De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een kritisch advies uitgebracht over een initiatiefwetsvoorstel over online aangejaagde openbare ordeverstoring.
Het voorstel wil burgemeesters een nieuwe bevoegdheid te geven om online berichten te laten verwijderen wanneer deze leiden tot verstoring van de openbare orde of wanneer daar ernstige vrees voor bestaat.
Volgens het wetsvoorstel kan de burgemeester een zogenoemd verwijderbevel opleggen aan degene die een online bericht heeft geplaatst. Dit moet het mogelijk maken sneller op te treden tegen digitale oproepen die kunnen leiden tot rellen of andere ontwrichtende situaties in de openbare ruimte.
Vrijheid van meningsuiting
De Afdeling advisering begrijpt de wens om online opruiing effectiever te kunnen bestrijden, maar plaatst stevige kanttekeningen bij de juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid van het voorstel. Een dergelijke bevoegdheid grijpt namelijk in op fundamentele rechten, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting. Wanneer het bericht oproept tot deelname aan een demonstratie, raakt het voorstel ook aan de vrijheid van vergadering en betoging. Volgens de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) moeten beperkingen op deze rechten voldoen aan strikte eisen van duidelijkheid, noodzakelijkheid, geschiktheid en proportionaliteit.
Te ruim geformuleerd
De Afdeling wijst erop dat de voorgestelde bevoegdheid te ruim is geformuleerd. Het begrip ‘openbare orde’ is breed en kan uiteenlopende situaties omvatten. Hierdoor is voor burgers onvoldoende voorspelbaar wanneer een verwijderbevel kan worden opgelegd. De Afdeling adviseert daarom om de gevallen waarin deze bevoegdheid mag worden ingezet duidelijker en nauwkeuriger in de wet af te bakenen.
Daarnaast heeft de Afdeling ernstige twijfels over de effectiviteit van het voorstel. In veel gevallen zal vooraf niet duidelijk zijn welke burgemeester bevoegd is om op te treden. Bovendien moet een verwijderbevel snel worden opgelegd om daadwerkelijk effect te hebben, terwijl onduidelijk is hoe de burgemeester tijdig over de juiste informatie kan beschikken en tegelijkertijd zorgvuldig en rechtmatig kan handelen. Zonder overtuigende onderbouwing van de effectiviteit is de noodzakelijkheid en geschiktheid van de maatregel onvoldoende aangetoond.
Ook op het punt van proportionaliteit en subsidiariteit plaatst de Afdeling vraagtekens. Er bestaan al diverse juridische en informele instrumenten om online aanjaging van openbare-ordeverstoringen tegen te gaan. De meerwaarde van een extra, ingrijpende bevoegdheid is volgens de Afdeling niet overtuigend aangetoond.
De Afdeling concludeert dat het wetsvoorstel in de huidige vorm onvoldoende is onderbouwd en adviseert het niet in behandeling te nemen, tenzij het op een aantal punten wordt aangepast.



Geef een reactie