OpinieOpen data draaien om kwaliteit

0

Alle overheidsinformatie moet openbaar, tenzij. Maar hoe pak je dat slim aan?

Het gebruik van open data wint snel aan terrein, ook bij de overheid. Dat heeft er toe geleid dat in de afgelopen jaren meerdere portals zijn opgezet waar hergebruik van open data centraal staat. Zoals het Nationaal Georegister, een snel groeiende verzamelplek van ruimtelijke informatie.

‘Veel gebroken links en nauwelijks nieuwe data op open data portaal overheid’. Zo kopte eerder dit jaar de Open State Foundation op haar site. Het bericht betrof de website Data.overheid.nl, het open dataportaal van de Nederlandse overheid. De aftrap van dat overheidsproject werd verricht op 15 september 2011 door Piet Hein Donner, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Daarmee werd gelijk ook het belang aangegeven van de overheid met betrekking tot open data. Het overgrote deel (circa 93 procent) van Data.overheid.nl is afkomstig van het Nationaal Georegister, onderdeel van de Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK/Geonovum).

Het bericht dat er relatief veel gebroken links voorkomen op Data.overheid.nl heeft er volgens Ine de Visser, namens Geonovum tactisch adviseur voor het Nationaal Georegister, vooral mee te maken dat bij het overnemen van de gegevens uit het Nationaal Georegister niet alle informatie wordt meegenomen. “Daardoor mis je de informatie dat de links naar geoservices verwijzen. Links naar geoservices moet je bevragen, zoals “geef mij de kaart van dit gebied” of “geef mij de informatie van deze plek”. De informatie dat het geoservices zijn zit wel in het Nationaal Georegister. Daar is ook de functionaliteit beschikbaar om die links goed te gebruiken”, aldus De Visser.

Waarde

Het opzetten van het Nationaal Georegister sluit goed aan bij de opvatting van het kabinet. Zij huldigt het standpunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij. “In dat kader is het niet handig als al die informatie versnipperd is over meerdere (overheids-)portalen. Dan heeft de gebruiker er nog niet veel aan.” Volgens Ine de Visser is de meerwaarde van het Nationaal Georegister dat je op één plaats alle geo-informatie kunt vinden die te hergebruiken is. Vaak met directe links naar een service of een downloadbaar bestand, maar ook met de contactinformatie om minder gebruikte datasets op te vragen. “Het is prima om het vervolgens deels door te leveren naar Data.overheid.nl of andere portalen, wat toch een bredere en andere doelgroep heeft. Data.overheid.nl herbergt niet alleen geogegevens, maar ook andere gegevens, die direct zonder kosten opvraagbaar zijn.”

Dat het Nationaal Georegister voldoet aan een grote behoefte, bewijzen de cijfers. Het Nationaal Georegister scoort maandelijks boven de miljoen hits en inmiddels zijn er meer dan honderd organisaties die er hun metadata in publiceren. Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen, maar ook steeds meer bedrijven, stichtingen en verenigingen. “Zoals bijvoorbeeld de vereniging sportvisserij Nederland die visvijvers registreert.” De groei komt ook omdat het Nationaal Georegister het Nederlandse portaal is van INSPIRE, de Europese richtlijn die ervoor zorgt dat milieugerelateerde geo-informatie van alle EU-lidstaten doorzocht, bekeken en gedownload kan worden. “Alles wat voor INSPIRE uitwisselbaar moet zijn wordt, via de metadata, gepubliceerd in het NGR. Al die gegevens krijgen een apart kenmerk waardoor het ook direct doorgeleverd  wordt naar het Europees INSPIRE-portaal. Daar hoeft de data-aanbieder zelf niets aan te doen.”

Besparingen

Ook voor management en bestuurders is het Nationaal Georegister een nuttig instrument. Dat heeft vooral te maken met het open data-beleid van de overheid. Dankzij het Nationaal Georegister hoef je als overheidsorganisatie niet te investeren in een eigen portaal. Het is er al en het kost overheden niets. Het enige dat overheden moeten doen is zich eenmalig registreren en dan kunnen ze gegevens via metadata publiceren.” Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant van het verhaal focust wat meer op het gebruik. “In het Nationaal Georegister staan onder meer gegevens over natuur, ondergrond, omgevingsplannen of rijksmonumenten. Die zijn gemakkelijk doorzoekbaar. Het betekent dat je als gemeente, of als adviesbureau dat voor zo’n gemeente werkt, niet iedere keer in de telefoon hoeft te klimmen om al die gegevens bij elkaar te harken. Bij het maken van een nieuw plan heb je in de meeste gevallen toch gegevens van andere overheden nodig. Dat kost tijd, ook al omdat je vaak niet direct weet bij wie je moet zijn. In het Nationaal Georegister ligt die informatie in de metadata vast. Dat scheelt snel vijf telefoontjes per dataset.”

Monitoring

Om de kwaliteit van de gegevens in het Nationaal Georegister te borgen, vindt er monitoring plaats. Geonovum bewaakt het kwaliteitsniveau van de metadata in het Nationaal Georegister, zolang dit niet door gebruikers rechtstreeks of een community word opgepakt. “Bronhouders worden gewezen op de consequentie van onjuiste of onvolledige beschrijvingen; daar waar de data niet vindbaar of bruikbaar is”, zo schetst De Visser. “Waar de monitoring vooral voor bedoeld is dat de gebruiker ook daadwerkelijk de data kan gebruiken. Dat hij er zeker van mag zijn dat de links werken, dat de opgenomen e-mailadressen correct zijn en dat gebruiksvoorwaarden aanwezig zijn. Dat zijn de drie hoofdpunten waarop de monitoring wordt uitgevoerd. We bekijken dan ook niet de hele metadatabeschrijving, maar alleen de dingen die je voor hergebruik van data nodig hebt.”

Gegevens in het Nationaal Georegister die een langere periode niet voldoen zullen in de toekomst wellicht ook niet meer zichtbaar zijn. “Daardoor krijgt de gebruiker alleen kwalitatief goede gegevens.” Dat zal niet direct het geval zijn. De insteek is dat die beschrijvingen worden aangepast zodat de data weer te vinden en te gebruiken is. Daarbij wordt ook hulp geboden om dat voor elkaar te krijgen.

Ontwikkelingen

Als het gaat om nieuwe ontwikkelingen rondom het Nationaal Georegister, zijn er twee sporen. Begin september is een bijeenkomst gehouden met een aantal gebruikers. Het streven is  de gebruiker een actievere rol te geven om wensen te inventariseren en richting te bepalen. Een andere ontwikkeling heeft betrekking op de mogelijke komst van een lichte variant om datasets te publiceren: PDOK light. “Die variant zou onder meer de mogelijkheid bieden om gemakkelijk bestanden up te loaden. Wat er nu in het Nationaal Georegister zit zijn vooral beschrijvingen met een link naar services. Dat kost vaak iets meer moeite om te maken. We willen een laagdrempelige toepassing maken waarmee overheden kunnen voldoen aan het open data-beleid van het kabinet, waarin  wel de minimale metadatainformatie wordt beschreven maar veel dingen automatisch ingevuld zijn. Tegelijk moet het een toepassing zijn waar een andere zoekinterface op zit zodat  de ‘niet geo specialist’ relatief gemakkelijk data kan vinden voor hergebruik. Daar werken we aan…”

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer