Minister Rijkaart ziet op dit moment geen aanleiding om te kjiken of een wettelijke verplichting tot het tweetalig aanbieden van kern-overheidsdiensten in Fryslân wenselijk en uitvoerbaar is
Dit schrijft de minister in antwoord op Kamervragen over het rapport “Tweetalig bestuur in Fryslân” van het Wetenschappelijk Bureau Nieuw Sociaal Contract. De minister deelt de analyse niet dat het wettelijke kader voor Friese taalrechten structureel onvoldoende wordt uitgevoerd door provincie en gemeenten.
Invulling aan gemeenten
Op vragen over monitoring en naleving van de Wet gebruik Friese taal benadrukt de minister dat deze wet als uitgangspunt heeft dat burgers het recht hebben het Fries te gebruiken in het bestuurlijk verkeer. De concrete invulling daarvan ligt in belangrijke mate bij gemeenten en de provincie, die binnen de wettelijke kaders beleidsruimte hebben om hun dienstverlening te organiseren. Verschillen in de inzet van het Fries tussen gemeenten worden dus verklaard als uitvloeisel van decentrale beleidsruimte, niet als bewijs van tekortschietende naleving. De minister ziet geen aanleiding om een structurele monitor of periodieke voortgangsrapportage in te voeren, en ook niet om nu al een wettelijke verplichting tot tweetalig aanbieden van kern-overheidsdiensten in Fryslân te verkennen. Eventuele knelpunten worden volgens de minister in regulier overleg met de provincie Fryslân en andere partijen besproken; bij de tussentijdse evaluatie van het Bestuursakkoord Friese Taal en Cultuur (BFTK) in 2026 komt dit onderwerp opnieuw aan bod.
De suggestie uit het rapport om het Fries meer als plicht van de overheid dan als recht van de burger te benaderen, wordt niet overgenomen. De minister houdt vast aan de huidige systematiek, waarin het recht van burgers is geborgd maar de wijze van uitvoering decentraal wordt ingevuld. Een generieke wettelijke verplichting om digitale systemen of ICT‑standaarden in Fryslân altijd tweetalig te maken acht de minister op dit moment niet nodig; eventuele aandachtspunten rond digitale toepassing van het Fries kunnen binnen het bestaande overleg met de provincie worden besproken.
AI
Op het vlak van digitalisering en AI wijst de minister wel op een lopende pilot. Onder regie van BZK wordt samen met de provincie Fryslân gewerkt aan een generatieve AI‑transcribeertool voor het Fries, met de werktitel “Friese Robuuste Intelligente Spraakherkenning” (FRIS). Doel is het verbeteren van Friese spraakherkenning in de overheidsdienstverlening, bijvoorbeeld in de zorg waar diagnoses beter begrepen worden als die in het Fries beschikbaar zijn. De pilot, gestart in april 2025 en lopend tot februari 2026, moet ook inzicht geven in hoe AI kan bijdragen aan ondersteuning van het Fries in overheidscommunicatie en mogelijk later ook andere “low‑resource” talen. Na evaluatie in het eerste kwartaal van 2026 wordt bekeken of doorontwikkeling wenselijk en haalbaar is.
Tot slot meldt de minister dat er geen landelijk vastgesteld tijdpad is om digitale formulieren, bestuurlijke publicaties, raadsinformatiesystemen en burgerportalen volledig tweetalig te maken. De verantwoordelijkheid voor de inrichting daarvan ligt bij gemeenten en de provincie, binnen de bestaande wettelijke kaders. Of een gezamenlijk tijdpad wenselijk en werkbaar is, wordt gezien als onderwerp voor overleg tussen Rijk en provincie Fryslân.
Geef een reactie