Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne vangt Nederland vluchtelingen uit het land op. Minister van den Brink van Asiel houdt de Kamer iedere drie maanden op de hoogte van de stand van zaken bij de opvang van ontheemde Oekraïners. In Europees verband is in ieder geval besloten dat de duur van de opvang voor deze groep binnen de EU-landen wordt verlengd.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne woekert onverminderd voort en maakt nog dagelijks slachtoffers, zowel aan het front als onder burgers. Rusland intensiveert de aanvallen en lijkt geen enkele bereidheid te tonen om serieus te onderhandelen over een staakt het vuren. Sinds de grootschalige inval van Rusland in Oekraïne in februari 2022 zijn intussen miljoenen Oekraïners gevlucht naar de Europese Unie (EU). De landen van de EU, waaronder Nederland, blijven deze vluchtelingen voorlopig opvangen.
Update
De Europese Raad heeft op 4 augustus jl. de activering van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RIB) voor personen uit Oekraïne verlengd tot en met 4 maart 2028. Afgelopen week stuurde Minister van Asiel en Migratie, Bart van den Brink, een Verzamelbrief opvang Oekraïne naar de Tweede Kamer, met daarin de meest recente ontwikkelingen en antwoorden op eerder gestelde Kamervragen en moties.
Acties op korte termijn
Van den Brink laat de Kamer weten dat momenteel uitvoering wordt gegeven aan de eerste fase van het actieplan, dat door de VNG en het Rijk gezamenlijk is opgesteld. Het doel van deze fase is om voorbereidingen te treffen en afspraken te maken om aan de slag te gaan met de implementatie. De hoofdpunten uit het actieplan zijn duurzame uitbreiding van de opvangcapaciteit; sturing van het Rijk op een effectief verdeelmechanisme; het inrichten van een landelijke centrale aanmeld- en registratiestructuur. Ook mag er geen onrechtmatig verblijf in de gemeentelijke opvang plaatsvinden.
Geen premie zorgkosten voor werkende Oekraïners
In de motie Boomsma en van Zanten en de motie van Claassen en Vondeling riepen de betreffende indieners op om werkende ontheemden uit Oekraïne mee te laten betalen aan het Nederlandse zorgstelsel. In het commissiedebat van 2 juli jl. heeft Van den Brink de toezegging gedaan dat hij dit zou onderzoeken. ‘Het vragen van een eigen bijdrage voor medische zorg blijkt zeer complex en is als zelfstandige maatregel, zeker op korte termijn, niet te realiseren.’
Werkende ontheemde Oekraïners dragen volgens de minister overigens nu al bij aan het zorgstelsel via de Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB). Ook betalen ze (in de opvang) vanaf 1 oktober 2025 al een hogere eigen bijdrage op basis van de exploitatiekosten. Van den Brink: ’Op deze manier is invulling gegeven aan de wens om werkende ontheemden meer bij te laten dragen aan de kosten van de opvang op een manier die uitvoerbaar is voor gemeenten’.
Invoering wettelijk collegegeld dichterbij
Van den Brink heeft zoals eerder beloofd ook gesproken met de minister van OCW over de mogelijkheden om het wettelijke collegegeld voor ontheemden uit Oekraïne in te voeren. De minister van OCW heeft aan Van den Brink bevestigd de mogelijkheden om het wettelijk collegegeld te introduceren in beeld te hebben. Bij de definitieve besluitvorming over het toekomstige transitiedocument zal dit worden meegewogen.
Ondersteuning bij vrijwillige terugkeer
Hoewel er nog steeds vluchtelingen uit Oekraïne onze kant op komen, blijft terugkeer een belangrijk onderdeel van de aanpak van het kabinet, schrijft Van den Brink. ‘Te meer omdat onze bondgenoot Oekraïne daar uiteindelijk ook mee geholpen is.’ Ondersteuning bij vrijwillige terugkeer naar Oekraïne zal in samenhang gaan met de wederopbouw van het land. Daarom zal de minister onder meer de mogelijkheden en kansen verkennen voor werkvergunningen voor ontheemden uit Oekraïne.
De minister gaat er vanuit dat grootschalige terugkeer op korte termijn niet aan de orde is. Daarom is het bij de uitwerking van het lange termijn perspectief volgens hem van belang om een balans te vinden tussen het bieden van bescherming, het beperken van de belasting voor gemeenten die de opvang bieden, en het beperken van de druk op de migratieketen en de sociale voorzieningen.
Zoveel mogelijk meedoen
Omdat Oekraïners voorlopig nog niet huiswaarts zullen keren, wil het kabinet ze ‘zoveel mogelijk laten meedoen en bijdragen’. Dat betekent dat ze overgaan naar de reguliere stelsels. Gezien de omvang van de groep zal dit gefaseerd moeten plaatsvinden. Het kabinet wil daarmee ook voorkomen dat de asielketen overbelast raakt door een gelijktijdige instroom van de gehele groep ontheemden uit Oekraïne, aldus Van den Brink.
Het kabinet heeft in de afgelopen periode verkend welke typen verblijfsvergunningen, naast het transitiedocument als vangnet, ‘kansrijk en passend’ kunnen zijn voor deze groep. Hierbij speelt mee dat ruim 60 procent van de ontheemden uit Oekraïne op een of andere manier al arbeidsactief is in Nederland. Het voorstel voor een reguliere vergunning (arbeid) met aangepaste voorwaarden voor ontheemden uit Oekraïne zal komende tijd verder worden ontwikkeld.
Lange termijn
Een verblijfsperspectief leidt volgens Van den Brink niet vanzelf tot een hogere arbeidsparticipatie en meer zelfredzaamheid. Factoren als taalvaardigheid, arbeidstoeleiding en diploma-erkenning zijn ook van invloed op de arbeidsmarktpositie van ontheemden. Extra inzet op deze terreinen zal naar verwachting ook financiële gevolgen met zich meebrengen. Die eventuele consequenties zullen meegenomen worden bij de financiële besluitvorming over het langetermijnbeleid voor Oekraïense ontheemden.

Geef een reactie