OpinieKostenbeheersing in de Wmo

6

De kosten in de Wmo lijken de pan uit te rijzen en zijn voor veel gemeenten inmiddels moeilijk te dragen. Met de aankomende forse bezuinigingen zullen gemeenten goed de knip op de beurs moeten houden. Maar hoe?

– COLUMN – Diana Hermans- Dassen

Kostenverhogende factoren:

keuzevrijheid en recreatie

Een

factor die de kosten verhoogt, is artikel 6 lid 1 Wmo. Dit artikel bepaalt dat een

persoonsgebonden butget (pgb) vergelijkbaar moet zijn met een voorziening in

natura. Veel gemeenten hebben afspraken gemaakt met bepaalde zorgaanbieders

waardoor zorg met korting kan worden ingekocht. Dat is prettig voor de

gemeente, maar niet voor de keuzevrijheid van de belanghebbende. De wetgever

vindt het belangrijk dat belanghebbenden – indien gewenst – hun zorg zelf

kunnen regelen.

Uitspraken van onder andere de Centrale Raad van Beroep (CRvB)  laten zien dat het pgb gelijk moet zijn

aan een voorziening in natura: de cliënt moet uit dat budget vergelijkbare zorg

kunnen inkopen die hij zonder pgb in natura had ontvangen. Soms kan de cliënt

met een pgb ook met korting terecht bij de gecontracteerde zorgaanbieder, maar

ook dan is er van keuzevrijheid geen sprake.

Pgb

De gemeente moet bij het

vaststellen van het pgb rekening houden met het feit dat de cliënt misschien

zijn zorg wil inkopen bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Ook als die

aanbieder een hoger tarief heeft, zal de gemeente daaraan tegemoet moeten komen.

Een

ander punt waardoor de kosten onbeheersbaar lijken te worden, is de stroom van

aanvragen in verband met recreatie. Ik hoor in mijn praktijk als interim-jurist

bij Yacht steeds vaker geluiden bij verschillende opdrachtgevers over aanvragen

voor de meest exotische voorzieningen: een zitski, een navigatiesysteem voor

blinden en een scootmobiel speciaal voor jachtpartijen.

Nu kan de gemeente dat

soort aanvragen direct afwijzen, maar dan kan de gemeente nog wel eens van een

koude kermis thuiskomen. Er ligt namelijk een uitspraak van de rechtbank

Zwolle-Lelystad
die stelt

dat recreatie binnen de Wmo belangrijk is. Aanvragen die puur recreatief

bedoeld zijn, kunnen dus niet zomaar van tafel worden geveegd.

Kostenbesparende

oplossingen

Hoe

kan de gemeente de kosten dan toch enigszins onder controle houden? Er is een

kleine opening. De cliënt mag weliswaar kiezen voor de door hem gewenste

kwaliteit en de gemeente hoort het pgb zodanig aan te bieden dat de cliënt die

zorg kan inkopen, maar de CRvB laat ook wat ruimte om het tarief een beetje

lager vast te stellen. Voorwaarde is dat de gemeente kan aantonen dat voor

lagere tarieven zorg kan worden ingekocht van vergelijkbare kwaliteit als de

gecontracteerde zorg.

De

gemeente dient daarnaast met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager

rekening te houden. Tot hoever die plicht reikt is moeilijk te zeggen. De rechtbank

Zwolle-Lelystad oordeelt dat de aanvraag van een driewieler voor recreatief

gebruik niet zomaar zonder onderzoek kan worden afgewezen. De vraag moet steeds

zijn: wat blijft er over van het maatschappelijk leven als een bepaalde

essentiële recreatieve activitieit wegvalt? De uitspraak is in ieder geval geen

vrijbrief voor elke aanvraag die in het kader van recreatie wordt ingediend.

Eigen bijdrage

Een

andere mogelijkheid om de kosten te beheersen is het vragen van een eigen

bijdrage of eigen aandeel. Op die manier krijgt de gemeente in ieder geval nog

een deel van de kosten terug van de cliënt. Aan die eigen bijdrage/aandeel zijn

wel grenzen gesteld: de maximumgrens is natuurlijk de kostprijs van de

voorziening, anders zou de gemeente er nog op verdienen.

Tevens

kan wellicht ook een inkomensgrens worden gehanteerd. Mensen met een hoog

inkomen krijgen geen hulp van de gemeente omdat ze dat zelf moeten kunnen

betalen.

Daarnaast

kan er worden bezuinigd door het opzetten van algemene voorzieningen. Denk

bijvoorbeeld aan een rolstoelpool, scootmobielpool, boodschappendienst en

klusservice. Als mensen gebruik kunnen maken van een algemene voorziening,

hoeft er geen (duurdere) individuele voorziening verstrekt te worden.

Een

laatste mogelijkheid is misschien het in mindering brengen van algemeen

gebruikelijke kosten – kosten die een persoon zonder beperkingen in dezelfde

financiële positie ook zou maken. Of dat in de Wmo is toegestaan is nog niet

duidelijk.

Conclusie

Voorlopig

zullen gemeenten de grenzen nog even moeten blijven aftasten. Dat betekent niet

dat gemeenten niet alvast creatief kunnen zijn mogelijkheden om te bezuinigen.

