In het veld is ophef ontstaan over de omgevingsprogramma’s van een aantal ministeries. In plaats van als rijksoverheid het goede voorbeeld te geven, staan er rijksprogramma’s op het DSO die niet digitaal raadpleegbaar zijn gemaakt en daarmee gebruikers weinig te bieden hebben.
Onlangs berichtte Gemeente.nu dat gemeenten nog hun weg moeten vinden in het maken en publiceren van programma’s. Naast technische issues roept het nieuwe instrument onder de Omgevingswet nog veel vragen op.
Opvallend is dat ook omgevingsprogramma’s van het Rijk bij publicatie op het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) nog te wensen overlaten. Een voorbeeld is het Programma Integraal Riviermanagement van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Dit rijksprogramma is op officiëlebekendmakingen.nl en in de viewer Regels op de Kaart op het DSO terug te vinden.
Een manco aan de versie op het DSO is dat het document niet interactief via de digitale kaart van de Regels op de Kaart-viewer is te raadplegen en doorzoekbaar gemaakt. Dat is wel de bedoeling van de Omgevingswet. Een van de uitgangspunten van de wet is immers de inzichtelijkheid van het omgevingsrecht te vergroten.
Initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten moeten aan de hand van een digitale kaart en onderliggende beleids- en wetsteksten met een paar klikken kunnen zien wat er wel en niet op een locatie mag.
Annoteren
Verzuimd is echter het omgevingsprogramma over integraal riviermanagement te ‘annoteren’ op werkingsgebieden en gebiedsaanwijzingen. Annoteren is het digitaal ‘labelen’ van juridische regels in een omgevingsdocument met metadata. Dat gebeurt met behulp van plansoftware.
Door te annoteren wordt het programma beter doorzoekbaar in Regels op de Kaart. Doordat de juridische teksten dan aan werkingsgebieden en gebiedsaanwijzingen zijn gekoppeld, kunnen gebruikers makkelijker zien welke regels daar gelden. Ook kunnen ze filteren op kenmerken, waardoor ze sneller de informatie krijgen die voor hen relevant is.
Met annoteren kun je bijvoorbeeld extra onderscheid in deelgebieden maken, maar in het rijksprogramma over riviermanagement is alle informatie aan heel Nederland gekoppeld. Wie bijvoorbeeld op de Maas klikt en voor de optie ‘bekijk gekozen locatie’ kiest, krijgt tevens de ontwikkelingen te zien die zijn toegespitst op de Rijn.
Daar heeft een gebruiker niets aan. Die wil juist op de kaart per specifieke locatie informatie vinden over ontwikkelingen en onderliggende regels die er van toepassing zijn.
In plaats daarvan zit er voor initiatiefnemers niets anders op dan de wetstekst handmatig te controleren, en dat is monnikenwerk. Door te annoteren krijgt de gebruiker de door hem gewenste informatie juist hapklaar aangeboden.
Thema
Het euvel geldt ook voor andere omgevingsprogramma’s van de rijksoverheid. Vier van de zes op het DSO gepubliceerde rijksprogramma’s zijn alleen genoteerd op thema.
Zo is het rijksprogramma over riviermanagement alleen op het thema water en watersystemen genoteerd. Dat is een begrijpelijke keuze. Gebruikers kunnen echter niet filteren op andere thema’s, want deze zijn niet gelabeld. Wat onhandig is bij ontwikkelingsprojecten.
De initiatiefnemer kan bijvoorbeeld niet alle tekstdelen over ‘bodem’ naar voren halen en dus niet toetsen of er specifieke eisen rond dit thema voor zijn project gelden.
POMO
Ook het Ontwerp Programma omgevingsprogramma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO), ook wel bekend als de ‘Bruidsschat’, is geannoteerd op thema, niet op werkingsgebieden.
Slechts twee rijksprogramma’s zijn op werkingsgebieden en gebiedsaanwijzingen geannoteerd: het Programma Energie Hoofdstructuur en het recent vastgestelde Nationaal programma ruimte voor Defensie. In de ontwerpversie van dit laatste programma is maar beperkt geannoteerd.
