De rechtbank Rotterdam heeft in twee recente voorlopige voorzieningen geoordeeld dat de gemeente Vlaardingen op grond van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (Twoo), de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) verplicht is om Oekraïense ontheemden opvang te bieden. Een tekort aan opvangcapaciteit of verwijtbaar gedrag van de ontheemden rechtvaardigt niet dat de opvang volledig wordt onthouden.
In de uitspraak van 22 december 2025 ging het om twee Oekraïense verzoekers wier aanvraag om opvang was afgewezen omdat de gemeentelijke opvangvoorziening in Vlaardingen vol was. De gemeente stelde dat uitbreiding op korte termijn niet mogelijk was en dat het wettelijk stelsel onvoldoende rekening houdt met de uitvoeringscapaciteit van gemeenten. De voorzieningenrechter benadrukt dat op het college een resultaatsverplichting rust om opvang te bieden aan ontheemden uit Oekraïne en dat het gebrek aan opvangcapaciteit daar niet aan afdoet. Als de eigen opvanglocatie vol is, moet het college gebruikmaken van de mogelijkheden voor tijdelijke alternatieve opvang op grond van artikel 3 RooO, bijvoorbeeld in een andere gemeente, particuliere opvang met vergoeding van kosten of financiële middelen waarmee de ontheemden zelf opvang kunnen regelen. De aanvraag is daarom ten onrechte afgewezen, en het college moet verzoekers binnen 72 uur opvang bieden tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Dwangsom
In de uitspraak van 14 januari 2026 stond een Oekraïense verzoeker centraal die eerder in opvanglocatie Mrija verbleef, maar na detentie en vermeend ernstig economisch delict de toegang tot de opvang was geweigerd. Vlaardingen beriep zich op schending van het huishoudelijk reglement en stelde dat zijn aanwezigheid een risico voor veiligheid en openbare orde vormde. De voorzieningenrechter erkent dat de gemeente op grond van artikel 7 RooO verstrekkingen mag beperken of beëindigen bij ernstige overtredingen, maar wijst erop dat uit de toelichting op de RooO, het landelijke maatregelenpakket en het arrest Haqbin van het Hof van Justitie volgt dat overlastgevende ontheemden altijd in de minimale basisvoorzieningen moeten worden voorzien. Volledige onthouding van opvang is alleen toegestaan bij een toepasselijke uitsluitingsgrond van artikel 4 RooO, en daarvan is hier geen sprake. De gemeente mag de opvanglocatie kiezen of middelen verstrekken, maar kan niet elke vorm van opvang weigeren. Het besluit wordt geschorst; het college moet binnen twee weken opvang realiseren en verbeurt bij niet‑naleving een dwangsom van 1.000 euro per dag, tot maximaal 30.000 euro.
Geef een reactie