Het demissionair kabinet onderneemt nog geen concrete actie om de financiële disbalans omtrent de medebewindstaken van gemeenten aan te pakken. Daarmee schuift het de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) Afrekenen met disbalans en Meters maken met medebewind, voorlopig aan de kant.
In een Kamerbrief laat Minister Frank Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) weten dat hij eerst een nadere verkenning wil naar de ‘verbetering van de monitoring van (bestaande) medebewindstaken’. Dit terwijl de ROB de regering aanbeveelt om te zorgen voor een duidelijk en volledig overzicht van de medebewindstaken van de gemeenten en provincies. Zo krijg je de disbalans goed in beeld. Pas dan kan het kabinet er volgens de ROB, structureel voor zorgen dat de balans wordt hersteld.
Disbalans
De ROB stelt in haar rapporten, beide uit 2025, dat er een disbalans is ontstaan tussen (medebewinds-) taken, bevoegdheden en de financiële middelen van gemeenten en provincies. Dit leidt tot frictie tussen de lokale, regionale en centrale overheden. Door die disbalans kunnen volgens de ROB zowel ministers als medeoverheden te weinig sturen op een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de taken die de wetgever aan gemeenten heeft opgedragen. De uitvoering komt hierdoor in het gedrang.
Erkenning van probleem
Minister Rijkaart erkent in de brief de problematiek rond de disbalans. ‘Gemeenten en provincies voeren veel taken uit voor het Rijk. Zij staan dicht bij de mensen en weten goed wat nodig is’, aldus Rijkaart in de Kamerbrief. ‘Toch hapert het systeem’, vervolgt hij. ‘Medeoverheden geven aan dat er soms geen goede balans is tussen taken, financiële middelen en uitvoeringskracht om hun werk goed te doen. Daarom willen we beter zicht krijgen op wat het Rijk en medeoverheden van elkaar nodig hebben. Hierover gaan we verder in gesprek.’
In gesprek met VNG en IPO
De urgentie op dit onderwerp wordt gevoeld, zegt de minister vervolgens in de brief. Zo geeft Rijkaart aan dat gemeenten in autonomie en medebewind een enorm deel van de overheidstaken op zich nemen. En dat ze daarbij zorgen voor ‘tal van essentiële voorzieningen voor de inwoners van Nederland’. Ook bij de uitvoering van de ambities van het Rijk zijn gemeenten volgens de minister ‘onmisbaar’. Toch blijft het voorlopig bij praten en komt er geen officiële en volledige inventarisatie, zoals de ROB voorstaat.
In de Kamerbrief schrijft het kabinet het belangrijk te vinden dat medeoverheden goed kunnen functioneren. Rijkaart vindt het echter onwenselijk dat ‘meer gedetailleerde sturing leidt tot steeds minder decentrale beleidsvrijheid’. Daarom wordt komende maanden met de koepelorganisaties van gemeenten (VNG) en provincies (IPO) gekeken ‘hoe een betere monitoring van medebewindstaken kan bijdragen aan het gesprek over de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht’, aldus de minister.
Te langzaam
Dat gaat de ROB te langzaam, zo blijkt uit een reactie van het adviesorgaan aan Binnenlands Bestuur. De ROB verbaast zich over deze nieuwe tussenstap en vindt het zorgelijk dat er niet wordt doorgepakt, ook richting het parlement dat hiertoe verzoeken heeft gedaan. De ROB betwist verder dat het inzichtelijk maken van de mededingingstaken in strijd zou zijn met de Grondwet. Het kabinet zou autonomie en medebewind door elkaar halen. De autonomie van de decentrale overheden is volgens het adviesorgaan geregeld in de wet, maar het Rijk kan wel taken vorderen. Een inventarisatie zit dit dus niet in de weg. Praten met VNG en IPO is een vorm van uitstel, omdat VNG al akkoord is met de ROB-adviezen. Het is nu tijd voor actie, aldus de ROB.



Geef een reactie