Het kabinet zet samen met gemeenten en zorgaanbieders concrete stappen om passende jeugdhulp voor jongeren met complexe problematiek te verbeteren. Daarbij ligt de focus op betere regionale samenwerking, meer regie en het terugdringen van onwenselijke plaatsingen.
Dit schrijft minister Sterk in een Kamerbrief. In de afgelopen weken zijn zorgelijke berichten verschenen over het gebrek aan passende hulp voor jongeren met complexe problematiek en de gevolgen hiervan voor deze jongeren. Ook het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) onderschrijft dit beeld. Jongeren met complexe problematiek hebben vaak al veel meegemaakt en kampen bijvoorbeeld met zelfbeschadiging, suïcidaliteit, agressieproblematiek of verslaving. Voor hen bestaat geen pasklare oplossing; het gaat erom hulptrajecten meer passend te maken en doorplaatsingen te voorkomen.
Regionale aanpak en landelijke regie
Op korte termijn wordt ingezet op een regionale doorbraakaanpak met landelijke regie. Eén-op-één plaatsingen en buitencontractuele plaatsingen worden als onwenselijk gezien en zouden alleen mogen plaatsvinden als dit aantoonbaar in het belang van de jongere is of als tijdelijke oplossing in crisissituaties. Het Rijk wil snel beter zicht krijgen op jongeren die in dergelijke situaties verblijven, om te beoordelen of hun verblijf veilig en passend is.
Gemeenten, gecertificeerde instellingen (GI’s) en regionale expertteams (RET) krijgen de opdracht gezamenlijk zicht te krijgen op deze jongeren, hun problematiek en de benodigde hulp. Daarbij moet onderwijs en/of dagbesteding altijd integraal onderdeel zijn van het traject. Rond de zomer wordt een landelijk beeld verwacht, waarna verdere monitoring en ondersteuning wordt ingericht.
Structurele verbeteringen en transformatie
Voor de (middel)lange termijn richt het kabinet zich op het aanpakken van onderliggende knelpunten. Een belangrijk onderdeel hiervan is de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp, met als doel het aantal plaatsingen richting nul te brengen in 2030. Tegelijkertijd wordt erkend dat vrijheidsbeperkende maatregelen in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk kunnen blijven, waarvoor de Jeugdwet wordt aangepast met sterke rechtswaarborgen.
Daarnaast wordt ingezet op zorg in de eigen omgeving. Jongeren moeten zoveel mogelijk thuis kunnen opgroeien, met intensieve ambulante hulp. Als dat niet kan, moet de hulp “zo thuis mogelijk” zijn, dicht bij hun sociale netwerk. Dit vraagt om betere samenwerking tussen verschillende vormen van specialistische jeugdhulp en een gedeelde verklarende analyse bij uithuisplaatsingen.
Ook wordt gewerkt aan betere bovenregionale en landelijke samenwerking, omdat voor een kleine groep jongeren specialistische zorg nodig is die niet regionaal kan worden georganiseerd. Hiervoor worden onder regie van het Rijk afspraken gemaakt en waar nodig verankerd in wet- en regelgeving.
Toezicht, fraudeaanpak en erkenning
Het kabinet neemt aanvullende maatregelen om fraude tegen te gaan en het toezicht te versterken. Zo worden extra eisen gesteld aan jeugdhulpaanbieders en wordt gewerkt aan een vergunningsplicht. Ook wordt de vergewisplicht aangescherpt, zodat het arbeidsverleden van medewerkers beter wordt gecontroleerd.
De IGJ blijft toezicht houden op kwaliteit en veiligheid. Zo is het verscherpt toezicht bij Enver beëindigd nadat verbeteringen zijn doorgevoerd, maar blijft de inspectie de situatie volgen.
Tot slot wordt gewerkt aan erkenning van het leed dat jongeren hebben ervaren in de gesloten jeugdhulp, inclusief ZIKOS. Hiervoor is budget beschikbaar gesteld en worden gesprekken gevoerd met ervaringsdeskundigen om tot passende erkennings- en herstelmaatregelen te komen.
Het kabinet benadrukt dat kinderen in de jeugdzorg altijd veilig moeten zijn en recht hebben op goede zorg en onderwijs of dagbesteding, ook wanneer sprake is van een complexe zorgvraag.



Geef een reactie