De waterkwaliteit in Nederland is de afgelopen jaren nauwelijks verbeterd, en de overheid heeft onvoldoende grip op wat bedrijven lozen. Dat blijkt uit onderzoek door de Algemene Rekenkamer.
De Algemene Rekenkamer onderzocht de chemische kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater en de manier waarop Rijkswaterstaat (RWS) industriële lozingen reguleert. Al in 2000 spraken EU-lidstaten af dat al het oppervlaktewater uiterlijk in 2027 aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet voldoen. De conclusie is helder: Nederland haalt die doelen bij lange na niet. In 2025 voldeed 97% van de Nederlandse oppervlaktewateren niet aan de chemische kwaliteitsnormen.
Dit heeft grote gevolgen. Vervuiling bedreigt de gezondheid van mensen, dieren en planten, zet de drinkwatervoorziening onder druk en kost Nederland naar schatting minstens €7 miljard per jaar.
Nauwelijks vooruitgang bij industriële stoffen
De Rekenkamer analyseerde de concentraties van 15 typisch industriële stoffen op 61 meetpunten in de rijkswateren over de periode 2012–2024. Bij 12 van de 15 stoffen komen normoverschrijdingen voor. Bij 9 stoffen ziet de Rekenkamer stilstand, bij 3 stoffen zelfs achteruitgang. Alleen cadmium laat een positief beeld zien. Kwik is zorgwekkend: de concentraties nemen op meerdere locaties toe en de norm wordt op de meeste meetpunten overschreden.
RWS mist een totaalbeeld van lozingen
RWS beschikt niet over een centraal datasysteem waarin bedrijven, vergunningen en feitelijke lozingen worden bijgehouden. Hierdoor is onbekend welke bedrijven welke stoffen lozen en of dat binnen de vergunde grenzen valt. Slechts 17% van de onderzochte IPPC-bedrijven registreerde recent lozingen in de emissiedatabase, omdat de meeste lozingen onder de rapportagedrempelwaarden blijven. Ook loopt RWS achter met het actualiseren van vergunningen: van 44% van de vergunningen is de herzieningsdatum onbekend.
RWS legde toezichtsactiviteiten onvolledig vast. De Rekenkamer kon slechts de helft van de vergunde bedrijven terugvinden in de toezichtdata. Bovendien werken inspecteurs deels met eigen Excelbestanden in plaats van met het centrale systeem Powerbrowser. RWS erkende deze tekortkomingen zelf in een interne evaluatie uit 2025 en kondigde verbeteringen aan.
Verantwoordelijkheid voor de handhaving
De verantwoordelijkheid voor waterkwaliteit ligt bij meerdere overheidslagen tegelijk. De minister van Infrastructuur en Waterstaat draagt de systeemverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de KRW, maar daarnaast spelen waterschappen, provincies en gemeenten een rol. Rijkswaterstaat beheert de grote wateren zoals zeeën en rivieren, terwijl de waterschappen de regionale wateren beheren, zoals kanalen en poldervaarten. Provincies dragen operationele verantwoordelijkheid voor de grondwaterkwaliteit buiten stedelijk gebied. In stedelijk gebied zijn gemeenten verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit, en voor de afvoer van afval- en regenwater via de riolering. In elk van de vier internationale stroomgebieden (de Rijn, Maas, Schelde en Eems ) werken provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat samen om de KRW-doelen te realiseren.



Geef een reactie