Hondenbelasting levert 58 miljoen op

0

Gemeenten verwachten dit jaar 58 miljoen euro aan hondenbelasting op te halen. De hondenbelasting is vooral een grotestedenbelasting.

In grote steden wordt deze belasting vaker geheven

dan in plattelandsgemeenten, en in het westen van het land meer dan in

de noordelijke provincies.

Opbrengst stijgt, minder gemeenten

De begrote opbrengst uit hondenbelasting is toegenomen van 43 miljoen euro in 2001 naar 58 miljoen euro in 2011. De belasting wordt echter wel in minder gemeenten geheven. In 2001 werd in 385 gemeenten hondenbelasting geheven, in 2011 in 296 gemeenten. Het aandeel van de gemeenten dat hondenbelasting heft is hiermee gedaald van 76 procent naar 71 procent van alle gemeenten.

Van alle gemeenten begroot Rotterdam dit jaar de hoogste opbrengst, ruim 2 miljoen euro. Het veel kleinere Vlieland haalt met 13 duizend euro naar verwachting het laagste bedrag op. Hondenbelasting is voor de gemeenten een bescheiden inkomstenbron. Nog geen 1 procent van alle heffingsopbrengsten komt uit de hondenbelasting.

Grote steden heffen vaak hondenbelasting

Hondenbelasting komt het meest voor in de grote steden. Meer dan 90 procent van de gemeenten met een (zeer) sterk stedelijk karakter

heeft een belasting op het houden van honden. In niet-stedelijke

gebieden daarentegen heft maar de helft van alle gemeenten

hondenbelasting.

Gemeenten in de noordelijke provincies heffen naar verhouding minder

hondenbelasting dan elders. In Drenthe moeten alleen de inwoners van

Noordenveld hondenbelasting betalen. In Groningen en Friesland heft een

op de drie gemeenten een belasting op honden.

In Zeeland, Utrecht en Zuid-Holland wordt in negen op de tien

gemeenten hondenbelasting geïnd. In Zeeland heft alleen Goes geen

belasting op honden, in Utrecht wordt alleen in Renswoude en Nieuwegein

geen hondenbelasting opgehaald.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer