Pas op met oordeel over functioneren bij reorganisaties

0

Overheden willen beter uit een reorganisatie komen en willen graag op kwaliteit te selecteren, maar een overheidsorganisatie mag zijn bevoegdheden niet gebruiken met een ander doel. Een duidelijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

– VISIE – Ralph Jan van der Ham, Arthur Hol en Arie de Ruijter

Het college van bestuur van een universiteit vond dat een hoogleraar goed functioneerde op onderwijskundig gebied, maar ook dat hij zich meer moest richten op wetenschappelijk onderzoek. Er werden concrete afspraken gemaakt met doelstellingen voor de komende vijf jaar.

Die doelen werden echter niet gehaald. De hoogleraar publiceerde nauwelijks  Dat werd door de werkgever met de werknemer correct besproken. Ook werd het voornemen uitgesproken om de vakgroep van de hooglereaar op te heffen vanwege het achterblijven van de onderzoeksprestaties van de groep zonder kans op verbetering. Het college zette door. De functie van de hoogleraar werd opgeheven. De andere vijf medewerkers werden naar andere vakgroepen overgeplaatst.  

Daar bleef het niet bij. Er was geen andere passende functie. Het college verleende daarom enige tijd later de hoogleraar ontslag vanwege het opheffen van zijn functie en aanvullend vanwege onbekwaamheid dan wel ongeschiktheid voor de door hem vervulde functie. Overwogen is dat appellant niet kan worden herplaatst.

Prestaties 

De rechter oordeelde dat voldoende is komen vast te staan dat de onderzoeksprestaties van de hoogleraar gedurende langere tijd in vergelijking met collega’s ruimschoots beneden gemiddeld waren. Anders gezegd: de werkgever heeft de onbekwaamheid of ongeschiktheid met voldoende concrete gegevens heeft onderbouwd. Ook vond de rechtbank, dat de de werkgever zich zorgvuldig had opgesteld. De hoogleraar was in staat gesteld zich te verbeteren, maar was daarin niet geslaagd. De rechtbank benadrukte, dat ook bij ongeschiktheidsontslag eerst moet worden gezocht naar ander (passend) werk. Maar ook op het punt van de herplaatsingsinspanningen had het college voldoende gedaan.

Toch kreeg de hoogleraar gedeeltelijk gelijk. Het besluit tot opheffing van zijn vakgroep en zijn leerstoel had het college uitsluitend gebaseerd op het onvoldoende functioneren van de hoogleraar als wetenschappelijk onderzoeker. Het ging dus niet om het vervallen van het samenstel van werkzaamheden wegens een reorganisatie maar om de wens de hoogleraar wegens disfunctioneren te kunnen ontslaan. Het college heeft dus zijn bevoegdheid tot opheffing van een betrekking voor een onjuist doel gebruikt: détournement de pouvoir.

Oppassen 

Het is dus oppassen geblazen. De werkgever die denkt zich van een hem onwelgevallige ambtenaar te kunnen ontdoen door een reorganisatie te fingeren kan van een koude kermis thuiskomen. In het ambtenarenrecht hebben we te maken met een niet lijdelijke rechter die zonodig actief de zaak onderzoekt. En als je als werkgever vindt dat een ambtenaar die goed functioneert moet je voor beeindiging van het dienstverband de daarbij horende ontslaggrond gebruiken.

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat in het kader van een reorganisatie een medewerker ‘plotseling’ niet functioneert. Er zijn geen personeelsbeoordelingen beschikbaar, er zijn geen functioneringsgesprekken gehouden, er is ‘geen dossier’. En toch eisen sommige managers bij de reorganisatie om kwaliteitsselectie. Maar als je je zaken niet voor elkaar hebt is er maar een devies: niet doen.

Kennislink:

De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep >>



Ralph Jan van der Ham is als partner werkzaam bij Sterc arbeidsrecht advocaten te Amsterdam. Arthur Hol werkt als advocaat bij Stam advocaten te Naarden is tevens directeur van HRM College. Arie de Ruijter is partner van WestM Groep BV te Emmeloord. Het zijn de auteurs van het boek: Het sociaal plan voor de overheid Handleiding voor verantwoord reorganiseren: een integrale aanpak.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer