Het kabinet wil de waardestijging van grond beter benutten om publieke voorzieningen bij gebiedsontwikkeling te bekostigen. Minister Boekholt-O’Sullivan kondigt daarvoor wijzigingen aan in het kostenverhaal en andere onderdelen van het grondbeleid.
Doel is publieke tekorten te verkleinen en woningbouw en gebiedsontwikkeling te versnellen, zonder private investeringen onmogelijk te maken.
Een belangrijke wijziging betreft de inbrengwaarde van grond bij het kostenverhaal. Gemeenten moeten kosten voor bijvoorbeeld infrastructuur en andere publieke voorzieningen verhalen op initiatiefnemers die daarvan profiteren. In de huidige praktijk kan de verwachtingswaarde van grond echter leiden tot een hoge inbrengwaarde. Vooral bij grond die vooruitlopend op woningbouw wordt verhandeld, kunnen optimistische of speculatieve verwachtingen zich opstapelen in de grondprijs. Daardoor resteert minder financiële ruimte om publieke kosten te verhalen en kan een publiek tekort ontstaan.
Residuele waardemethode
De minister wil daarom de residuele waardemethode wettelijk voorschrijven voor het bepalen van de verwachtingswaarde. Daarbij wordt de grondwaarde berekend door van de verwachte vastgoedopbrengsten onder meer de bouwkosten, publieke kosten en een winst- en risicomarge voor de ontwikkelaar af te trekken. Is de gebruikswaarde van de grond hoger, dan geldt die als ondergrens. Een te hoge aankoopprijs kan daardoor niet langer via een hogere inbrengwaarde de mogelijkheden voor gemeentelijk kostenverhaal beperken. De verwachting is dat ontwikkelaars publieke kosten eerder in hun grondbod verwerken en speculatieve grondaankopen minder aantrekkelijk worden.
Er komt overgangsrecht om lopende gebiedsontwikkelingen en bestaande grondposities te beschermen. De precieze vormgeving wordt nog uitgewerkt. De minister verwacht bovendien dat de effecten pas geleidelijk zichtbaar worden. Medio 2027 wordt de Kamer geïnformeerd over de nadere uitwerking.
Kostenverhaal
Daarnaast wordt het kostenverhaal uitgebreid en gemoderniseerd. De kostensoortenlijst wordt tegen het licht gehouden om beter aan te sluiten bij de huidige praktijk. Ook onderzoekt het kabinet een aanvullende bijdrage van gebiedsontwikkelingen aan gemeentebrede investeringen, zoals verkeers- en groenstructuren. Verder wordt onderzocht of via het kostenverhaal een bijdrage kan worden gevraagd voor een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad en daarmee voor sociale en betaalbare woningbouw. Over deze voorstellen volgt eveneens medio 2027 meer duidelijkheid.
Een onderzoek naar revitalisering van de baatbelasting levert vooralsnog geen direct uitvoerbare oplossing op. Het kabinet gaat daarom met gemeenten bepalen welke wijzigingen essentieel zijn om dit instrument weer bruikbaar te maken.
Verder onderzoekt het kabinet hoe kan worden voorkomen dat woningbouwsubsidies weglekken naar hogere grondprijzen. Daarbij wordt ook gekeken naar aanpassing van de Omgevingswet. De resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht.
Tot slot worden gemeenten ondersteund bij actiever grondbeleid. De termijnen voor het voorkeursrecht voorafgaand aan vaststelling van het omgevingsplan zijn al verlengd van drie naar vijf jaar. Ook wordt de schadeloosstellingsprocedure bij onteigening verduidelijkt en werkt het Rijk aan versterking van gemeentelijke kennis en capaciteit rond grondbeleid en kostenverhaal.



Geef een reactie