Peter Castenmiller: 'Where you sit, is where you stand'

08-05 2009 | 03:38 | Door: Peter Castenmiller, Lector BAZN de bestuursacademie
Waardering
 

Geregeld fiets ik door het drukke centrum van Den Haag. Soms overkomt het mij dat vrijliggende fietspaden half geblokkeerd worden door automobilisten die vanuit een zijstraat proberen in te voegen. Dat irriteert mij, maar ik beperk mij tot een afkeurende blik.

+

Op sommige dagen is het handiger om mij met de auto te verplaatsen. Zo’n stadscentrum is knap lastig. Om zo veilig mogelijk van richting te veranderen moet ik voor het overzicht wel eens half op een fietspad gaan staan. Voor fietsers laat ik natuurlijk voldoende ruimte om met een klein boogje om mij heen te rijden. En hun afkeurende blikken negeer ik, ik doe het toch voor ieders veiligheid. Patronen In het openbaar bestuur zie je wel vergelijkbare patronen. Burgemeesters van kleine gemeenten verzetten zich tegen de annexatieneigingen van een grote buurman. Soms solliciteert een burgemeester met succes naar de vrijgevallen functie in een grote gemeente. Kort daarna gaat hij hartstochtelijk betogen dat gebiedsuitbreiding voor zijn benarde gemeente dringend noodzakelijk is. Herindelingen De discussie over herindelingen wordt vaak gestuurd door positie van de betrokkenen; in de bestuurskunde wordt deze argumentatie wel aangeduid met het adagium: 'where you sit is where you stand.' Dat maakt de discussie over herindelingen vaak zo plat als dubbeltje, het gaat niet om argumenten, het gaat om het veiligstellen van posities, het gaat om macht. Maatschappelijk belang Het blijkt zowaar ‘verfrissend’ om in de eeuwige discussie over de wenselijkheid van herindeling eens de vraag te stellen wat het maatschappelijk belang is. Op welke wijze wordt dat belang eigenlijk het beste gediend; herindeling, zelfstandigheid of samenwerking? Dat is vreemd. Je zou toch hopen dat bestuurders primair redeneren vanuit het maatschappelijk belang. Maar hun opvattingen, ik zei het al, worden sterk gekleurd door hun eigen positie. Zwakte In de laatste jaren is het taboe op herindeling veel minder zwaar geworden. Samenwerking wordt minder als een indicatie van zwakte gezien. Sommige bestuurders realiseren zich dat hun kleine en beperkte ambtelijke organisatie wellicht niet zelfstandig kan blijven bestaan. Er is wat beweging, de bestuurders blijven minder staan waar ze eerst zaten. Maar slechts schuifelend verlaten ze hun positie.

Beoordeel dit artikel
Reageer op dit artikel