Denk bijvoorbeeld ook aan het verstrekken van voorzieningen in bruikleen

(rekening houdende met de keuzevrijheid), zodat ze eventueel kunnen worden

hergebruikt.

Volg Gemeente.nu via Twitter.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

6 reacties

  1. Ramon Blenderman Wmo Academie op

    Gemeenten kunnen ook bezuinigen door anders om te gaan met de benadering van hun burgers met Wmo aanvragen. In het licht van ?de Kanteling? kiezen steeds meer gemeenten er voor om de zelfredzaamheid te bevorderen van de burger met een participatieprobleem.
    Een goed opgeleide Wmo consulent is in veel voorkomende gevallen in staat om de burger in ?het goede gesprek aan de keukentafel? te motiveren om gebruik te maken van eigen kracht en mogelijkheden. De rol van de Wmo consulent richt zich daarbij veel meer op het samen met de burger op zoek gaan naar passende oplossingen die de eigen zelfredzaamheid vergroten. De Wmo Academie helpt gemeenten bij deze Kanteling en heeft vanuit een innovatieve visie al vele succesvolle ontwikkelingtrajecten gerealiseerd die naast kostenreductie tot tevreden burgers en duurzame participatiebevordering leiden.
    Ramon Blenderman, Wmo Academie

  2. Jan kamphuis op

    Een verdere besparing door efficientere administratieve processen door betere controle tussen indicatie, CAK en factuurgegevens (www.kamphuisgroep.nl/?wmo) of door uitbesteding van de processen (www.stipter.nl) is ook een optie.

  3. Diana Hermans-Dassen op

    Er zijn legio mogelijkheden om te bezuinigen. Een daarvan is zonder meer om de mogelijkheden van de cli?nt z?lf te inventariseren (de financi?le draagkracht). Mantelzorg kan ook een voorbeeld zijn van een oplossing die binnen de eigen mogelijkheid van cli?nt valt. Daarbij is echter het probleem dat mantelzorg niet afdwingbaar is.
    Gelet op artikel 4 lid 2 Wmo moet het college bij het bepalen van de voorziening rekening houden met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.

    Het is de vraag op welke manier rekening mag worden gehouden met die financi?le capaciteit. Hierover is nog geen jurisprudentie, al heeft de CRVB in diverse uitspraken overwogen dat het college op grond van artikel 4 lid 2 Wmo rekening moet houden met de vraag of, en zo ja in hoeverre bij belanghebbende sprake is van financi?le draagkracht om zelf in de kosten van maatregelen te voorzien. Uit de kamerstukken volgt dat het voor de hand ligt dat gemeenten bij het beoordelen van de draagkracht van de cli?nt op dezelfde manier te werk gaan als bij de eigenbijdrageregeling. Het is in ieder geval niet geoorloofd om het vermogen van belanghebbende te betrekken bij de afweging of de voorziening financieel is te dragen.

    In de toelichting op het Besluit maatschappelijke ondersteuning staat verder het volgende: “Als de aanvrager in staat is de voorziening zelf te regelen ?n de financi?le middelen heeft deze zelf te betalen, komt hij niet in aanmerking voor verstrekking van de voorziening, of het geld daarvoor, op grond van de Wmo. Het is aan het college van burgemeester en wethouders zelf om te bepalen wanneer het compensatiebeginsel tot deze uitkomst leidt. (?) De eerste vraag is dus of de aanvrager in staat is zelf in de voorziening te voorzien. Is dat niet het geval en wordt de voorziening toegewezen, dan komt pas het vraagstuk van de eigen bijdrage aan de orde. Ook dan kan het zijn dat de aanvrager de volledige kostprijs zelf moet betalen. Gezien het compensatiebeginsel valt daarbij te denken aan een persoon die wel de financi?le middelen heeft, maar niet in staat is om de voorziening zelf te regelen.?

    Tot slot: De VNG heeft een inventarisatie gemaakt van besparingsmogelijkheden voor invididuele voorzieningen binnen de Wmo, zie voor meer besparingsmogelijkheden http://www.vng.nl/Documenten/Extranet/Wmo/Besparing_ind_voorz_Wmo_def.pdf

  4. Marjolein Huijskes op

    Ik vraag mij af waar Diana Hermans heeft gelezen dat art 4 lid 2 niet zou mogen worden toegepast op het vermogen van een burger, financi?le draagkracht is financi?le draagkracht. Graag wat meer onderbouwing voor die stelling!

  5. Diana Hermans-Dassen op

    In reactie op de vraag van Marjolein Huijskes wil ik graag aangeven dat in TK 2005-2006, 30 131, nr. C op pagina 21 en 38 staat aangegeven dat het vermogen van de aanvrager buiten beschouwing dient te blijven. De regering achtte het bij de invoering van de Wmo niet gewenst om een vermogenstoets te introduceren.

    Overigens blijkt uit het Bestuursakkoord 2011-2015 dat het Rijk en de VNG zo spoedig mogelijk gaan onderzoeken of een vermogenstoets in de Wmo kan worden ingevoerd. Het bestuursakkoord is te raadplegen via de volgende link: http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2011/04/21/bestuursakkoord-over-decentralisatie.html (zie pagina 52 voor de relevante passage over de vermogenstoets).

Reageer