Een brief van een gemeente met het verzoek een vragenlijst in te vullen is geen officieel besluit. Dat betekent dat inwoners daar niet direct bezwaar of beroep tegen kunnen instellen.
Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onlangs geoordeeld.
De zaak draaide om een inwoner van Purmerend. De gemeente had eerder vastgesteld dat hij niet meer woonde op zijn opgegeven woonadres en schreef hem daarom in op een briefadres. Enkele maanden later stuurde de gemeente hem een brief met het verzoek een vragenlijst in te vullen. Met die informatie wilde de gemeente controleren of hij nog steeds op het briefadres ingeschreven kon blijven.
De inwoner maakte bezwaar tegen die brief. Volgens hem had de brief gevolgen voor zijn rechtspositie en moest hij daarom als een besluit worden gezien. De gemeente verklaarde het bezwaar echter niet-ontvankelijk, waarna de zaak uiteindelijk bij de Raad van State terechtkwam.
Geen rechtsgevolg
De Raad van State stelde vast dat een brief alleen een besluit is als deze een rechtsgevolg heeft. Dat betekent dat de brief rechten of plichten moet creëren, wijzigen of beëindigen.
In dit geval deed de gemeente niets meer dan vragen om informatie. De brief veranderde niets aan de inschrijving van de inwoner en legde ook geen nieuwe verplichtingen of sancties op. Het was slechts een verzoek om gegevens aan te leveren, zodat de gemeente later kon beoordelen of verdere stappen nodig waren.
Omdat de brief geen rechtsgevolg had, is deze volgens de Algemene wet bestuursrecht geen besluit. Tegen zo’n brief staan daarom geen bezwaar- en beroepsprocedures open.
Eerdere besluiten stonden niet ter discussie
De inwoner probeerde in dezelfde procedure ook de eerdere besluiten over de wijziging van zijn woonadres aan te vechten. De Raad van State ging daar niet in mee. Die besluiten maakten geen onderdeel uit van deze procedure en konden daarom niet alsnog worden beoordeeld.



Geef een reactie