en zich in de lokale arena te wagen. Nu ja, dat was natuurlijk niet de bedoeling van de discussie, dus hebben we nog maar een fles wijn besteld.


