Proefschrift: ‘Meer met minder werkt niet’

1

Decentralisatie van beleid bij een gelijktijdige verlaging van financiële middelen belooft weinig goeds. De nationale overheid vraagt wel erg veel van het vermogen van gemeenten om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

Dat concludeert Wouter Jans in het proefschrift Policy Innovation in Dutch Municipalities. Jans is donderdag 10 december gepromoveerd aan de faculteit Behavioural Management and Social sciences (BMS) van de Universiteit Twente.

Onder invloed van de economische crisis, de bezuinigingen en de door decentralisaties sterk veranderde bestuurlijke verhoudingen wordt (te) veel gevraagd van het vermogen van gemeenten om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

Jans onderzocht hoe innovatief Nederlandse gemeenten zijn in het uitvoeren van door de nationale overheid gedecentraliseerde beleidstaken. Vier innovaties zijn vergeleken. De eerste twee kregen gemeenten door de nationale overheid opgelegd en waren ze verplicht in te voeren voor een bepaalde deadline: de invoering van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de realisatie van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Bij de andere twee hadden gemeenten een vrijwillige keuze om wel of niet te innoveren: hier betrof het de realisatie van e-democracy applicaties op gemeentelijke websites en de inhoudelijke ontwikkeling van lokaal prostitutiebeleid na de opheffing van het bordeelverbod in 2000.

Decentralisatie-these

Aan de gevalsstudies wordt de decentralisatie-these getoetst; die stelt dat bij de ontwikkeling van het lokale beleid, gemeenten gehoor geven aan lokale prioriteiten en lokale behoeften en eisen van hun burgers. Daartegenover staat als alternatieve hypothese dat niet de motivaties van gemeenten bepalen in hoeverre ze innovatief zijn in de uitvoering van gedecentraliseerd beleid, maar dat de hoeveelheid lokale belemmeringen en lokale organisationele hulpbronnen bepalen in hoeverre er wordt geïnnoveerd.

Jans concludeert: ‘Gemeentelijke innovatie in een gedecentraliseerde context wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van voldoende hulpbronnen om te kunnen innoveren en niet zozeer door lokale behoeften en prioriteiten.”

“Omdat gemeenten maar zeer beperkt in staat zijn gebleken beleid te ontwikkelen, vormen de onderzochte innovatiecases een nuancering van de decentralisatie-these: decentralisatie van beleid en een gelijktijdige verlaging van financiële middelen is een niet erg veelbelovende combinatie”, aldus de Twentse promovendus.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

  1. L Berenschot op

    De meest schrikbarende conclusie van dit onderzoek is dat gemeentelijke innovatie vooral wordt bepaald door het budget in plaats van lokale behoeften en prioriteiten. Kijkend naar het sociaal domein vrees ik dat het nog waar is ook.. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen – gemeenten die de voorhoede van echte innovatie vormen. Ik roep de staatssecretaris op om die in de schijnwerpers te zetten in plaats van achter incidenten aan te hollen!

Reageer