Er is nog altijd veel kritiek over de praktijk van participatie onder de Omgevingswet, leert een rondje langs Apeldoorn, Maasgouw, Terneuzen en Zeewolde. Vier wethouders delen vlak voor de raadsverkiezingen hun ervaringen.
De wethouders spraken zich vorige week op Gemeente.nu kritisch uit over de voortgang na twee jaar Omgevingswet en de perikelen die zij nog ondervinden van de digitalisering.
Ook op het gebied van participatie lopen de vier gemeenten tegen problemen aan. Gemeente.nu zette mei vorig jaar de uitgebreide kritiek op participatie op een rij.
In haar deze week verschenen tweede reflectierapport geeft de Evaluatiecommissie Omgevingswet aan dat participatie in de gemeentelijke praktijk maar moeizaam gestalte krijgt, met name bij kleinere initiatieven.
In de Omgevingswet krijgt participatie een sleutelrol in vergunningenprocedures en in nieuwe instrumenten als het omgevingsplan en de omgevingsvisie. Het doel van de wet is de omgeving vroegtijdig bij bouwplannen en projecten te betrekken. Dat vergroot het draagvlak en voorkomt latere bezwaren, is de gedachte.
Onduidelijk
In Zeewolde constateert wethouder Helmut Hermans dat er nog altijd onduidelijk is wat de Omgevingswet precies beoogt met participatie. “De wet is er flink op uitgebreid. In de gang ernaartoe stonden de nieuwe participatieregels volop in de publiciteit. Geen enkele gemeente geeft er echter dezelfde uitleg aan.”
Hermans noemt een wezenlijk minpunt: “Inwoners denken dat wanneer een initiatiefnemer een participatietraject heeft doorlopen en er veel verzet is tegen zijn plannen onder omwonenden of belanghebbenden, zo’n initiatief automatisch niet doorgaat.”
Hetzelfde geldt volgens Hermans voor de discussie in de raad, nadat het college akkoord is met een principeverzoek en de initiatiefnemer conform de participatievoorwaarden uit de Omgevingswet zijn initiatief in wil brengen. “De raad geeft dan aan: hoe kun je dat nou doen, er is geen draagvlak voor.”
Geen eisen stellen
Waar gemeenten nog het meest mee worstelen zijn de plannen van initiatiefnemers die zelf participatie moeten regelen. “Gemeenten kunnen daar geen eisen aan stellen, ook als ze dat zouden willen”, zegt Hermans.
Initiatiefnemers hoeven voor de vergunningaanvraag immers alleen maar aan te geven dát er geparticipeerd is. De wijze waarop en de uitkomst van het participatieproces vormen geen toetsingsgronden voor de aanvraag. Een kronkel in de wet, vindt Hermans.
“Initiatiefnemers hoeven alleen maar een vinkje te zetten: participatie uitgevoerd en gerapporteerd. Dat maakt de invulling van participatie onder deze wet totaal inhoudsloos en niet te begrijpen.”
Wassen neus
“Zoiets is niet uit te leggen. Niemand snapt dit”, reageert ook wethouder Tim Snijckers van Maasgouw. “Iedereen heeft de mond vol van de omgevingsdialoog. Iedereen roept dat er participatie plaats moet vinden. De werkelijkheid is totaal anders. Participatie is vormvrij en in feite er is geen enkele verplichting tot een daadwerkelijk participatieproces. In feite is participatie onder deze wet een wassen neus.”
In Terneuzen ziet ook wethouder Frank van Hulle dat de nieuwe participatieregels nog altijd verkeerde verwachtingen scheppen. “Inwoners gaan ervan uit dat wat zij inbrengen tegen een plan doorslaggevend is. Maar participatie is geen vetorecht. Helaas wordt dat door sommige inwoners wel zo uitgelegd. Ook in de raad komt dit elke keer weer terug.”
Van Hulle deelde zo’n twee jaar terug op Gemeente.nu al zijn zorgen rond participatie. Het dilemma met de Omgevingswet, stelt hij, is dat tegenstanders van een ontwikkeling altijd kunnen stellen dat er onvoldoende is geparticipeerd. “Daar lopen we nu vol tegenaan.”
Participatie is geen doel op zich, benadrukt Van Hulle, maar een middel om betrokken belangen in beeld te brengen. “Participatie is onderdeel van het proces om te komen tot een zorgvuldig besluit. In sommige dossiers is het een illusie dat je hiervoor 100 procent draagvlak gaat hebben, omdat te veel individuele belangen een rol spelen en omdat bijna nooit iedereen het met een omvangrijk plan eens is. Als je het niet eens bent met een eenmaal genomen besluit, kun je naar de rechter stappen.”
Stappenplan
In Apeldoorn wordt participatie zo goed mogelijk opgepakt, meent wethouder Peter Messerschmidt. Net als andere gemeenten heeft de Apeldoornse raad in een notitie richtlijnen vastgesteld, waar participatie aan moet voldoen. Ook is voor initiatiefnemers een stappenplan opgesteld.
Messerschmidt: “Het gaat ons niet alleen om het wettelijk verplichte deel. We verwachten dat er bij alle initiatieven op een goede manier aan participatie wordt gedaan. Dat kan later veel narigheid voorkomen. We stellen het op prijs dat belanghebbenden zoveel mogelijk meepraten. Voor ons is dat een zwaarwegend punt. We zien dat veel initiatiefnemers dit ook doen en al in een vroeg stadium met bewoners om de tafel gaan.”
“Natuurlijk hebben we geen machtsmiddelen”, erkent hij, “als een initiatiefnemer met een kort verslagje de verplichte participatie afvinkt. Maar we maken wel duidelijk dat dit niet de Apeldoornse manier van werken is.”
Participatie is geen vetorecht, stelt ook Messerschmidt. “Bij bewoners leeft inderdaad vaak het idee dat participatie betekent dat aan alle ingebrachte wensen voldaan moet worden. Dat is natuurlijk geen participatie. Dat is juist dat je in gesprek gaat met mensen om te weten hoe je plan beleefd wordt en hoe je het voor hen wellicht kunt verbeteren.”
Maar dat wil niet zeggen dat iedereen altijd maar gelijk krijgt, voegt hij direct toe. “Vaak zijn er ook tegenstrijdige belangen bij inwoners onderling. De een wil het zo en de ander weer op zijn manier. Uiteindelijk komt er altijd een afweging in het algemeen belang.”



Geef een reactie