De Omgevingswet is nog altijd een ramp voor particuliere aanvragers, leert een rondje langs gemeenten. Vlak voor de raadsverkiezingen, met juist bouwen als centraal thema, blikken vier wethouders terug op twee jaar Omgevingswet.
Begin 2025 peilde Gemeente.nu in Apeldoorn, Maasgouw, Terneuzen en Zeewolde al de meningen na het eerste jaar van de Omgevingswet.
In Zeewolde is van wethouder Helmut Hermans onveranderd kritisch: “Het is een wet voor de professionals. Architecten en ontwikkelaars komen er samen met hun adviesbureaus wel uit. Vooral voor de laatste groep is deze wet een feestje, want bijna niemand snapt er wat van. Zelf kunnen we inmiddels wat beter met de wet uit de voeten, maar dat maakt de wet zelf niet beter. Alles is veel onduidelijker geworden.”
Voor de doorsnee inwoner, die eens of twee keer in zijn leven een verbouwing wil doen is de Omgevingswet verschrikkelijk ingewikkeld, stelt Hermans, “maar daar gaat wel de bulk van de vergunningaanvragen over.”
Hermans licht toe: “Vroeger was de aanvrager in drie stappen klaar: de aanvraag en de meldingen voor de start en het einde van de bouw. Met alle extra meldingen zijn dat er nu zeven, inclusief het kwaliteitsborgingstraject.”
“Daar komt bij dat particulieren vaak vergeten dat ze naast de omgevingsplanvergunning ook het bouwtechnisch deel aan moeten vragen. Om het proces niet verder te frustreren, voegen we deze activiteit zelf toe. Voor particulieren is het niet te doen om dat weer via het DSO aan te moeten vragen.”
Kwaliteitsborger
In Terneuzen bevestigt wethouder Frank van Hulle dat de complexe wetgeving voor particuliere aanvragers nog altijd lastig is. “Wij zien veel aanvragen stuk lopen. Door de knip in de ruimtelijke en technische bouwactiviteit vragen ze vaak het verkeerde aan. Ook moeten we hen er regelmatig op wijzen dat ze meer moeten regelen, zoals een kwaliteitsborger. Dat is dan vervelend, want dat past niet in hun planning.”
Van Hulle stelt dat de burgers in het land onvoldoende in deze wetswijziging zijn meegenomen. “Het rijk heeft dat nagelaten en over de schutting naar de gemeenten gegooid. Wij zitten nu met de gebakken peren.”
Onsamenhangend
Wethouder Tim Snijckers ziet hetzelfde gebeuren bij de vergunningaanvragen in het Limburgse Maasgouw. “We kunnen totaal geen inschatting meer maken van wanneer een aanvraag rond is en welke kosten de aanvrager gaat maken. Aanvragen zijn vaak warrig, terwijl de aanvrager de cementmolen al heeft besteld.”
De processen zijn alleen maar stroperiger geworden, stelt Snijckers. “Het gemak dat de Omgevingswet ons als gemeente moest brengen, daar is echt geen sprake van.”
Snijckers ziet dat de Omgevingswet ook een puzzel is voor de raadsleden in zijn gemeente. “Een bestemmingsplan lezen was al een hele klus. Straks moeten ze het veel complexere omgevingsplan kunnen doorgronden, en dat ook nog digitaal.”
Het zal te veel over de details gaan en weinig over de grote lijnen, voorziet hij. “Weten de raadsleden wel wat ze straks gaan vaststellen? Ik maak me echt zorgen.”
Tussen de oren
Na twee jaar is de Omgevingswet nog altijd wennen, zowel voor aanvragers als de gemeente zelf, weet wethouder Peter Messerschmidt van Apeldoorn. “De wet impliceert een totaal andere manier van werken en doen. Het vergt tijd om zoiets tussen de oren te krijgen.”
Ondertussen heeft Apeldoorn ook goede kanten aan de wet ontdekt. “We hebben de mogelijkheden voor inwoners om vergunningvrij te bouwen aanzienlijk verruimd, denk aan een dakkapel of een uitbouw achter de woning”, verwijst hij naar een recente planwijziging.
