Hoe de G4 start met ict-samenwerking

1

Miljoenen besparen door samenwerking aan het stelsel van basisregistraties? Ook grote steden zien de mogelijkheden, en de basisgemeente aan de horizon. “Thorbecke had weinig verstand van ict.”

 

Den Haag en Rotterdam trappen af, letterlijk. In het Kyocera Stadion van de voetbalclub ADO staan Hans Nijman en Jan Willem Duijzer klaar voor de officiële aftrap van hun ict-samenwerking.  De chief information officers (cio) van de gemeenten tikken een bal rond de middenstip heen en weer.

Na deze opening van dit seminarStelselmatig samenwerken; verder met basisregistraties komen de mannen in pak van het veld en ter zake.

De vraag is waarom ze kiezen voor samenwerking als ze qua schaal zelf de capaciteit in huis hebben. “Je moet juist de vraag stellen waarom we dit op verschillende manieren doen”, zegt Nijman, de cio van Rotterdam. “Op korte termijn willen we ook als G4 samenwerken op dit gebied.” Op die manier zou de metropoolregio voor een groot deel aan elkaar zijn geknoopt. De grote gemeenten maken dan gebruik van elkaars systemen en kennis.

“Het is een stokpaardje van me”, vult collega Duijzer aan, “maar Thorbecke had weinig verstand van ict.” De informatiebazen kijken heel nuchter naar de mogelijkheden. “Het systeem in Rotterdam werkt goed genoeg”, verklaart de Haagse cio. “Daar maken wij graag gebruik van. Ik heb geen enkele behoefte dat nog eens na te rekenen om mogelijk een nog wat mooier wiel uit te vinden.”

Miljoenen

Later legt Duijzer uit dat Rotterdam en Den Haag de kosten voor hun organisatie ook precies door twee delen. “Het gaat ongeveer om 600.000 euro, wat nu door twee gemeenten wordt opgebracht.” Meer winst is bijvoorbeeld te halen bij het financieel beheer, onderhoud en licenties. “Het gaat om bedragen tussen de 10 en 15 miljoen euro”, weet de cio. “Voor beide gemeenten; maar niet als je dit samen doet.”

In dat geval zou het gaan om hetzelfde bedrag, maar dan voor twee gemeenten. Als de andere twee grote steden van de G4 aanhaken, wordt navenant bespaard. Maar de licenties dan? Die worden intellectueel eigendom van de samenwerkingsorganisatie: community geheten. “Die maken geen verschil.”

Basisgemeente

Programmamanager Arend van Beek van het Stelsel kern- en basisregistraties in Den Haag schetst in grote lijnen de bouwstenen voor de samenwerking van de gemeenten. Over de toekomst van het stelsel zegt Van Beek: “De toekomst is de basisgemeente.”

Zijn Rotterdamse collega Jaap Dekker gaat tijdens een deelsessie van het seminar de diepte in. “Vanaf 2010 zijn we begonnen. Vanaf 2011 deed Utrecht mee. Toen startten we ook meerdere projecten, met meer en minder succes.” In de tussentijd werd een studie gedaan naar de gewenste organisatievorm.

De gemeenten hebben gekozen voor een beheerdermodel voor generieke oplossingen en een publiek domein-model voor specifieke oplossingen. “Dit op basis van een raamovereenkomst op hoofdlijnen”, verklaart Dekker. “We willen de mogelijkheden niet dichttimmeren, maar juist ruimte laten voor uitbreiding.”

De leiding van de community ligt bij de cio’s. Het besluit voor de organisatie is goedgekeurd door de colleges van burgemeester en wethouders.

Kosten

Andere gemeenten kunnen meedoen. “Samen dragen we bij aan de kosten, maar we sturen elkaar geen rekening, want die is al afgerekend door de belastingbetaler. Vandaar de naam community.”

 

 

Volg Gemeente.nu via Facebook >>

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

Reageer