Hittegolven horen inmiddels bij de Nederlandse zomer, en steeds meer mensen grijpen naar de airco om te ontsnappen aan de warmte. Toch waarschuwen wetenschappers en bestuurders dat dit apparaat geen simpele oplossing is: het roept vragen op over gezondheid, klimaat en ongelijkheid.
Bij WNL laaide recent een discussie op tussen filosoof Maarten Boudry en Amsterdams wethouder Lian Heinhuis (Duurzaamheid, Energietransitie en Groen). Boudry stelt dat elke Europeaan een airco zou moeten hebben om hittedoden te voorkomen en wijst naar de Amerikaanse staten Texas en Arizona. Volgens hem overlijdt daar bijna niemand aan de hitte dankzij een airco-bezit van 90 tot 95 procent.
Heinhuis vindt die oplossing te simpel: als iedereen in het centrum van Amsterdam een airco zou installeren, wordt de buitentemperatuur volgens onderzoek tot twee graden hoger, waardoor juist de mensen zonder airco het nog warmer krijgen. Ze wijst daarnaast op de druk die massaal airco-gebruik legt op het elektriciteitsnet, een probleem waar bijvoorbeeld New York deze zomer al mee kampte.
Heinhuis zet in op meer groen, betere isolatie van woningen en het inrichten van koelteplekken, terwijl ze rekening houdt met de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Boudry vindt juist dat de overheid, zeker bij sociale huurwoningen, de taak heeft om airco’s actief te faciliteren. Bovendien wil hij af van het “culturele taboe” op airco’s in West-Europa.
Airco maakt verschil, maar heeft een keerzijde
Voor kwetsbare groepen maakt airconditioning wel degelijk verschil, zegt Promovendus Maartje van Wijhe van Erasmus School of Economics (EUR). Ze wijst erop dat zowel hitte als kou de sterfte onder ouderen verhoogt. Het RIVM registreerde na de hittegolf van eind juni 911 sterfgevallen meer dan verwacht, waarschijnlijk vooral door de hitte. Extreme hitte leidt ook tot meer ziekenhuisopnames, vooral bij ouderen en jonge kinderen. Van Wijhe noemt airconditioning de bewezen effectiefste manier om dit te voorkomen.
Tegelijk heeft het gebruik van airco een keerzijde. Airco’s verhogen de buitentemperatuur lokaal en gebruiken veel energie, zegt hoogleraar Ronald Huisman (EUR). Universitair docent Hannah Pallubinsky van Maastricht University (UM) bevestigt dit. Airco’s geven warmte af en stoten CO2 uit, waardoor de buitenlucht juist heter wordt naarmate meer mensen er een gebruiken.
Wennen aan de warmte werkt ook
Pallubinsky pleit voor een aanvullende aanpak. Volgens haar wennen mensen juist niet aan warm weer als ze de airco standaard op 21 graden zetten. Ze adviseert geregelde, geleidelijke blootstelling aan hitte en gebruikt zelf liever een ventilator, die energiezuiniger is en de buitenlucht niet opwarmt. Ook een siësta helpt: slapen verlaagt het energieverbruik en daarmee de warmteproductie van het lichaam, legt ze uit. De airco zou eventueel als noodoplossing kunnen werken.
Ook Van Wijhe en Huisman pleiten voor een combinatie van oplossingen. Bijvoorbeeld het vergroenen van de buitenruimte en ervoor zorgen dat warmte goed kan ontsnappen uit woningen, in combinatie met airconditioning. ‘Je kunt airco’s niet alleen gebruiken om ruimtes te koelen, maar ook om ze te verwarmen; ze functioneren dan als warmtepomp’, zegt Huisman. Het past op die manier binnen de energietransitie.
Ongelijkheid in energietransitie
Maar niet iedereen heeft evenveel mogelijkheden om mee te doen met de energietransitie. Huisman noemt het een doorn in het oog dat de overheid subsidies biedt die onvoldoende zijn voor de aanschaf van bijvoorbeeld een warmtepomp, waardoor vooral rijkere huishoudens kunnen meedoen. Hij ziet lease-abonnementen voor airco’s en warmtepompen, zoals het Britse Octopus Energy die al aanbiedt voor ongeveer 20 tot 30 euro per maand, als een toegankelijker alternatief.
Daarnaast is het belangrijk om kwetsbare mensen actief te beschermen tegen extreem weer, vindt Van Wijhe: airconditioning zou prioriteit moeten krijgen op plekken waar kwetsbare mensen wonen, zoals verpleeghuizen.


Geef een reactie