De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in een consultatiereactie stevige kritiek geuit op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. Hoewel de VNG onderschrijft dat de huidige situatie in de jeugdhulp maatschappelijk en financieel onhoudbaar is, concludeert zij dat het voorstel onvoldoende bijdraagt aan de noodzakelijke transformatie en beheersbaarheid van het stelsel.
De VNG benadrukt dat het wetsvoorstel te weinig ingaat op de onderliggende oorzaken van het groeiende jeugdhulpgebruik, zoals prestatiedruk, individualisering en problemen rond bestaanszekerheid. Zonder een bredere, rijksbrede aanpak – bijvoorbeeld op terreinen als onderwijs, armoede en volwassenenzorg – zal aanpassing van de Jeugdwet volgens de VNG slechts beperkt effect hebben.
Daarnaast stelt de VNG dat het wetsvoorstel geen echte afbakening van de jeugdhulpplicht biedt. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor een “open einde”-opdracht om voldoende aanbod te realiseren, zonder duidelijke normatieve keuzes over wat wel en niet onder jeugdhulp valt. Hierdoor ontstaat volgens de VNG onvoldoende grip op zowel het gebruik als de kosten van jeugdhulp. Ook de beoogde besparingen worden als “volstrekt onrealistisch” bestempeld, mede omdat extra uitvoeringskosten niet inzichtelijk zijn gemaakt.
Uitvoerbaarheid
Een belangrijk punt van kritiek betreft de uitvoerbaarheid. Het wetsvoorstel introduceert volgens de VNG nieuwe verplichtingen en administratieve lasten, terwijl deze weinig bijdragen aan kwaliteit of beheersbaarheid. Met name voor lokale teams kan dit contraproductief uitpakken. De voorgestelde werkwijze sluit volgens de VNG onvoldoende aan bij de praktijk, waarin hulpverlening, vraagverheldering en doorverwijzing juist geïntegreerd plaatsvinden.
Ook uit de nadere uitwerking blijkt dat het wetsvoorstel op meerdere punten onduidelijkheid creëert. Zo zijn definities van basis- en aanvullende jeugdhulp onvoldoende scherp, wat kan leiden tot interpretatieverschillen en juridische discussies. Verder wordt gevreesd dat het voorstel juist leidt tot meer bureaucratie en minder ruimte voor maatwerk, doordat regels uit de Algemene wet bestuursrecht strikt van toepassing blijven.
Risico’s
De VNG wijst bovendien op risico’s rond samenwerking met andere domeinen, zoals onderwijs en zorg. Gemeenten krijgen wel een coördinerende rol, maar hebben geen zeggenschap over andere partijen, wat effectieve samenwerking kan bemoeilijken. Ook de veelheid aan schaalniveaus en verantwoordelijkheden in het jeugdstelsel blijft bestaan, wat de complexiteit vergroot.
Tot slot doet de VNG een nadrukkelijke oproep aan het Rijk om het wetsvoorstel niet verder te brengen voordat er fundamentele keuzes zijn gemaakt. Daarbij gaat het onder meer om een duidelijk juridisch kader, een passend financieringsmodel en betere sturing op toegang en kwaliteit. De VNG pleit voor een samenhangende aanpak waarin middelen en verantwoordelijkheden beter in balans zijn en waarin prioriteit wordt gegeven aan de meest kwetsbare jongeren.



Geef een reactie