Nationale Politie: 10 regio’s en 43 districten

0

Het concept Inrichtingsplan Nationale Politie is beschikbaar. Minister Opstelten heeft het plan 25 juni ter consultatie toegestuurd aan de Eerste Kamer.

Het inrichtingsplan geeft de organisatiestructuur van de nationale politie weer. Het plan beschrijft:

  • de inrichting van de regionale eenheden
  • de landelijke eenheid
  • het politiedienstencentrum

Oorspronkelijk zou de consultatie pas plaatshebben na aanvaarding van de nieuwe Politiewet door de Eerste Kamer. Omdat de Eerste Kamer het concept-inrichtingsplan graag wil ontvangen voor de plenaire wetsbehandeling, heeft minister Opstelten besloten het inrichtingsplan nu al ter consultatie aan te bieden. Pas na de consultatie wordt het inrichtingsplan door de minister definitief vastgesteld

Organisatie

Er zullen tien regionale eenheden zijn die onderverdeeld worden in kleinere territoriale onderdelen. In het inrichtingsplan valt te lezen dat de indeling naar aanleiding van nauw en veelvuldig overleg tuusen politie en bestuur tot stand is gekomen.

Elke regio wordt onderverdeeld in districten. “Elk district wordt vervolgens weer geografisch verdeeld in robuuste basisteams, waarbinnen – lokaal verankerd – de gebiedsgebonden basispolitietaa gestalte krijgt”, aldus het plan. Een basisteam kan meerdere gemeenten omvatten, één gemeente omvatten of in het geval van de grootste gemeenten delen van gemeenten omvatten.

Regio Districten Basisteams
Noord Nederland 3 16
Oost Nederland 5 28
Noord Holland 3 10
Amsterdam 4 17
Midden Nederland 5 18
Den Haag 7 29
Rotterdam 6 17
Oost Brabant 3 9
Limburg 3 12
Zeeland – West Brabant 4 12
Totaal 43 168

Basisteams

Beoogde kerntaken van de basisteams zijn:

• Gebiedsgebonden en probleemgericht werken, netwerken (wijkzorg);

• Toezicht en handhaving van wet- en regelgeving;

• Verlenen van noodhulp;

• Opsporen (afhandeling van veel voorkomende criminaliteit);

• Intake (receptiefunctie, opvang publiek, opnemen aangiften);

• Aanpakken jeugdproblematiek;

• Horecatoezicht;

• Toezicht evenementen;

• Aanpakken huiselijk geweld;

• Uitvoeren executietaken;

• Uitvoeren korpscheftaken (bijvoorbeeld toezicht op boa’s);

• Uitvoeren milieutaken;

• Slachtofferzorg.

Sturing

Aan de basis van de sturing op regionaal niveau staat een beleidsplan van de regionale eenheid. Dit beleidsplan moet tenminste eens in de vier jaar vastgesteld worden door alle burgemeesters en de hoofdofficier van justitie. In het regionale beleidsplan wordt gestuurd op de prioriteiten en doelstellingen voor de regionale eenheid. “Het ligt voor de hand”, zo wordt in het inrichtsplan gesteld, “dat het regionale beleidsplan ingaat op bovenlokale veiligheidsvraagstukken, zoals de aanpak van criminaliteit, problematiek op het gebied van jeugd en de aanpak van drugs.”

Over de rol van burgemeesters wordt ook gesproken: ” De sturing op de aanpak van veiligheidsproblemen vindt plaats in de driehoeken en kan, afhankelijk van het onderwerp en de keuzes van het gezag daarbinnen, ook plaatsvinden in (integrale) stuurploegen die op districts- en/of regionaal niveau kunnen worden vormgegeven.”

Dat overleg zal dan wel door een burgemeester moeten worden geïnitieerd: ” Het driehoeksoverleg vindt plaats op gemeentelijk niveau indien de burgemeester daarom verzoekt. De burgemeester kan tevens verzoeken om het driehoeksoverleg op een bovenlokaal niveau in te richten.”

Organogram

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer