Onderzoek naar de integriteit van politieke ambtsdragers verloopt niet altijd zorgvuldig. Bestuurskundigen van Tilburg University hebben daarom kwaliteitseisen opgesteld waarmee integriteitsonderzoek systematischer, transparanter en beter navolgbaar moet worden.
Integriteitsonderzoek wordt uitgevoerd wanneer er twijfels bestaan over de integriteit van bijvoorbeeld een wethouder of burgemeester. Volgens onderzoekers van Tilburg University is echter onvoldoende duidelijk aan welke kwaliteitseisen dergelijk onderzoek moet voldoen. Hoewel bestuurlijk integriteitsonderzoek geen wetenschappelijk onderzoek is, kunnen vanuit wetenschappelijk perspectief wel eisen worden geformuleerd om de kwaliteit ervan te verbeteren.
De onderzoekers maakten het rapport ‘Normen, feiten en oordelen’ in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarin onderscheiden zij verschillende soorten integriteitsonderzoek. Zo heeft persoonsgericht onderzoek naar een vermoedelijke integriteitsschending een ander doel dan onderzoek naar de bredere cultuur binnen een organisatie. Het gekozen onderzoek moet aansluiten bij het signaal dat aanleiding geeft tot onderzoek. Een cultuuronderzoek mag bijvoorbeeld niet uitmonden in een quasi-veroordeling van één persoon.
Duidelijke normen en zorgvuldig feitenonderzoek
Een belangrijk uitgangspunt is een concreet normenkader. Dat moet bestaan uit kenbare en algemeen geldende normen, bijvoorbeeld afkomstig uit wetgeving of een gedragscode. De persoonlijke opvattingen van de opdrachtgever of onderzoekers over wat wel of niet acceptabel is, mogen daarbij niet leidend zijn.
De normen moeten bovendien betrekking hebben op morele kwesties, zoals machtsmisbruik, belangenverstrengeling of intimidatie. De vraag of de bestuursstijl van iemand bij een bepaalde gemeente past, valt daar niet onder.
Ook het vaststellen van de feiten moet systematisch en methodologisch verantwoord gebeuren. Percepties van geïnterviewden moeten worden getoetst en gewogen voordat onderzoekers daar conclusies aan verbinden. Daarnaast moeten relevante omstandigheden worden meegenomen.
Het uiteindelijke oordeel moet logisch volgen uit de toetsing van het handelen van de betrokken bestuurder aan het gebruikte normenkader. Volgens de onderzoekers vraagt een oordeel over integriteit om een systematische en transparante redenering over welke normen wel of niet zijn geschonden.
De basiseisen zijn in het rapport uitgewerkt in tientallen concrete kwaliteitsmaatstaven. Daarmee kan volgens de onderzoekers de kwaliteit van integriteitsonderzoek worden verbeterd en kan onnodige schade aan bestuurders en het vertrouwen van burgers worden voorkomen.



Geef een reactie