OpinieDe voordelen van publiek-private samenwerking

0

Vrijheid, innovatie en doen wat je het beste kan. Publiek-private samenwerking (PPS) biedt vele voordelen.

– OPINIE – Roeland van der Vliet

Door PPS-constructies is er meer vrijheid voor samenwerkende partijen om invulling te geven aan een project. Het stimuleert vaak innovatie en het gebruik van nieuwe technieken. Daarnaast kan elke partij doen waar hij goed in is. Stichting StadSPOORT sprak met het hoofd Vastgoedontwikkeling van gemeente Rotterdam, Floor de Groot over de ontwikkeling van een multifunctioneel centrum in Rotterdam Lombardijen.

Het Educatief Centrum Lombardijen (ECL) is een voorbeeld van een publiek-private samenwerking (PPS). Dit project is door een samenwerking tussen het Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente Rotterdam en Woningcorporatie Com-wonen tot stand gekomen. Dit ontmoetingscentrum voor de wijk herbergt onder andere een appartementencomplex, een schoolgebouw, een bibliotheek, een parkeergarage, een kinderopvang en een grote multifunctionele aula. Een gebouw voor meerdere doelgroepen met een duidelijk maatschappelijk nut.

Perspectief

Het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam werkt sinds twee jaar volgens een Meerjaren Perspectief Rotterdams Vastgoed. Dit betekent dat er bij de ontwikkeling van het vastgoed in de gemeente de maatschappelijke meerwaarde leidend is. Op deze manier wordt er een bijdrage geleverd aan het realiseren van de beleidsdoelen van de gemeente.

Bij het Ontwikkelingsbedrijf wordt er gewerkt volgens het ‘markt, tenzij…’ principe. Dit houdt in dat de gemeente alleen zaken (her)ontwikkelt, die niet door de markt worden opgepakt en waaraan wel behoefte is. De bijdrage die er wordt geleverd aan het maatschappelijk nut speelt hierbij een grote rol.

Dit principe is duidelijk terug te zien in de manier waarop het ECL tot stand is gekomen. Twee jaar geleden besloot Woningcorporatie Com-wonen dat zij een ontmoetingsplaats voor de wijkbewoners van Rotterdam Lombardijen wilde creëren. Om de financiering van het project rond te krijgen, betrok de woningcorporatie de gemeente Rotterdam erbij.

Op initiatief van het Ontwikkelingsbedrijf is toen samen met een aantal beleidsdiensten voor de financiële dekking gezorgd. Tussen de woningcorporatie en het Ontwikkelingsbedrijf is toen overeen gekomen dat de gemeente verantwoordelijk was voor het deel waar uiteindelijk het educatieve centrum, de nieuwe wijkbibliotheek en de basisschool in terecht zouden komen. Zij zijn nu eigenaar van het maatschappelijke gedeelte van het complex.  

Duidelijke afspraken

In een ontwikkelingsovereenkomst zijn duidelijke afspraken gemaakt over tussen beide partijen over de verdere ontwikkeling van het complex. Vanuit het Ontwikkelingsbedrijf heeft projectmanager Ir. Roelande Zoethout bijgedragen aan de realisatie van het ECL.

Een kenmerk van publiek-private samenwerking is dat meerdere partijen samenwerken aan één project en elke partij hierbij het deel voor zijn rekening neemt waar hij het beste in is. Een ander kenmerk van een PPS-constructie is dat er meer gestuurd wordt op het gewenste einddoel (de 'output') van een project. Dit in tegenstelling tot de meer traditionele vormen van aanbesteding waarbij de wijze van uitvoering vaak voor een groot deel door de overheid al vast wordt gelegd in een bestek en/of Programma van Eisen.

Input

Marktpartijen krijgen dus de vrijheid om de uitvoering (de 'input') naar eigen inzicht vorm te geven. Binnen PPS-constructies worden verschillende contractsvormen gebruikt. Er zijn bijvoorbeeld contracten waarbij de samenwerkende partijen de vrijheid krijgen om het ontwerp en de bouw naar eigen inzicht te ontwerpen binnen de geschetste kaders van de opdrachtgever (vaak Design & Build-contracten).

Een verder gaande vorm zijn de DBFM-contracten (Design, Build, Finance & Maintain) waarbij de samenwerkende partijen niet alleen voor de bouw en het ontwerp, maar ook verantwoordelijk zijn voor de financiering en het beheer. Voor een gemeente betekent dit dat hun rol als opdrachtgever sterk ontwikkeld moet zijn en dat er duidelijke kaders moeten worden gesteld.

De huidige regering heeft als één van haar speerpunten een kleinere overheid. Veel gemeenten zijn zich nu ook aan het bezinnen op hun kerntaken. Dit kan betekenen dat er in de toekomst vaker in PPS-constructies wordt gewerkt. Voor gemeenten heeft dit als gevolg dat ze meer in de regierol gaan zitten en zich sterk moeten richten op het ontwikkelen van hun rol als professioneel opdrachtgever. De vraag is alleen, zijn gemeenten hier klaar voor? En zijn zij wel bereid hun huidige vorm van werken aan te passen?


Roeland van der Vliet is kennisregisseur bij Stichting StadSPOORT.

Volg Gemeente.nu via Twitter.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer