Te midden van de gemeenten die nog ploeteren met de publicatie van omgevingsprogramma’s op het DSO springen twee voorbeelden in het oog met een prima interactief te raadplegen en te doorzoeken programma. Eindhoven en Assen vertellen.
De problemen bij veel gemeenten spitsen zich toe op het ontsluiten van programma’s via de STOP/TPOD-standaard onder de Omgevingswet, en dan in het bijzonder op het annoteren van documenten.
Daarom zien ze daar voorlopig maar vanaf of kiezen ze voor geitenpaadjes en publiceren ze alleen de pdf-versie.
Ook de omgevingsprogramma’s van het rijk laten na publicatie op het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) nog veel te wensen over.
Beter doorzoekbaar
Annoteren is het digitaal ‘labelen’ van regels of teksten met metadata. Dat gebeurt met behulp van plansoftware. Door omgevingsdocumenten te annoteren worden locaties en werkingsgebieden op het DSO beter doorzoekbaar in de viewer Regels op de Kaart.
Doordat de teksten zijn gekoppeld aan een bepaalde locatie, kunnen initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten in het omgevingsprogramma direct zien welke ambities er in dat gebied spelen. Ook kunnen ze filteren op kenmerken en thema’s, waardoor ze sneller de informatie krijgen die voor hen relevant is.
Warmteprogramma
Eindhoven heeft al vijf omgevingsprogramma’s op het DSO gepubliceerd, maar krijgt vanuit het veld vooral lof voor het in december vastgestelde Warmteprogramma 2026-2030.
In het programma laat de Brabantse gemeente zien hoe ze per wijk of stadsdeel de transitie van aardgas naar duurzame energie gaat maken. Zo’n warmteprogramma is voor alle gemeenten verplicht.
Eindhoven paste een uitgebreide annotatiestrategie toe voor dit omgevingsprogramma. Daardoor is het prima interactief te raadplegen en te doorzoeken via Regels op de Kaart.
Omgevingsvisie
De gemeente was er al vroeg bij met annoteren. De in 2024 verschenen Omgevingsvisie werd ook al op deze wijze via het DSO ontsloten.
“Op onze beleidsafdelingen was destijds weinig kennis van de technische werking van het DSO. Ook de software was nog niet zo ver ontwikkeld”, vertelt Irina Entrop-Heekelaar, specialist digitalisering Omgevingswet van de gemeente.
“We hebben toen veel aandacht in samenwerking gestopt, onder meer met een korte handleiding hoe de beleidscollega’s hun teksten moeten opbouwen. Bij het maken van het warmteprogramma heeft zich dat uitbetaald.” “Ik merkte bij het maken van het programma dat de betrokken beleidscollega het ook leuk vond om hierin te duiken. Hij had er meteen een goed beeld bij. Dat scheelt natuurlijk heel veel”, zegt Entrop.
Ruimte
Zelf had ze al de nodige ervaring op kunnen doen als DSO-expert bij het inmiddels beëindigde interbestuurlijke programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Ook in Eindhoven krijgt Entrop alle ruimte om tijd aan annotaties te besteden. Vanaf 2020 doet ze hier al ervaring mee op bij het maken van het omgevingsplan.
“Niet elke gemeente heeft specialisten op dit vlak. Ze hebben goede juristen in dienst, maar ontberen de capaciteit om het annoteren goed onder de knie te krijgen. En dat is ook echt ingewikkeld.”
Van belang is verder annotaties zoveel mogelijk te testen in de proefomgeving van het DSO, weet Entrop. “Dat heb ik in het begin heel veel gedaan.”
Vrije tekststructuur
Voor visies en programma’s, geeft ze nog mee, is annoteren veel gemakkelijker dan voor het omgevingsplan met zijn complexe toepasbare regels en overdaad aan annotaties.
De kern is dat het bij deze beide documenten om vrije tekststructuur gaat. “In het omgevingsprogramma hoef je slechts met annotaties blokken tekst aan gebieden te koppelen. Hierdoor kan de gebruiker specifiek per locatie op een onderwerp inzoomen.”
Het publiceren van het warmteprogramma ging heel soepel, op een paar technische foutjes in het ontwerp na. Dat is in de definitieve versie hersteld. “Als je bijvoorbeeld verzuimt teksten te koppelen aan een gebied, zie je helemaal niets. Dat is ook mij een paar keer overkomen”, vertelt Entrop.
