Oplossing voor medisch én maatschappelijke zorg

1

In de Utrechtse wijk Overvecht is een ambitieus traject opgezet: de ontwikkeling van een portaal waarin medische en maatschappelijke zorg samenkomen.

Meer eigen regie voor de burger, een wijkgerichte aanpak, werken met integrale teams om de bewoners te ondersteunen. Het zijn de bekende thema’s. In de Utrechtse wijk Overvecht – zo’n 33.000 inwoners – zijn drie jaar geleden de eerste stappen gezet. “We waren vroeg”, vertelt Ingrid Horstik, ontwikkelaar bij de Buurtteam Organisatie Sociaal. “Dat is ook echt een voorwaarde geweest voor de ontwikkelingen die nu plaatsvinden.”

Multiproblematiek
Horstik is vanuit de gemeente Utrecht voortrekker geweest van de pilot met sociale buurtteams in Overvecht. “Binnen die context zoeken we voortdurend naar manieren om tot die meer wijkgerichte aanpak te komen binnen het sociaal domein en de zorg. Een partij waarmee we al vroeg intensieve samenwerking zochten was de Huisartsenkliniek Overvecht. Het is een bekend gegeven dat kwetsbare mensen vaak ook gezondheidsproblematiek hebben. Of andersom: uit landelijk onderzoek weten we dat veertig procent van de mensen die bij de huisarts komen, andere klachten heeft dan lichamelijke. De vragen liggen vrijwel altijd op het maatschappelijk terrein. Het is geen wilde gok als ik denk dat dat percentage in de wijk Overvecht, een zogenoemde krachtwijk, hoger zal zijn. Er zijn behoorlijke gezondheidsachterstanden en er is veel multiproblematiek. Zo kan een buurtteammedewerker bij iemand langskomen om te helpen met schuldenproblematiek en tegelijkertijd zien dat de diabetesspuiten achter de koelkast zijn weggemoffeld. Vanuit dat soort ervaringen is het idee geboren om een digitaal portaal te bouwen waarin diverse vormen van zorg samenkomen.”

Eén digitale voordeur

“Met een digitaal portaal kun je de eigen regie van mensen ondersteunen”, vervolgt Horstik. “Het past in deze tijd en we zien hierin de uitgelezen mogelijkheid om gezondheidszorg en maatschappelijk zorg bij elkaar te brengen. We begonnen bovendien niet geheel bij nul, omdat er al een wijkportaal was, Wijkconnect. Hierop vinden bewoners allerlei informatie over hun wijk, zoals een prikbord, een agenda en evenementen. Maar zo’n portaal vanuit één zender is relatief eenvoudig. Het ontwikkelen en inrichten van een portaal waarbinnen meerdere partijen te vinden zijn is een stuk ingewikkelder. Er was bovendien – voor zover wij weten – nog geen enkel digitaal portaal waarin gezondheidszorg en maatschappelijke zorg achter een en dezelfde voordeur te vinden zijn.”

Verbindende factor
Voor de ontwikkeling van het portaal ‘Mijn Gezondheid in Overvecht’ is samenwerking gezocht met PAZIO, onderdeel van het UMC Utrecht. Zij bouwen portalen en adviseren organisaties bij het ontwikkelen en implementeren van e-health-diensten en portalen. Business Development manager Jasper Janssen: “Er spelen meerdere issues een rol op het vlak van online diensten in de zorg. Dat gaat van techniek, beveiliging, samenwerken, financiering, procesinrichting tot het enthousiasmeren van de eindgebruikers. Wij zijn daarin de verbindende factor. Wij organiseren al die processen die bij zo’n traject komen kijken.”

PAZIO biedt een digitale infrastructuur waarbinnen je verschillende onlinediensten en patiëntenportalen, van verschillende zorgaanbieders, op een centrale plek kunt aanbieden. Janssen: “Als je als gebruiker bent ingelogd kun je overal gebruik van maken. In het geval van ‘Mijn Gezondheid in Overvecht’ kun je bijvoorbeeld een afspraak maken met de huisarts, een buurtevenement opzoeken en chatten met het wijkteam. Sommige functies, zoals Wijkconnect, zijn direct benaderbaar. Voor de doktersdiensten, zoals het bekijken van laboratoriumuitslagen of huisartsdossier, moet je inloggen met DigiD.”

Meerwaarde

De infrastructuur staat, maar er is nog wel een weg te gaan voordat het portaal ‘volwassen’ is. Horstik daarover: “We zijn begonnen met het aansluiten van één huisartsenkliniek, maar er zijn er zeven in de wijk. Onze ambitie is om er elke drie maanden één aan te sluiten. En dan zijn er nog de andere zorgpartijen, zoals de thuisorganisaties en de eerstelijns-GGZ.” Janssen vult aan: “Daarbij is het best een uitdaging om die organisaties over de streep te trekken, omdat zij hun eigen werkprocessen en systemen hebben. Daar hebben ze in geïnvesteerd. Aan ons om te laten zien dat aansluiten bij ‘Mijn Gezondheid in Overvecht’ meerwaarde heeft. Onze inrichting, één deur met daarachter verschillende ingangen, kan de vrees weghalen dat ze hun eigen oplossingen overboord moeten gooien.”

Horstik: “Verder speelt nog de kwestie van het eigenaarschap, van wie is het portaal? En dat hangt weer samen met de financiering. Geld blijft een lastige kwestie. In de zorg vallen of staan dit soort innovaties bij kortetermijngelden en dan is het lastig om een vijfjarenplan op te stellen.”

Warm maken
En dan zijn daar natuurlijk nog de gebruikers. Horstik: “In eerste gaat het bij dit portaal om dienstverlening aan het publiek. We merken steeds meer dat mensen digivaardig moeten zijn om zich te handhaven in de maatschappij. Voor kwetsbare mensen kan zo’n portaal een middel zijn om zelf meer regie te pakken. Maar daar hebben ze in eerste instantie hulp bij nodig. We proberen aan te sluiten bij de cursussen digitale vaardigheden die de bibliotheek biedt. Van daaruit kunnen we ook vragen of mensen mee willen kijken en feedback geven tijdens de verdere ontwikkeling van dit portaal.” Janssen: “Maar je kunt de gebruikers er pas echt goed bij betrekken als je daadwerkelijk wat hebt om te laten zien. Daarom zijn we eerst gaan bouwen. Met wat er nu staat kunnen we zorgaanbieders, gebruikers en potentiële financiers, zoals de zorgverzekeraars, warm maken voor het portaal.”

Tot besluit vertelt Ingrid Horstik dat ‘reclame maken’ ook een van de doelstellingen is om mee te doen met de Pilotstarter: “We weten dat die mix van medische en maatschappelijke zorg in één oplossing tot nu toe nog een uitzondering is. We willen dit delen met andere gemeenten en hopen dat zij met ons mee kunnen denken over inhoudelijke én financieringsvragen. Wij zijn heel blij met wat er nu staat, maar we zijn er nog lang niet.”

In het kader van de Digitale Agenda 2020 is dit artikel onderdeel van een serie waarin gemeenten vertellen over hoe zij denken over, en samen met andere gemeenten aan de slag gaan met, innoveren in dienstverlening en informatievoorziening.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

Reageer