De Tweede Kamer stemde op 24 maart 2026 in met het OV-amendement van Kamerlid Pieter Grinwis. Dankzij dit besluit komt er in 2026 en 2027 €224 miljoen beschikbaar voor het openbaar vervoer in de provincies. Provincies en vervoerregio’s reageren opgelucht en benadrukken dat dit geld cruciaal is voor de bereikbaarheid en betaalbaarheid van het OV.
Van klimaatgeld naar OV-budget
Het amendement-Grinwis regelt een andere inzet van de Nederlandse CBAM-inkomsten. Dit zijn Europese heffingen op de CO₂-uitstoot van geïmporteerde goederen. Die opbrengsten wilde het kabinet oorspronkelijk gebruiken voor een eenmalige verlaging van de brandstofaccijns. Het amendement Grinwis stelt dat klimaatgeld niet moet terugvloeien naar fossiel verbruik, maar juist moet bijdragen aan duurzame mobiliteit. De Kamer volgt hem daarin.
Buslijnen en betaalbare tarieven blijven behouden
Concreet compenseert het amendement de provincies en vervoerregio’s voor het inkomensverlies dat zij lijden door de herijking van het Studentenreisproduct. Zonder deze compensatie zouden vervoerders gedwongen zijn buslijnen te schrappen en tarieven verder te verhogen. Nu blijven die maatregelen van tafel.
Eerste stap, maar meer nodig
MRDH, Vervoerregio Amsterdam en IPO reageren positief. ‘Dit amendement laat zien dat de Kamer het belang inziet van goed en betaalbaar openbaar vervoer. En dat het essentieel is voor de leefbaarheid van steden, dorpen en regio’s, en onmisbaar voor de ontsluiting van werk en nieuwe woningbouwlocaties’.
Tegelijkertijd benadrukken de partijen dat dit nog maar een begin is. Nederland staat de komende jaren voor grote uitdagingen op het gebied van mobiliteit, door bevolkingsgroei, vergrijzing en de woningbouwopgave. Bovendien gaat het om een tijdelijke reparatie van eerdere bezuinigingen; vanaf 2027 is er een volgende bezuiniging gepland. ‘Het blijft dan ook belangrijk dat er een structurele oplossing komt voor de financieringsproblemen in het openbaar vervoer’, stelt de MRDH.



Geef een reactie