Drie bekostigingsmodellen voor zorg en welzijn

0

De Jeugdzorg, Wmo en begeleiding moeten allemaal worden betaald, maar hoe? De verschillende bekostigingsmodellen kennen ieder hun eigen voor- en nadelen.

Na deze Eerste inventarisatie bekostigingsmodellen voor de stelselwijziging van de Jeugdzorg is er nu een nadere uitwerking, die ook geldt voor de bekostiging van de Wet maatschappelijke ondersteuning. “Deze handreiking beschrijft een aantal basisvormen voor bekostiging, waarbinnen verschillende varianten mogelijk zijn”, staat in de uitleg van het TransitieBureau Wmo.

“De geschetste bekostigingsvormen zijn geen advies maar een toelichting op de werking van deze vormen met daarbij steeds een overzicht van relevante overwegingen, varianten, uitdagingen en aandachtspunten.” En ja, uitdagend is het. Ook de ondersteuning en begeleiding gaan van de AWBZ naar de Wmo. De persoonlijk verzorging niet, als het ligt aan staatssecretaris Martin van Rijn.

AWBZ-taken
Hoe dan ook is het aan de gemeenten te kiezen welke manier van bekostigen tot de beste resultaten zal leiden. Wat dat betreft is het niet gek te kijken hoe de AWBZ-taken momenteel worden bekostigd. Dit gaat volgens het zogeheten PxQ-model, dat aanbieders stimuleert om productie te draaien. In de handreiking wordt dan ook gewaarschuwd voor deze manier van doen.

“Indien gemeenten er voor kiezen om de huidige of een vergelijkbare vorm van bekostigen te hanteren, dan dienen er aanvullende afspraken te worden gemaakt om de prikkel om zoveel mogelijk ondersteuning te leveren te beheersen”, is het advies.

Verschil Wmo en Jeugdzorg
Integraal werken, wie wil dat niet? Het goede nieuws: vanuit een bekostigingsoogpunt is dit ook mogelijk. “De basisvormen van bekostiging die voor jeugdzorg kunnen worden gebruikt verschillen in essentie niet van de basisvormen die in deze handreiking voor de Wmo worden beschreven. Wat dat betreft is het spectrum van vormen van bekostiging voor gemeenten die de verschillende transformaties in het sociale domein in samen hang willen organiseren redelijk overzichtelijk.”

Punt is wel dat het binnen de Wmo meestal gaat om basisondersteuning waar het binnen de Jeugdzorg vooral om specialistische ondersteuning gaat. “Dat heeft gevolgen voor de keuze van een vorm van bekostiging.”

Drie bekostigingsmodellen Wmo
De handreiking komt met drie bekostigingsmodellen voor de Wmo:

1) Productiebekostiging
Een vorm van bekostiging waarbij de gemeente met een aanbieder vooraf diensten, activiteiten of trajecten definieert. De betaling vindt plaats overeenkomstig de per dienst, activiteit of traject overeenkomen prijs. Dit kan ook een verzameling van diensten, activiteiten of trajecten zijn.

2) Populatiegerichte bekostiging
Een vorm van bekostiging waarbij de gemeente met een aanbieder voor een afgebakende groep  burgers (deelpopulatie of geografische afbakening) een maatschappelijke taak of opdracht overeenkomt en deze betaalt voor het behaalde (meetbare) resultaat bij deze maatschappelijke taak of opdracht voor deze groep.

3) Functiegerichte bekostiging
Een vorm van bekostiging waarbij een gemeente betaalt voor de beschikbaarheid van een met een aanbieder overeengekomen functie.

Vanaf pagina 16 van de handreiking zijn de variaties bij deze basisvormen en hun voor- en nadelen op een rij gezet. Ook worden voorbeelden genoemd van gemeenten die voor het een of ander kiezen, waarbij een kort uitleg volgt over hun invulling van deze keuzen. Het derde deel van de handreiking (vanaf pagina 37) gaat over het combineren van de verschillende modellen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer