Jaarlijks zwemmen er meer dan 2 miljoen Nederlanders in een meer, plas of rivier. Nieuw onderzoek van Natuur & Milieu en NIOO-KNAW laat echter zien dat de waterkwaliteit van deze zwemplekken al jaren stagneert. Chemische verontreiniging komt vrijwel overal voor.
Onderzoekers van Natuur & Milieu en NIOO-KNAW analyseerden tien jaar aan meetgegevens van 2015 tot 2024. Ze onderzochten zowel officiële zwemwateren als populaire onofficiële zwemplekken in steden. Zwemwater in Nederland wordt meestal beoordeeld op microbiologische verontreinigingen. In dit onderzoek werden ook andere vormen van verontreiniging bekeken.
Zwemmen in open water is populair in Nederland, blijkt uit onderzoek van Waterrecreatie Nederland: in 2024 zwom 19% van de volwassen Nederlanders in open water. Maar de kwaliteit van het water is al jarenlang een punt van zorg. Uit eerder onderzoek bleek ook al dat de kwaliteit van het Nederlandse zwemwater lager is dan het Europese gemiddelde.
Chemische stoffen overschrijden overal de norm
Van de 122 gemeten chemische stoffen overschrijden er 35 op meerdere plekken de norm. In 2024 vertoonden vrijwel alle 205 onderzochte officiële zwemwateren meerdere overschrijdingen tegelijk. Stoffen als PFOS, PBDE’s (vlamvertragers) en kwik duiken structureel op, ondanks dat veel van deze stoffen al decennia verboden zijn. Ze breken nauwelijks af en blijven daardoor jarenlang in bodem en sediment zitten. De chemische waterkwaliteit is de afgelopen tien jaar verder verslechterd. De normen voor prioritaire stoffen en voor specifiek verontreinigende stoffen worden op vrijwel geen enkele officiële en onofficiële locatie gehaald.
Ecologische kwaliteit blijft achter
Naast chemische vervuiling scoort ook de ecologische kwaliteit van zwemwater bijna nergens in Nederland goed. Vissen en waterinsecten laten weliswaar op sommige plekken verbetering zien, maar de stikstof- en fosfordruk blijft te hoog en het risico op giftige blauwalgen neemt juist toe. Het aantal zwemwateren dat aan alle chemische normen voldoet, daalde de afgelopen tien jaar naar nul.
Landbouw, industrie en verkeer
De vervuiling ontstaat zelden op de zwemlocatie zelf. Vanuit de landbouw, industrie, verkeer en riolen komen er stoffen via sloten en rivieren in het zwemwater terecht. Officiële zwemwateren kampen relatief vaker met bestrijdingsmiddelen uit de landbouw, terwijl stedelijke zwemplekken meer te maken hebben met stoffen uit verkeer, industrie en oude stedelijke vervuiling.
Verdere vervuiling voorkomen
De onderzoekers pleiten voor drie maatregelen: strengere vergunningverlening en handhaving bij lozingen, uitgebreidere monitoring van chemische stoffen op alle zwemlocaties, en een verbod op persistente stoffen zoals PFAS. Waterschappen, provincies en omgevingsdiensten spelen hierbij een sleutelrol, door de beoordeling van vergunningen en door toezicht te houden op lozingen.



Geef een reactie