Complexiteit
Vanwege de complexiteit van het TPOD voor het Omgevingsprogramma komt er heel wat kijken bij het maken en publiceren op het DSO, beaamt ze. “Maar veel keus heb je niet. Je moet er gewoon mee aan de slag gaan en dan kom je vanzelf verder.”
Niet annoteren is volgens haar geen optie, “want dan heeft niemand wat aan zo’n programma. En wat is er mooier dan een goed raadpleegbaar document, niet in de laatste plaats vanwege de dienstverlening aan je inwoners.”
Beperkt
Er blijft nog wat te wensen over. “Een nadeel vooralsnog is dat slechts een beperkt aantal collega’s kunnen publiceren. Mogelijk gaan we dat in de toekomst uitbreiden. De software is best nog wel foutgevoelig. Dus ik heb wel zoiets van: laten we het voorlopig maar bij onze afdeling houden.”
Complimenten
Assen krijgt intussen veel complimenten van andere gemeenten voor zijn programma Water en Riolering op het DSO. Dit niet-verplichte programma, voorheen het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan (GWRP), beschrijft hoe de gemeente met afvalwater, regenwater en grondwater omgaat en vormt onder meer de basis voor de rioolheffing.
Het Assense omgevingsprogramma heeft niet alleen een logische opbouw. Inhoudelijk gezien legt het programma een duidelijke link tussen de doelen uit de omgevingsvisie en de beleidskeuzes en uitvoeringsacties in het programma, aldus de loftuitingen uit het veld.
Annoteren zou het omgevingsprogramma beslist beter maken, maar handmatig is het programma vele malen beter doorzoekbaar dan veel andere op het DSO gepubliceerde programma’s.
Nieuwe programma’s
Aan annoteren wordt echter gewerkt, melden RO-jurist Olga Coenraadts en beleidsadviseur Annet Popken desgevraagd.
Assen werkt aan vier nieuwe programma’s. “Die gaan we allemaal annoteren, zodat ze op de juiste manier in het Omgevingsloket komen”, zegt Popken.
Het gaat hierbij eveneens om een warmteprogramma, een volkshuisvestingsprogramma, een mobiliteitsprogramma en een programma voor de ontwikkeling van een specifieke wijk in Assen.
In de aanbesteding van het mobiliteitsprogramma is bij het externe bureau dat dit programma gaat maken, de eis neergelegd om het ‘DSO-proof’ op te stellen, aldus Popken.
Ook de herziene omgevingsvisie van Assen, die binnenkort door de raad wordt vastgesteld, is geannoteerd.
Onvoldoende capaciteit
“Bij het programma Water en Riolering hebben we aan de voorkant nagedacht over annoteren”, vertelt Coenraadts. “Het programma is gebiedsgericht opgeschreven om het op die manier van annotaties te voorzien. We hadden echter nog onvoldoende capaciteit in huis om het programma volgens de eisen van DSO op te bouwen.”
Met het recente aantrekken van een geospecialist en een regelanalist, voegt ze toe, is deze expertise er inmiddels wel. “Feit is wel dat we onze organisatie hier nog in mee moeten nemen. Daarom zijn we ook met handreikingen bezig.”
DSO-coaches
Popken vult aan dat Assen ‘DSO-coaches’ wil gaan opleiden, die bij projecten aan kunnen haken voor de technische en procesmatige ondersteuning. “Dat kost extra geld maar onze insteek is wel dit voor elkaar te krijgen.”
Ook Popken ziet dat er nog niet veel programma’s op het DSO staan, die voldoende geannoteerd zijn met locatie- en gebiedsaanduidingen. “We zitten als gemeenten midden in een transitie en cultuuromslag. Dit is een ingrijpend andere manier van denken en werken. Daar moet je de tijd voor nemen.”
Vanuit het Rijk biedt Geonovum overheden ondersteuning met de zogeheten Annotatierichtlijn. De beheersorganisatie van de Omgevingswet-standaarden ontwikkelt nog dit jaar een vergelijkbare richtlijn voor het omgevingsprogramma en de omgevingsvisie.



Geef een reactie