De schaarste aan omgevingsprofessionals bij gemeenten lijkt een hoogtepunt te hebben bereikt. Het tekort aan capaciteit zet de uitvoering van de Omgevingswet verder onder druk.
Dat blijkt uit de recent gepubliceerde Omgevingswetmonitor van de VNG over het derde kwartaal van 2025. Gemeenten worstelen met een structureel tekort aan capaciteit op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening.
De recente monitoring bevestigt het beeld in de voorafgaande rapportages over het eerste en het tweede kwartaal van het afgelopen jaar.
Eerder constateerde het A&O-fonds Gemeenten al in zijn Personeelsmonitor over 2024 een groot capaciteitsprobleem op de afdelingen milieu en ruimtelijke ordening van gemeenten.
Voor gemeenten blijft het lastig om personeel te vinden voor deze disciplines. Het gaat hierbij om zowel omgevingsjuristen en beleidsmedewerkers als ook toezichthouders in het veld. Dit leidt tot vertraging in de uitvoering van taken, aldus dit in arbeidsmarkt en opleidingen gespecialiseerde kenniscentrum van gemeenten.
Hogere werkdruk
Veel gemeentelijke teams hebben te maken met moeilijk vervulbare vacatures, wat leidt tot een hogere werkdruk voor het zittende personeel. Dit vergroot bovendien het risico op uitstroom en de kans op langdurig verzuim, aldus de Personeelsmonitor.
Ook de VNG-Omgevingswetmonitor wijst op een gebrek aan deskundige medewerkers die de juridische en technische aspecten van de Omgevingswet begrijpen. Dit belemmert de snelheid van de vergunningverlening en planvorming bij gemeenten.
Het gebrek aan gekwalificeerde omgevingsmedewerkers openbaarde zich al bij de voorbereidingen van gemeenten op de komst van de Omgevingswet een aantal jaren terug. In 2023 berichtte Gemeente.nu hierover op basis van een eigen enquête onder gemeenten.
Toepasbare regels
De beperkte capaciteit heeft op kleinere gemeenten de grootste impact. Dat uit zich onder meer in het beperkt kunnen opstellen van zogeheten ‘toepasbare regels’ in het Omgevingsloket door deze groep gemeenten.
Toepasbare regels behelzen het voor aanvragers omzetten in begrijpelijke taal van de regelgeving uit het omgevingsplan. Initiatiefnemers kunnen zo makkelijker of ze een vergunning nodig hebben en aan welke regels zij zich moeten houden bij hun project.
Toepasbare regels zijn verplicht om het aanvraagformulier in het Omgevingsloket te genereren en ze bepalen welke gegevens en bijlagen de aanvrager moet indienen..
De personeelsschaarste leidt ertoe dat kleinere gemeenten deze activiteit nauwelijks oppakken, aldus de VNG-monitor. Wat weer leidt tot een minder optimale dienstverlening aan inwoners en ondernemers.
Programma’s
Intussen zijn er met de Omgevingswet steeds meer taken bijgekomen. Nieuwe instrumenten, zoals het omgevingsplan en het omgevingsprogramma vragen om extra capaciteit.
Zo lopen gemeenten onder meer aan tegen het verplichte Volkshuisvestingsprogramma en het rijksprogramma voor de Aanpak Funderingsproblematiek (RPAF).
Gemeenten krijgen in dit laatste programma een cruciale rol toebedeeld. Ze moeten onder meer een funderingsloket inrichten, waar probleemeigenaren met hun vragen terecht kunnen.
Veel gemeenten, met uitzondering van enkele grote steden, kampen met een gebrek aan technisch en juridisch personeel om deze complexe funderingsopgave aan te kunnen pakken, stelt een april vorig jaar verschenen onderzoek van Twijnstra & Gudde.
Ook voor de onder de Omgevingswet vereiste participatie bij initiatieven is onvoldoende personeel in huis, aldus de VNG-monitor Ook dit thema doet een groot beroep op gemeenten, liet een aantal wethouders onlangs op Gemeente.nu weten.
Externe inhuur
Volgens de Personeelsmonitor van het A&O Fonds zijn gemeenten overigens, ondanks de tekorten aan menskracht, niet massaal overgegaan op de inhuur van externe zzp’ers of gedetacheerden. De uitgaven aan externen zijn vorig jaar zelfs licht afgenomen.
Meer dan de helft van de gemeenten voert een actief beleid om de externe inhuur te beperken. Ze gaan sneller over op het aanbieden van tijdelijke arbeidsovereenkomsten of een vaste aanstelling.
55-plussers
Eerder in 2021 bracht het A&O-fonds in zijn monitor een nog nijpender probleem in beeld, namelijk het relatief hoge aantal 55-plussers in de personele organisatie.
Rond 2030 is een derde van de gemeenteambtenaren met pensioen, dus gemeenten moeten zich opmaken voor een aanzienlijke vervangingsbehoefte.
Vergrijsd
Ondanks een daling van de gemiddelde leeftijd blijft het bestand van gemeentemedewerkers relatief vergrijsd, aldus de recente Personeelsmonitor. Bijna tweederde is 45 jaar of ouder, tegenover zo’n 40 procent van de beroepsbevolking.
Het goede nieuws is dat gemeenten er steeds beter in slagen om jongere medewerkers aan te trekken. Het aandeel jongeren (onder de 35 jaar) in de instroom is licht gestegen naar iets minder dan de helft.
Jongeren
Een punt van zorg blijft echter het behoud van diezelfde jonge medewerkers, ondanks dat ze over het algemeen tevreden zijn met hun werk en de organisatie.
Bijna een kwart van de jaarlijkse uitstroom betreft jongeren. Zo’n tweederde van gemeenten voert daar geen actief beleid op, blijkt uit de Personeelsmonitor.
ICT’ers
Waar het gemeenten ook aan ontbreekt, zijn ICT’ers. Al zou het tekort landelijk gezien de afgelopen jaren iets zijn afgenomen, aldus de onlangs verschenen Vacaturemonitor.
Automatiseringsspecialisten zijn hard nodig, gelet op de uitdagingen rond het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
De digitalisering onder de Omgevingswet rammelt nog alle kanten, meldt de Evaluatiecommissie Omgevingswet in haar tweede recente reflectierapport.
Dat de kansen van de Omgevingswet nog onvoldoende benut worden door gemeenten is mede aan de personeelskrapte toe te schrijven, oordeelt de Evaluatiecommissie.



Geef een reactie