Zes op de tien gemeenten hebben nog niet de bouwplannen die nodig zijn om aan de Wet versterking regie volkshuisvesting te voldoen. De deadline van 1 juli 2027 voor het omzetten van de lokale woonplannen in een volkshuisvestingsprogramma komt echter snel dichterbij.
Volgens de Wet versterking regie volkshuisvesting moeten landelijk jaarlijks 100.000 woningen worden gerealiseerd, waarvan twee derde betaalbaar en 30 procent sociale huur. De wet trad gefaseerd in werking per 1 juli 2026.
De wet verplicht gemeenten voldoende betaalbare woningen te bouwen; wie dat niet doet, riskeert ingrijpen door de provincie. Gemeenten en het Rijk moeten uiterlijk 1 juli 2027 hun volkshuisvestingsprogramma gereed hebben. Toch blijkt uit analyse van Cobouw en Follow the Money, gebaseerd op de Nationale Woningbouwkaart, dat 58 procent van de gemeenten nog niet aan de eisen voldoet. Van de 209 gemeenten die meer sociale huur moeten realiseren, heeft de helft onvoldoende woningen in de planning.
Gemeentelijke en regionale doelen
Grote steden bouwen doorgaans genoeg sociale huur, maar te weinig middeldure woningen. Kleinere gemeenten hebben juist het omgekeerde probleem: twee derde zit onder het landelijk gemiddelde qua sociale huur. Heeft een gemeente minder sociale huur dan het landelijk gemiddelde van 25,6 procent, dan moet 30 procent van de nieuwbouw daar uit sociale huur bestaan. Heeft een gemeente juist meer sociale huur dan gemiddeld, dan verschuift de nadruk naar woningen voor middeninkomens: 40 procent middenhuur of betaalbare koop.
Als gemeenten de verhoudingen binnen de gemeentegrenzen aanpassen, komt een ander probleem om de hoek kijken: de regionale doelen. In iedere regio moet twee derde van de te bouwen woningen betaalbaar zijn en 30% sociaal. Maar als grote gemeenten minder sociale huur gaan bouwen, wordt het lastiger om de regionale doelen te halen. Ook als kleinere gemeenten relatief meer sociale huurwoningen gaan bouwen, bouwen ze in absolute aantallen minder dan grotere gemeenten. Het totale aandeel sociale woningbouw zal dan dus dalen.
Regionale behoeften verschillen
De VNG steunt de uitgangspunten van de wet, maar plaatste in de aanloop naar de parlementaire behandeling kritische kanttekeningen. Het bouwprogramma houdt te weinig rekening met regionale woningbehoefte, vindt de organisatie. Lagere of hogere percentages op gemeentelijk of regionaal niveau kunnen goed verdedigbaar zijn. Aan de wens om meer flexibiliteit toe te staan is deels gehoor gegeven: via motie 36.881 nr. 20 krijgen gemeenten en provincie nu een half jaar om samen te kiezen voor óf 30 procent sociaal óf 40 procent middelduur. Komen ze er niet uit, dan geldt alsnog de vaste norm van 30 procent sociaal en 37 procent middelduur. De VNG vindt dit ontoereikend, omdat de regionale behoefte hierbij niet als uitgangspunt wordt genomen.




Geef een reactie