Het kabinet wil de woningbouwproductie structureel verhogen naar 100.000 woningen per jaar. Daarvoor presenteert minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het Actieplan Versnelling Woningbouw, dat samen met de Taskforce Versnelling Woningbouw is opgesteld.
Het plan bevat vijftig acties en draait om drie uitgangspunten: meer, sneller en beter bouwen. Volgens het kabinet moeten daarvoor in de hele woningbouwketen knelpunten worden weggenomen, van beschikbare locaties en financiering tot vergunningverlening en daadwerkelijke realisatie.
Landelijke Aanpak Beter Benutten
Meer bouwen gebeurt zowel via nieuwbouw als door bestaande gebouwen beter te benutten. Met de Landelijke Aanpak Beter Benutten wil het kabinet jaarlijks 10.000 tot 20.000 extra woningen realiseren, onder meer door optoppen, woningsplitsing, woningdelen, hospitaverhuur en transformatie van bijvoorbeeld kantoren. Daarnaast komen er tien nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties (NGW-locaties), bovenop de bestaande 21. De eerste vijf zijn Leeuwarden, Deventer, Haarlem, Weert en Maastricht. De uiteindelijk 31 locaties moeten gezamenlijk in tien jaar meer dan 400.000 woningen opleveren.
Middenhuurwoningen
Het kabinet stelt tot en met 2035 7 miljard euro beschikbaar voor ondersteuning van de woningbouw. Daarmee worden onder andere de realisatiestimulans en woningbouwimpuls voortgezet. Ook komt geld beschikbaar voor gemeenten, industrialisering en digitalisering en voor onzelfstandige, geclusterde en zorggeschikte woningen. Daarnaast kondigt het kabinet maatregelen aan voor betaalbare huur. Zo wordt de overdrachtsbelasting voor investeerders in 2027 verlaagd van 8 naar 7 procent en komt voor 2029-2033 een objectsubsidie voor middenhuurwoningen. Maatregelen voor woningcorporaties moeten volgens het kabinet per saldo ongeveer 28 miljard euro extra investeringscapaciteit opleveren.
Bij sneller bouwen ligt de nadruk op standaardisering, digitalisering en industrieel bouwen. Het kabinet wil stappen die nu achtereenvolgens plaatsvinden vaker parallel uitvoeren. Het ontwerp- en vergunningstraject moet hierdoor van acht naar vier jaar worden teruggebracht. De ambitie is bovendien dat in 2030 de helft van de woningen fabrieksmatig wordt gebouwd. Projecten die vastlopen moeten via versnellingstafels en een doorbraakaanpak verder worden geholpen. Ook worden knelpunten zoals netcongestie, luchtkwaliteit en stikstof aangepakt.
Beter bouwen
Het derde onderdeel is beter bouwen. Nieuwe woningen moeten onderdeel zijn van complete, toekomstbestendige wijken met voldoende voorzieningen, bereikbaarheid, groen, zorg en onderwijs. Daarbij moet vanaf het begin rekening worden gehouden met onder meer ouderen, studenten, mensen met een beperking en andere aandachtsgroepen. Gemeenten, provincies en Rijk moeten in volkshuisvestingsprogramma’s vastleggen voor wie, hoeveel en waar wordt gebouwd. Het landelijke uitgangspunt blijft daarbij 100.000 woningen per jaar, waarvan twee derde betaalbaar.
De uitvoering moet gezamenlijk gebeuren door Rijk, medeoverheden, woningcorporaties, ontwikkelaars, bouwbedrijven en investeerders. Het kabinet wil daarbij werken met duidelijke afspraken en monitoring. Voor de grootschalige woningbouwlocaties worden wederkerige uitvoeringsconvenanten opgesteld om niet alleen de woningbouw, maar ook voorzieningen en de kwaliteit van de leefomgeving te borgen.




Geef een reactie