Gelijktijdig publiceren van planwijzigingen is nog altijd niet mogelijk. Het gaat zeker nog een flinke tijd duren, voordat gemeenten alle varianten van parallel wijzigen kunnen toepassen. Los daarvan blijft dit complex en foutgevoelig, klinkt het vanuit het veld.
Gemeente.nu berichtte eind oktober over de problemen die gemeenten met parallel wijzigen van het omgevingsplan ervaren. Dit speelt al sinds begin 2025.
De laatst gehouden Interbestuurlijke Ketentest, (IKT) van juli tot oktober vorig jaar bevestigt dat parallel wijzigen een flinke uitdaging is. Van de elf gemeenten in de IKT hadden er drie belangstelling om parallel wijzigen te testen. Een van hen viel meteen af omdat de plansoftware deze optie niet ondersteunde. De tweede liep vast in de test. Voordat de gemeente parallel wijzigen kon testen, kwamen er al foutmeldingen.
De derde kon de parallel-wijzigen procedure wel succesvol doorlopen, aldus de eind november verschenen rapportage over de IKT.
De testscenario’s in de IKT bestonden uit essentiële functies van parallel wijzigen, waaronder wijzigingen in regels, werkingsgebieden, normen en annotaties.
Ruime meerderheid
De VNG laat desgevraagd weten dat een ruime meerderheid van de gemeenten inmiddels in de eigen lokale software meerdere planwijzigen gelijktijdig kan voorbereiden.
‘Begin van dit jaar is er een grote leverancier bijgekomen die dit ondersteunt. We zien ook dat parallel wijzigen steeds meer wordt toegepast’, aldus de gemeentekoepel.
Het is echter alleen mogelijk om besluiten ‘volgtijdelijk’ te publiceren op het Omgevingsloket. Gelijktijdig voorbereide wijzigingsbesluiten kunnen dan na elkaar in werking treden.
STOP-standaard
Gemeenten gebruiken daar de huidige versie 1.3 van de zogeheten STOP-standaard voor. Nog niet alle varianten van parallel wijzigen zijn dus op dit moment mogelijk. Hiervoor moeten gemeenten wachten op de uitrol van de 1.4.1-versie van de STOP-standaard.
Als deze versie in hun plansoftware is geïmplementeerd, kunnen ze op één dag meerdere wijzigingsbesluiten op het Omgevingsloket publiceren. Ook is het dan technisch mogelijk een wijzigingsbesluit ‘in te voegen’ vóór de inwerkingtreding van al eerder gepubliceerde besluiten (het ‘inhaalbesluit’).
Implementatie
In haar laatste voortgangsbrief kondigde vorig minister Mona Keijzer (volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) aan, dat de implementatie van de STOP-1.4.1 is gestart.
De ‘bouwtekening’ van de standaard is inmiddels vastgesteld, nu nog de verdere invoering in de landelijke DSO-voorziening en de plansoftware van gemeenten. Dat zal stapsgewijs over een langere periode gebeuren.
De komende jaren komen de nieuwe functionaliteiten voor gemeenten beschikbaar. “We zien dat alleplanleveranciers volop doorwerken aan de functionaliteiten in de planketen en nieuwe releases uitbrengen”, schrijft de VNG in haar reactie.
Kans op fouten
Vanuit het veld klinkt de kritiek door dat er nog veel gemeenten zijn, die zich niet aan parallel wijzigen durven wagen. “Het is wel in te bouwen, maar technisch blijft het lastig. Dat blijkt wel uit het feit dat niet iedere leverancier dit al klaar heeft”, mailt een gemeentelijke ICT-expert.
Parallel wijzigen met de huidige plansoftware blijft ongekend complex, vult de expert aan. Volgens hem leidt het tot onbegrijpelijke en hoogst ongebruiksvriendelijke software.
BOPA
De aarzeling onder gemeenten om parallel te wijzigen zou ook blijken uit de ongekende populariteit van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kortweg BOPA. Op deze manier hoeven gemeenten de planafwijking niet meteen in het omgevingsplan te verwerken.
Het uitfaseren van de oude TAM-IMRO-standaard sinds begin van dit jaar heeft veel gemeenten de kant van de BOPA opgeduwd. Het alternatief is de wijziging of gebiedsontwikkeling te verwerken in het omgevingsplan in STOP TPOD. De VNG heeft daar begin dit jaar een handreiking voor uitgebracht.
Mijden
De experts uit de praktijk voorzien desondanks dat gemeenten parallel wijzigen vooralsnog zullen mijden. Gemeenten bewandelen ook andere routes om dit complexe vraagstuk het hoofd te bieden. Een aantal gemeenten kiest voor ‘veegbesluiten’, het combineren van ontwerpwijzigingen in één wijzigingstraject. Met parallel wijzigen heeft dit niets van doen.
Gaandeweg toepassen
De VNG zegt het beeld dat gemeenten parallel wijzigen als ‘lastig’ of ‘complex’ ervaren te herkennen en te begrijpen. ‘Tegelijkertijd horen we in onze contacten met gemeenten dat ze gaandeweg en stap voor stap parallel wijzigen echt gaan toepassen.’
“De omvang hiervan is nog bescheiden. Andere gemeenten kiezen bewust voor halfjaarlijks wijzigingsronden in de vorm van veegbesluiten”, bevestigt de VNG.
Exacte cijfers heeft de gemeentekoepel daar niet over, “juist omdat parallel wijzigen een proces in de lokale software is en een lokale organisatorische inrichting vraagt in de sturing en uitvoering van werkprocessen”, luidt de verklaring.
Plancoördinatie
Ook de lokale organisatorische inrichting bij gemeenten geeft nog problemen. Het coördineren van planwijzigingen werkt zeer nauw en is erg complex om in goede banen te kunnen geleiden. Ter ondersteuning is de functie van ‘coördinator omgevingsplan’ bedacht.
De kritiek vanuit het veld luidt dat deze functionaris een onmogelijke taak krijgt toebedeeld, omdat de kans op fouten vanwege de complexiteit van parallel wijzigen erg groot is.
De VNG zegt geen cijfers te hebben over de mate waarin gemeenten zo’n coördinator aanstellen. “Uit gesprekken is onze stellige indruk dat steeds meer gemeenten dit doen”, aldus de reactie.
Wat volgens de gemeentekoepel wordt bevestigt door de volgens eigen zeggen grote belangstelling in de nieuwe leergang voor deze functie, als onderdeel van het leertraject ‘DSO Professional Omgevingswet’. “Dat onderschrijft dat veel gemeenten hieraan werken.”



Geef een reactie