OpinieSlecht idee: nerds in openbaar bestuur

4

Bèta-burgemeesters zijn écht geen ‘must’. Daar is juist collegiaal bestuur met bèta-wethouders voor.

– blog – door: Peter Castenmiller

‘Als het gaat om wereldnieuws wil deze zomer de komkommertijd maar niet aanbreken. Maar bestuurders zijn nog wel van de traditie en gaan met zijn allen tegelijkertijd met reces. Het is dan een flinke uitdaging voor in bestuurlijk nieuws gespecialiseerde websites, zoals ons eigen gemeente.nu, om toch nog met een aardigheidje te komen. Naar ik maar veronderstel heeft dat de redactie van deze site er toe gebracht een bericht over te nemen over een vermeend tekort aan beta’s onder burgemeesters. Al surfend op internet tijdens een lange terugreis, stuitte een collega op dit artikel. Dat zorgde toch voor een welkome vijf minuten aan onbedaarlijke hilariteit. Daarna vroeg mijn collega een tikkeltje bezorgd of ik niets kon doen tegen deze flauwekul. Vandaar deze column.

Ik heb om te beginnen het oorspronkelijke artikel van Willemijn Dicke en Sjoerd Bastiaansen er maar eens op nagelezen. Weliswaar is dat iets genuanceerder dan de op burgemeesters toegesneden samenvatting op gemeente.nu. Maar het maakte mij niet welwillender. Zoals ook geciteerd door gemeente.nu is de centrale stelling van Dicke en Bastiaansen dat “veel grote maatschappelijke problemen vragen een interdisciplinaire aanpak, waarbij technologie een belangrijke rol speelt. Als de technische discipline niet is vertegenwoordigd op het besluitvormingsniveau, kan je wachten op ellende.  ….” Vervolgens stellen ze vrij beslist dat er niet tot nauwelijks burgemeesters in Nederland zijn met een bèta-achtergrond. Het artikel maakt niet echt duidelijk waar deze claim op is gebaseerd. Zoals ik uit persoonlijke ervaring kan stellen, is het zo goed als onmogelijk om van alle bestuurders in Nederland hun opleiding te achterhalen. Het kan echt niet zo zijn dat het ‘een feit’ is dat er geen burgemeesters zijn die aan een TU hebben gestudeerd. Bij nauwgezette lezing van hun bijdrage krijg ik de indruk dat zij zich baseren op de opleiding van 15 burgemeesters van de grootste gemeenten van Nederland. Tja, zo kan ik het ook.

Verder lijken de auteurs in kwestie zich er niet van bewust dat er in Nederland zoiets bestaat als collegiaal bestuur. Net als vele andere leken in het openbaar bestuur verkeren ze in de vreemde veronderstelling dat een burgemeester de belangrijkste bestuurder is in een gemeente. Ze spreken in dat verband over ‘topbestuurders’ en schrijven en passant het woord burgemeester zelfs met een hoofdletter. Voorwaar, dat is wel heel veel respect voor dit eerbiedwaardige ambt.
Nu weet ik toevallig dat in menige gemeente de ICT-portefeuille zich in handen van een wethouder bevindt. In mijn eigen praktijk heb ik toch geregeld een wethouder ‘ICT’ gesproken die wel degelijk een studie heeft voltooid aan één van de technische universiteiten waar Dicke voor staat. Dat stemde mij er overigens niet bij voorbaat geruster op dat daarmee deze portefeuille bij hen in goede handen was of dat zij dan wel ICT-debacles zouden voorkomen. Maar dit geheel terzijde.

Al met al berust de claim van Dicke en Bastiaansen op een beperkte inventarisatie, in combinatie met een zeer gebrekkig inzicht in het functioneren van het lokaal bestuur. Toegegeven, het kan zo zijn dat enige kennis van ICT van pas komt om sturing te geven aan het informatiebeleid van een gemeente. Maar als het artikel één ding duidelijk maakt, is het wel dat inzicht in het functioneren van het openbaar bestuur niet gebaat is met bijdragen van deze ‘nerds’

Over de auteur: Peter Castenmiller is adviseur bij PBLQ

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

4 reacties

  1. RA Teunissen op

    Bijzondere redenering, wat mijn in jouw reactie raakt is het generaliserende in je betoog. Voor bestuurders zou het juist goed zijn als er verschillende kwaliteiten in een College B&W zitten, zodat je met inwoners, ondernemers, toeleveranciers en afnemers in gesprek kunt. Ook daarvoor is het goed dat er verschillende mensen in het bestuur zitten, zodat je elkaar kunt helpen in lastige situaties.

