Sport-zorgprojecten werpen vruchten af

1

Het inzetten van sport in de hulp(verlening) aan jongeren werkt. Het programma ‘Meedoen Alle Jeugd door Sport’ is zeer succesvol voor jeugd en verenigingen.

In 2006 stelden de ministeries van Volkgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Wonen, Wijken en Integratie (WWI) het programma Meedoen alle jeugd door sport in. Het programma kende een looptijd tot 2011, met een investering van 70,5 miljoen euro. 538 verenigingen van negen bonden namen verspreid over elf gemeenten deel aan het programma.

Doel van Meedoen was zoveel mogelijk (allochtone) jongeren, met name uit kansarme stadswijken, naar sportverenigingen toe te leiden. Naast het vergroten van de sportdeelname onder jongeren – met speciale aandacht voor allochtone meisjes – werd het vergroten van de betrokkenheid van ouders beoogd.

Prominent onderdeel van Meedoen is het project sport-zorgtrajecten. In nauwe samenwerking tussen verschillende sportbonden, organisaties voor Jeugd & Opvoedhulp en sportverenigingen wordt sport aangeboden aan jongeren met opvoed- en opgroeiproblemen.

Doel daarbij is door middel van sport een bijdrage leveren aan de aanpak van probleemgedrag en problemen van jongeren, om zo uitval van deze jongeren uit de samenleving te voorkomen en/of participatie in de samenleving te realiseren.

Sport Zorgt
Uit de evaluatiestudie 'Sport Zorgt', uitgevoerd door DSP-groep in opdracht van Jeugdzorg Nederland, blijkt dat meer dan 75 procent van de deelnemende jongeren baat heeft bij sportdeelname. Bij hen is een gedragsverbetering te zien op het gebied van onder andere sociale vaardigheden, zelfbeeld, zelfdiscipline en doorzettingsvermogen. Bovendien stroomt dankzij deze manier van kennismaken met sport één op de drie jongeren door naar de reguliere sport. 

De evaluatiestudie laat ook zien dat een aantal ingrediënten belangrijk is voor een aansprekend en succesvol sport-zorgtraject. Zo moet er sprake zijn van een sportaanbod dat past bij de problematiek van de jongeren en van de inzet van een capabele trainer met kennis van of affiniteit met de doelgroep. Daarnaast zijn structurele samenwerking en goede afstemming tussen de sport en de jeugdzorg van belang. Sportplezier bij de jongeren is echter de belangrijkste voorwaarde.

Opbrengsten
In opdracht van het ministerie van VWS heeft het W.J.H. Mulier Instituut de opbrengsten van het programma in kaart gebracht en verwerkt in de eindrapportage Opbrengsten van Meedoen .

Mede door Meedoen wisten de betrokken bonden ruim 27.000 nieuwe (allochtone) jeugdleden te werven, gemiddeld 50 per deelnemende vereniging. Ook allochtone meisjes werden bereikt, maar de achterstand in clubsportdeelname blijft onder deze groep het grootst. De betrokkenheid van allochtone ouders groeide, maar blijft een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren.

Gemeenten
De gemeente heeft een belangrijke faciliterende rol gespeeld bij het succes voor de verenigingen. Het inzetten van het lokale netwerk van de gemeente en het onderbrengen van de verenigingen in dit lokale netwerk hebben veel mogelijkheden geboden. Eén van de die belangrijke mogelijkheden is dat dankzij dit netwerk de kans in gecreeërd om kennismakingsactiviteiten op scholen te organiseren. Vooral op scholen in buurten waar veel allochtonen wonen, opende dit veel nieuwe deuren.

Voor het project was besloten om 70% van de gelden via de sportbonden te verstrekken. Tot nu liep de financiering altijd via de gemeenten bij dit soort projecten. Uit het rapport blijkt dat gemeenten in eerste instantie zeer scptisch stonden tegen het direct toekennen van geld aan de bonden. Maar dat ook zij nu onderschrijven dat het betrekken van de bonden één van de belangrijkste factoren was in het succes van het programma.

Vangnet
Juist omdat er in de samenwerking met andere partijen is geïnvesteerd, is er volgens de verenigingen nu een stevig vangnet aanwezig. Ruim tachtig procent van de verenigingsbestuurders zegt vertrouwen te hebben dat de Meedoen-activiteiten worden voortgezet en dat de opbrengsten (deels) behouden zullen blijven. Of zij die belofte waar kunnen maken blijft overigens wel de vraag. De financiering vanuit het ministerie aan verenigingen stopt en hiermee dreigen ook ondersteunende personen weg te vallen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

  1. Positief berichtje over dat dit soort activiteiten dus echt wel nut kunnen hebben.
    Helaas hebben we nu een partij in dit land die niet van dit soort linkse hobby’s houdt, dus ik vrees dat er binnenkort niet zoveel geld meer voor wordt vrijgemaakt.

Reageer