“Onder de vorige wet was dat een stuk lastiger en waren we veel tijd kwijt aan dit soort eenvoudige vergunningen, die in 99,9 procent van de gevallen toch vergund werd. Het scheelt honderden aanvragen”, zegt Messerschmidt.
Integrale aanpak
Ook de integrale aanpak van de wet biedt kansen, meent Messerschmidt. In het omgevingsplan komen niet alleen cultuurhistorie en de fysieke leefomgeving aan bod, maar ook het sociale domein. “Er zitten dus meerdere disciplines aan tafel. Zo komen sneller plekken en panden in beeld waar je bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte of een Cruyff Court in kunt richten.”
Maasgouw heeft er juist veel moeite mee om de integrale opzet van de wet handen en voeten te geven. “We zien dat de disciplines die verder weg van de ruimtelijke ordening staan, toch hun eigen weg blijven gaan. We moeten er zeker nog aan werken dat er meer onder één paraplu gebeurt”, zegt Snijckers.
Omgevingsplan
Maasgouw was eerder in een van zijn kernen al met het opbouwen van het omgevingsplan gestart. “We zijn daar vroeg mee begonnen om er een goed leesbaar en onderbouwd document van te maken. Maar dat blijft een grote uitdaging.”
“Het pijnpunt”, geeft Snijckers aan, is dat de inspanningen in tijd en financiën, die we ons moeten getroosten om in 2032 te zijn waar we willen zijn als het omgevingsplan er moet liggen, enorm zijn. Dat gaat echt schrikken worden.”
Omgevingsprogramma
Een instrument van de Omgevingswet waar gemeenten nog amper aan toekomen is het omgevingsprogramma. “Dat is een enorm tijdrovende klus. Je pakt het niet zomaar even op”, zegt Hermans.
Ook een omgevingsplanwijziging is voor Zeewolde te hoog gegrepen. Net als veel andere gemeenten wordt er terugvallen op BOPA’s. Wat alles te maken heeft met de publicatie op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). “Bij ons werkt dat voorlopig niet. Het is nog nooit in één keer goed gegaan.”
Hermans verwijst naar het uitfaseren van TAM-IMRO begin van dit jaar. Alle gemeenten zijn nu over op de STOP-TPOD-standaard onder de Omgevingswet. “Een document zo opstellen dat het publiceren ervan technisch goed werkt, blijft een enorme opgave.”
Gemeente.nu berichtte eind december nog dat het DSO nog niet 100 procent stabiel voor alle functies en integraties.
“We gebruiken allemaal gloednieuwe ICT-systemen”, vult Messerschmidt in Apeldoorn aan. “De digitalisering van zo’n majeure wetswijziging is complex. Het brengt kinderziekten met zich mee, en dat is logisch. Bij de plansoftwarepakketten die we tot nu toe hebben gebruikt, zien we dat ze niet foutenvrij zijn.”
Vergunningcheck
Ook Terneuzen heeft zijn digitalisering nog niet op orde. Zo zijn sommige activiteiten die de gemeente in haar regelgeving vergunningplichtig heeft gesteld, niet in de Vergunningcheck in het Omgevingsloket terug te vinden.
“Dat betekent dat een initiatiefnemer zo’n aanvraag niet digitaal in kan dienen, Wat tot irritaties leidt. Als noodgreep moeten we tijdelijk een pdf-formulier toevoegen. Dat is natuurlijk van de gekke”, zegt Van Hulle.
Allerlaatste moment
Van Hulle wijt het euvel aan de slechte informatievoorziening door het rijk. “De informatie dat wij voor deze categorie activiteiten zelf de vergunningplicht moesten vaststellen, is pas op het allerlaatste moment naar ons toe gekomen. We hadden niet de mogelijkheid om dit meteen in onze software in te bouwen.”
“Net als andere gemeenten moeten we een enorme ICT-slag maken. Maar als wij niet honderd procent zeker weten wat we moeten doen, kunnen we onze systemen hierop ook niet inrichten. We blijven maar aan het repareren. Intussen moeten we wel de winkel draaiende houden”, moppert hij.
In een volgend artikel op Gemeente.nu delen de wethouders hun ervaringen met participatie onder de Omgevingswet.



Geef een reactie