  2. FTM van den Bouwhuijsen op

    Zeer zwakke reactie van Peter Castenmiller op het aangekaarte probleem van te weinig technisch opgeleiden in het openbaar bestuur.

    Vijf(!) minuten onbedaarlijk lachen zijnerzijds vind ik nog niet eens het zwakste aangevoerde argument.
    Erger is het dat hij op geen enkele manier aantoont waarom het wat hem betreft òngewenst is als burgemeesters een bèta opleiding zouden hebben genoten. Of dat de schrijvers van het artikel ?een zeer gebrekkig inzicht in het functioneren van het lokaal bestuur? zouden hebben..
    Wat moet je ook anders als je geen steekhoudender argumenten kunt aanvoeren dan dat je iets ?uit persoonlijke ervaring kan stellen?.
    Ja, zo kan iedereen wel wat ?stellen?.
    Bijvoorbeeld dat het een burgemeester niet de belangrijkste bestuurder is in een gemeente. Zeg dat van der Laan en Aboutaleb eens rechtuit in hun gezicht meneer Castenmiller.

    Maar ik begrijp het wel, als politicoloog s hij een gedreven pleitbezorger van de beroepspoliticus. Maar daar komt u zomaar niet mee weg, zeker in een tijd waarin de vooruitgang in de techniek u wellicht boven de pet dreigt te groeien.

  3. FTM van den Bouwhuijsen op

    Vervolg:
    Alfa opgeleide beroepspolitici en ?bestuurders gaan graag hun eigen politiek vertroebelde gang, ongehinderd door technisch inzicht, gesanctioneerd door raadsleden die op dat terrein vaak evenzeer van toeten noch blazen weten. Hun soms megalomane plannen hebben vaak tot geldverslindende en rampzalige (technische) projecten geleid, waaraan tonnen tot vele (tientallen) miljoenen aan (lokaal) belastinggeld zijn opgeofferd.
    Denkt u even mee ? Betuwelijn, politiesoftware, de JSF? Vele technisch opgeleiden hebben gewaarschuwd, maar de in hun burelen onbedaarlijk lachende bestuurders hebben ze volslagen genegeerd.

    Het tv programma Kanniewaar zijn heeft aan dergelijke blunders regelmatig aandacht besteed.
    Dáár kan ìk nu onbedaarlijk om lachen (en huilen), hr Castenmiller.

  4. S.M.M. Joosten op

    Peter Castenmiller,
    Kunt u vertellen hoeveel wethouders in Nederland een bèta-opleiding hebben? Voor de goede orde: het voltooid hebben van een studie aan een technische universiteit is niet hetzelfde als het hebben van een bèta-opleiding. Technisch bedrijfskundigen, econometristen, computerlinguïsten, en informatie-juristen rekent men gewoonlijk niet tot bèta-opgeleiden. Informatici, electrotechnici, wis- en natuurkundigen wel.

    Kent u dit voorbeeld: Rijkswaterstaat heeft relatief veel civiel ingenieurs in hogere functies zitten. Rijkswaterstaat heeft een goede staat van dienst als het gaat om het succesvol uitvoeren van civieltechnische-projecten.
    Sommige bestuursorganen hebben een slechte staat van dienst als het gaat om het uitvoeren van informatietechnische projecten. Diezelfde bestuursorganen hebben geen of nauwelijks informatica-ingenieurs in hogere functies. Ik ken geen bewijs voor een vermeend causaal verband, maar naar mijn bescheiden mening is die er wel. Ik hoop dat u het tegendeel met harde cijfers zult willen bewijzen. Dan schieten we er wat mee op.

    Met vriendelijke groet,
    S. Joosten (Open Universiteit)

Reageer