De burgemeester van Deventer mocht een man geen gemeentebreed verbod opleggen om drugs of materialen voor de productie van drugs aanwezig te hebben. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld.
De zaak begon nadat de politie in februari 2023 een hennepkwekerij ontdekte in een bedrijfspand in Deventer. De burgemeester wilde het pand aanvankelijk tijdelijk sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, de zogenoemde Damoclesbevoegdheid. Omdat de eigenaar inmiddels de sloten had vervangen en de betrokkene geen toegang meer had tot het pand, zag de burgemeester daarvan af.
In plaats daarvan legde hij twee lasten onder dwangsom op die voor de hele gemeente golden. De man mocht nergens binnen de gemeente drugs verkopen, telen, bewerken of aanwezig hebben. Ook mocht hij geen materialen of stoffen bezitten die kunnen worden gebruikt voor de productie van drugs. Bij overtreding zou hij per overtreding € 5.000 moeten betalen.
Specifieke woning
De Raad van State zet daar nu een streep door. De bevoegdheid uit artikel 13b van de Opiumwet is nadrukkelijk gekoppeld aan een specifieke woning, een specifiek lokaal of het bijbehorende erf waar drugs of drugsmaterialen zijn aangetroffen. De burgemeester kan die bevoegdheid daarom niet gebruiken om iemand een algemeen verbod op te leggen dat voor het hele grondgebied van de gemeente geldt.
Dat de burgemeester herhaling op een andere locatie wilde voorkomen, maakt dit volgens de Afdeling niet anders. Ook het argument dat de man de Opiumwet had overtreden, biedt daarvoor geen grondslag. Artikel 13b is bedoeld om op te treden tegen situaties in een concreet pand en niet om een algemeen bestuursrechtelijk drugsverbod op te leggen.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de burgemeester. De opgelegde lasten onder dwangsom worden herroepen.



Geef een reactie