Er geldt geen verplichting voor overheden om programma’s en andere omgevingsdocumenten te annoteren. Niet annoteren komt de gebruiksvriendelijkheid echter niet ten goede.
Goede voorbeeld
Een gemiste kans, oordeelt een ervaren plansoftware-expert desgevraagd. De rijksoverheid heeft de mond vol van de voordelen van de Omgevingswet en het DSO en vervolgens verzuimen de ministeries om zelf het goede voorbeeld te geven.
“Beleidsmedewerkers en juristen maken hun teksten in Word en vervolgens koppelt een geomedewerker dit document aan heel Nederland en kunnen gebruikers er verder niets mee.”
“Je ziet dat onderdelen van de rijksoverheid gewoon op de oude manier blijven werken”, stelt de ICT-specialist, die zich ernstig afvraagt of de vanwege de Omgevingswet benodigde cultuurverandering bij het Rijk zelf wel tot stand komt.
Actief
In een reactie laat een woordvoerder van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) weten dat het Rijk zich vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet actief heeft ingezet om zoveel mogelijke instrumenten via de STOP-TPOD-standaard bekend te maken en indien mogelijk te annoteren.
Over de voorbeeldfunctie van de rijksoverheid merkt het ministerie op dat er een onderscheid is tussen de rol die het rijk vervult voor de Omgevingswet en het DSO versus de rol die individuele rijksorganisaties hebben als bevoegd gezag voor wetgeving en beleid.
“Deze laatste groep is verder zelf verantwoordelijk voor het annoteren van hun programma. Net als voor gemeenten en andere medeoverheden geldt voor voor deze partijen dat goed annoteren niet in één keer gaat”, mailt de woordvoerder.
Bewuste keuze
Dat in het programma over het integrale riviermanagement bij een klik op Maas ook de Rijn oppopt, ligt in het feit dat het omgevingsprogramma over beide rivieren gaat, heeft hij bij het ministerie van IenW nagevraagd. Het slechts op thema annoteren van het rijksprogramma POMO en niet op werkingsgebieden is een bewuste keuze, aldus de woordvoerder, omdat het programma landelijk geldt en er niets op deelgebied valt te annoteren.
Tijdsdruk
De woordvoerder geeft uiteenlopende redenen waarom annoteren nog niet voldoende gebeurt, zoals een gebrek aan kennis. Ook kan er bij het publiceren van programma’s sprake zijn van tijdsdruk, waardoor bij het ontwerp nog niet is geannoteerd, maar mogelijk wel bij een definitieve versie.
“In sommige gevallen stond bij langlopende programma’s de structuur al vast, waardoor achteraf annoteren lastiger is. Idealiter wordt bij het schrijf- en maakproces meteen rekening gehouden met annotaties, zodat teksten aan kaarten kunnen worden gekoppeld”, licht de woordvoerder verder toe.
“Daarbij speelt ook een rol dat bij programma’s wisselende deskundigen worden betrokken die aan een programma schrijven”, geeft hij nog mee.
Begrenzing
Bij sommige onderwerpen is er bovendien niet altijd een eenduidig beeld over de begrenzing. Soms wordt ervoor gekozen om dan niet te annoteren op werkingsgebied. “In de Regels op de kaart-viewer is er weinig tot geen mogelijkheid om indicatieve grenzen goed weer te geven. Een harde grens wordt getoond, ook als je inzoomt tot perceelniveau. Om te voorkomen dat dit verkeerd geïnterpreteerd wordt, wordt er soms ook voor gekozen om niet op werkingsgebied te annoteren.”
Tot slot benadrukt de woordvoerder dat het Rijk zeker hecht aan meer gebruiksvriendelijke ontsluiting in het DSO. De voor de voor de digitalisering verantwoordelijke organisaties DUO en Service Team Rijk, zetten zich actief in om rijkspartijen te informeren hoe content in het DSO optimaal getoond kan worden en wat dit betekent voor het opstellen van de wet- en regelgeving.
Verder biedt Geonovum (beheerder van de Omgevingswet-standaarden) aan alle overheden ondersteuning in de vorm van onder meer veldlabs om te leren annoteren. Hiervoor is eveneens de zogeheten Annotatierichtlijn ontwikkeld.



Geef een reactie