Het kabinet werkt samen met veiligheidsregio’s en gemeenten aan een versterking van de maatschappelijke weerbaarheid bij rampen, crises en hybride dreigingen.
In een verzamelbrief over crisisbeheersing en brandweerzorg beschrijft minister Van Weel onder meer de plannen rond noodsteunpunten, burgerhulp en schuilen.
Noodsteunpunten
Voor de ontwikkeling van een landelijk netwerk van noodsteunpunten heeft het kabinet vanaf 2027 structureel € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor regionale en lokale weerbaarheid. Daarnaast is voor 2025 en 2026 extra geld vrijgemaakt om pilots en initiatieven mogelijk te maken. Gemeenten, veiligheidsregio’s en het Rijk hebben afgesproken om deze middelen onder meer te gebruiken voor de inrichting van noodsteunpunten en de publiekscampagne Denk Vooruit.
De noodsteunpunten moeten inwoners ondersteunen wanneer reguliere voorzieningen uitvallen, bijvoorbeeld bij langdurige stroom- of internetstoringen. Ze dienen als plekken waar inwoners informatie kunnen krijgen en waar de lokale samenredzaamheid wordt versterkt. Veiligheidsregio’s starten dit jaar samen met gemeenten pilots voor één of meerdere lokale noodsteunpunten, inclusief regionale coördinatiepunten. Daarbij wordt ook gekeken naar de inzet van inwoners bij de bemensing van deze locaties. Op basis van de ervaringen uit de pilots willen het Veiligheidsberaad, de VNG en het Rijk medio 2027 besluiten hoe het landelijke netwerk verder wordt ingericht en uitgebreid.
Burgerhulp
Naast noodsteunpunten zet het kabinet in op georganiseerde burgerhulp. Aanleiding daarvoor zijn moties uit de Tweede Kamer over de rol van burgers en jongeren bij civiele weerbaarheid. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onderzoekt momenteel welke nationale en internationale ervaringen bestaan met burgerhulp bij rampen en crises. Daarbij wordt specifiek gekeken naar de rol van jongeren en de vraag hoe burgerhulp op een verantwoorde manier kan worden georganiseerd. De resultaten van dit onderzoek worden later dit jaar verwacht.
Parallel hieraan werkt het ministerie samen met veiligheidsregio’s en het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg aan een strategisch beleidskader voor georganiseerde burgerhulp. Daarin wordt uitgewerkt voor welke taken burgers kunnen worden ingezet en onder welke voorwaarden. Het uitgangspunt blijft dat burgerhulp ondersteunend is aan professionele hulpverlening. De inzet kan variëren van sociale ondersteuning in buurten en hulp bij noodsteunpunten tot specialistische ondersteuning tijdens crises. Ook lopen verkenningen met maatschappelijke organisaties zoals het Rode Kruis, het Leger des Heils, het Veteranen Search Team en de Reddingsbrigade om samenwerking tijdens rampen beter te organiseren.
Schuilen en evacueren
Daarnaast werkt het kabinet aan een landelijk kader voor schuilen en evacueren. Dit volgt op een motie om vóór eind 2026 een nationaal schuilruimteplan op te stellen. Het nieuwe kader moet bestuurders van gemeenten en veiligheidsregio’s ondersteunen bij besluiten over schuilen of evacueren tijdens crises of militaire dreigingen. Daarbij wordt aandacht besteed aan juridische bevoegdheden, afwegingskaders en maatschappelijke gevolgen van dergelijke besluiten. Naar verwachting wordt het landelijk kader eind 2026 vastgesteld.
Tegelijkertijd onderzoekt TNO welke schuilmogelijkheden de grootste overlevingskansen bieden bij een militaire aanval. De resultaten moeten het huidige handelingsperspectief op de website Denk Vooruit verduidelijken. Het onderzoek wordt naar verwachting in de zomer van 2026 gepubliceerd.


Geef een reactie