‘Te weinig focus op transitie sociaal domein’

1

Nog steeds wordt te veel gesproken over de stelselwijziging, terwijl het om een praktische transformatie van het sociaal domein moet gaan. “Het gaat om een situatie waar ouders en kinderen profijt van hebben.”

De bijzonder lector Opvoeden in het publieke domein, Goos Cardol, spreekt deze woensdag voor een publiek in het Limburgse Brunssum over de moeilijkheden en mogelijkheden van de transities. In de zaal zitten wethouders, raadsleden, ambtenaren en zorgprofessionals. De lector, ook adviseur bij de Raad voor de Kinderbescherming, houdt ze voor dat het nu echt tijd wordt voor de praktische toepassing van nieuwe taken.

De teneur is dat het niet eenvoudig zal worden. Hoe dan ook zou het goed zijn discussies over de stelselwijziging achterwege te laten, is de conclusie. De Jeugdwet is door de Eerste Kamer. De randvoorwaarden zijn bekend. “Maar we praten nog te veel over het stelsel en te weinig over de noodzakelijke transformatie”, zegt Cardol. “Uiteindelijk gaat het om een situatie waar ouders en kinderen profijt van hebben.”

Jeugdwet
Gemeenten in de provincie Limburg denken de transformatie in 2018 afgerond te hebben, dus niet gelijk met de startdatum van de Jeugdwet. “De wet leidt niet tot een succesvolle transitie”, stelt de lector. Om in 2018 klaar te zijn, is ook al jaren geleden begonnen met de voorbereidingen.

Waarschijnlijk wordt het nog later dan 2018, denkt Cardol, die wijst op de lastige positie van gemeenten. “De lokale overheid is niet te benijden.”

Moeilijkheden
Het Deense voorbeeld wordt genoemd. Bij de transitie van de Jeugdzorg in Denemarken bleef de Jeugd-ggz een verantwoordelijkheid van ziekenhuizen; hulpverleners voor lichtere vormen van zorg zijn in dienst van de veelal grote gemeenten. Verder werd er niet al tijdens het overhevelen van de taak bezuinigd en pas na een jaar of vijf werd financiële winst geboekt.

Een paradox is dat bovengemeentelijke voorzieningen er zeker bij de zware hulp voor zorgen dat gemeenten niet altijd aan het stuur zitten, wat natuurlijk wel de bedoeling was. Door de zorgplicht zijn huisartsen, medisch specialisten en kinderrechters de bovenliggende partij in het besluit de zorg wel of niet te leveren.

Dat geeft te denken over de mogelijkheden in Nederland.

Mogelijkheden
Voor gemeenten zijn twee zaken van het grootste belang. Het kiezen van de beste zorgaanbieder en de signalering van problemen aan de voorkant. In Brunssum blijkt onder meer veel winst te halen door vroegsignalering. De gemeente won er eind vorig jaar nog de Limburgse Jeugdzorg Award voor een project bedoeld om kinderen van 2 tot 4 jaar te helpen als hun ontwikkeling dreigt vast te lopen.

“Door achterstanden bij kinderen zo vroeg mogelijk te signaleren, kunnen ontwikkelingsachterstanden voorkomen worden en is het niet nodig op latere leeftijd zwaardere en duurdere hulp in te zetten”, noemt de gemeente zelf als voordeel. “Leidsters leren op praktische wijze om signalen te herkennen en deze om te zetten in concrete acties.”

Tegenspraak
Dan het goede nieuws, volgens Cardol. De taken vragen bij de lokale overheid niet om een geheel andere praktijk. Het gaat vooral om ander gedrag. Gemeenten zullen meer dan ooit transparant moeten zijn; zelfs vragen om tegenspraak. De aandacht moet zoals gezegd naar de voorkant van het wat klinisch benoemde proces. Scholen, sportclubs, et cetera. Het gaat om verbindingen in een gemeenschap.

Een ander voorbeeld: Engeland. Daar zijn professionals al eerder meer coachend gaan werken. Op zoek naar de eigen kracht dus. Wat bleek? Ook hier gaat het niet om een heel andere manier van werken, ziet Cardol, die onderzoek deed naar de Engelse Jeugdzorg. “Het gaat om een verdieping van bestaande competenties en voortdurend leren, bijvoorbeeld om meer vragen aan de ouders te stellen met als doel ze hun eigen verantwoordelijkheid te laten nemen.”

Voorbereiding
Brunssum staat goed te boek als het gaat om het decentraliseren van taken. Er kwamen dan ook veel gasten naar het gisteren gehouden symposium in de gemeente. Van een ‘geheim van Brunssum’ is evenwel geen sprake. Men is simpelweg vroeg en enthousiast begonnen met de voorbereidingen. “Brunssum steekt ook veel tijd in het maken van pilots”, zegt beleidsmedewerker Fiona de Boer. “Dit samen met andere gemeenten.”

Al in 1999 had Brunssum vijf wijkteams en die bestonden voornamelijk uit inwoners. Een participatiemaatschappij avant la lettre. Er is ook sprake van een vrij bruisend verenigingsleven. Het sociale netwerk is stevig. Lector Cardol wijst ter afsluiting nog wel op de wereld buiten de gemeentegrenzen, vooral ook naar het internet. “Het leven van een kind beperkt zich niet tot de wijk”, is de waarschuwing.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

  1. Dhr Cardol weet van een grote oorzaak in Familierecht die patiëntjes kweekte en waardoor mede die kinderen terechtkwamen en komen in de Jeugdzorg bijvoorbeeld. In scheidingszaken waar in Familierecht maar aangeklooid wordt nota bene, en vrouwen klakkeloos zelfs als ernstig BL gezag verkrijgen zonder onderzoek in gevallen, ook bij geboorte al, waar vaders en hun Eigen kinderen de dupe van zijn, ook dat weet de heer Cardol. Vertel dat dan in plaats van jrenlange verhandelingen en niet zeggen dat het aan familierecht zelve ligt….
    Te gek voor woorden heer Cardol. Maar ja, toen u mij een keer sprak wist ook Theunissen ervan directoraat toch? Nog steeds geen moer mee gedaan dus.En dat is en noemen jullie nog -het belang van het kind- zeker ook? Godsschandalige zaak ziekmakend voor kinderen geachte heer Cardol. ….En nog niets zeggen zeker met deze zogeheten transitie. Verzwijg dat dan ook niet voor de burgers van Nederland. Hoe het komt dat kinderen jarenlang worden overgeleverd aan grillen van vrouwen die jarenlang vervreemden van vaders. Misdadig en crimineel over ruggen van kinderen dus. Onder en mede onder jullie plu in zaken. http://www.rgardner.com

Reageer