Samenwerking binnen gemeenten faalt
23-06 2010 | 09:50 | Door: Roline Roos en Marjolijn Traas-van OortDe samenwerking in het gemeentehuis komt vaak niet goed van de grond, terwijl dat onnodig is. Zo worden miljoenen verspild.
- OPINIE -
De samenwerking faalt onnodig vaak binnen (onderdelen van) gemeenten die volgens het matrixmodel zijn georganiseerd. Dit model maakt een afdelingoverstijgende samenwerking tussen specialisten met verschillende disciplines mogelijk, maar het wordt niet goed toegepast.
Verantwoordelijkheden
Binnen gemeenteonderdelen bestaat onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Vaak is er een gebrek aan afdelingoverstijgend, persoonlijk contact, stemmen verwachtingen niet overeen en raken medewerkers gedemotiveerd. Er wordt bijvoorbeeld gemaild over het project, waarbij voorbij wordt gegaan aan de personen achter de functies. Deze factoren brengen de werkdruk naar een niveau dat garant staat voor een inefficiënt procesverloop met vertraging, slechte resultaten en kans op imagobeschadiging tot gevolg.
Gemeenten leggen de verwijtbaarheid voor slechte samenwerking onterecht bij het model. Ze beseffen onvoldoende dat onduidelijkheden in de onderlinge verhoudingen tussen de mensen de problemen veroorzaken. Met de komende bezuinigingen neemt de werkdruk per medewerker alleen maar toe. Het is dus van belang te investeren in de mensen en hun samenwerkingsvermogen.
Matrixorganisatie
Samenwerking in een matrixorganisatie is lastig. De matrix brengt per definitie spanningen met zich mee in de samenwerking tussen de lijn- en projectorganisatie, vanwege in essentie tegengestelde opdrachten en belangen. De lijn gaat, kort door de bocht gezegd, voor kwaliteit op de lange termijn bekeken vanuit hun eigen vakgebied en de projectorganisatie gaat voor het halen van een deadline en het korte termijn resultaat. De vraag is: hoe (professioneel) gaan medewerkers en het management met deze spanningen om?
De oplossing ligt niet in het vervangen van het matrixmodel als organisatiestructuur. Gemeenten moeten de samenwerking binnen de structuur verbeteren. Aandacht moet uitgaan naar hoe mensen met elkaar omgaan. Die omgang wordt bepaald door een samenhang van factoren. Een aantal veel voorkomende factoren zijn:
1. Verschillen in opdracht: de verschillende opdrachten van lijn en project vragen om een andere manier van werken en communiceren.
2. Verschillen in dna: ‘projectmensen’ en ‘lijnmensen’ zijn andersoortige mensen. Het is ‘gaan met die banaan’ versus ‘bezint eer ge begint’. Ze wensen op andere manieren om te gaan met overleg, afspraken en conflicten.
3. Onduidelijkheden in interne organisatie: onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden versterkt de spanningen. Wie heeft nou eigenlijk het laatste woord? Wie mag wat van wie verwachten?
4. Professionaliteit en deskundigheid van medewerkers: om de irritaties nog even op te voeren wordt in organisaties vaak een groot verschil geconstateerd als het gaat om de professionaliteit van medewerkers. Hierdoor zijn sommige medewerkers wel en andere niet welkom zijn in projecten. Dit zorgt vaak voor irritaties en emotionele reacties.
5. Gebrekkige omgangsvormen: het gebrek aan professionele sociale competenties versterken conflicten.
Deze samenhangende factoren
geven de complexiteit weer van het werken in een matrixorganisatie. Er zijn talloze mogelijkheden
om vervolgens actie te ondernemen om daadwerkelijk de samenwerking te
verbeteren. Sommige daarvan zijn groots en meeslepend, maar andere zijn kleiner
en kunnen gemeenten gebruiken om de eerste stappen te zetten.
Actie
De actie die je kiest, moet vanzelfsprekend aansluiten op de analyse. Het is dus afhankelijk van welke factoren het sterkst van invloed zijn op de stroeve samenwerking. Onze ervaring is dat (bijna) iedere medewerker bij een gemeente worstelt met eerder genoemde factoren en het wel anders zou willen.
Gemeenten kunnen zich beter bewust worden van de exacte factoren die de samenwerking frustreren en analyseren hoe zij hier op kunnen inspelen. Aandacht en respect voor elkaar moeten zij hierin centraal stellen. Alleen dan voorkomen zij dat medewerkers gedemotiveerd raken en de samenwerking binnen gemeenten blijft falen.
Roline Roos en Marjolijn Traas-van Oort zijn beiden adviseur bij Twynstra Gudde.




Reacties (2)
Erwin | 19-07-2010 | 12:17
Het invoeren van een Matrixorganisatie is een middel om samenwerking te verbeteren. Het middel heeft niet gewerkt, ook niet in gemeentes waar Twijnstra en Gudde dit heeft ondersteund. Dit wordt in het artikel niet erkend, maar adviesbureau's willen natuurlijk graag ondersteuning bieden om meer onzinmaatregelen in te voeren. Dan kunnen ze nog meer dikke facturen schrijven op kosten van de gemeenschap.
Ik heb een klacht over deze reactie »A.C. Luikens | 23-06-2010 | 13:52
Helemaal eens!
Ik heb een klacht over deze reactie »Al geloof ik dat er meer redenen zijn dat de samenwerking binnen gemeentem faalt. Denk hierbij aan: 'verkokering' (het alleen met je eigen proces bezig zijn), gebrek aan overzicht en inzicht waar men mee bezig is en/of van het proces dat het andere team toepast voor de dienstverlening of product binnen bijv. hetzelfde cluster en zelfs binnen teams in één afdeling.
M.n. bij kleinere gemeenten waarbij per dienst/product aan de burger maar enkele mensen (soms maar 2 of 3) werken betrokken zijn voor de levering ervan, zijn deze (vaak door werkdruk) alleen met 'hun' proces bezig en vragen daarvoor bijv. een applicatie ter ondersteuning aan zonder te kijken of een collega afdeling hier al iets voor gebruikt dat met wellicht een kleine aanpassing of extra module ook toepasbaar is voor hun proces. (Hier wordt vaak ook niet door het hoofd of leidinggevende op gestuurd.)
Deze taak probeert in het meest gunstigste geval de ICT afdeling dan op te pakken, maar op hun beurt kennen zij het inhoudelijke proces van alle vakafdelingen niet evenals wat de ondersteunende applicaties voor deze afdelingen exact doen. Het enige dat dan in zo'n gunstigste geval gebeurd is de betreffende afdelingen en/of teams met elkaar in contact brengen om eens naar elkaars proces, gebruikte applicaties en de wensen te kijken.
Vaak wordt dit als naar en vertragend ervaren, want een ieder vindt 'haar'/'zijn' proces belangrijker. Ook hierin is het vaak de emotie die het dan overneemt van de ratio. ('Ik moet dit hebben, want dat heb ik nodig om mijn werk beter te kunnen doen'.)
Kortom, er zijn nog tal van kansen om de samenwerking te verbeteren.