De Wet Bibob blijft een belangrijk instrument om te voorkomen dat de overheid criminaliteit faciliteert. Maar de mogelijkheden worden nog niet ten volle benut.
Minister Van Weel schetst in zijn beleidsreactie op het eindrapport ‘Onderzoek aanpassingen en gebruik van de Wet Bibob sinds 2020’ de positieve effecten van recente wetswijzigingen, maar wijst ook op knelpunten in uitvoering en capaciteit.
De Wet Bibob stelt bestuursorganen sinds 2003 in staat om de integriteit van ondernemers en samenwerkingspartners te toetsen bij bijvoorbeeld vergunningen of aanbestedingen. Het doel is te voorkomen dat de overheid – bewust of onbewust – criminele activiteiten faciliteert. Uit het WODC-onderzoek naar aanpassingen sinds 2020 blijkt dat de wet “veelvuldig wordt toegepast” en dat de wijzigingen de effectiviteit van het instrument hebben vergroot. Vrijwel alle gemeenten in Nederland passen de Wet Bibob toe.
Verbeterde informatiepositie, maar nog onduidelijkheden
Een belangrijk onderdeel van de wetswijzigingen is de verbetering van de informatiepositie van bestuursorganen. Zo kunnen zij elkaar sinds 2022 onderling tippen en informatie delen. Ook het Bibob-register maakt het mogelijk om eerdere gevaarsconclusies te raadplegen. Volgens de minister bereiken bestuursorganen hierdoor “gemakkelijker het doel van de wet, namelijk het beschermen van hun eigen integriteit”.
Tegelijkertijd blijkt dat deze mogelijkheden nog niet overal optimaal worden benut. Er is bij bestuursorganen soms onduidelijkheid over wat zij precies mogen delen, en het Bibob-register wordt nog onvoldoende gevuld. De minister wil daarom samen met het Landelijk Bureau Bibob (LBB) en de RIEC’s inzetten op betere voorlichting, handreikingen en e-learnings om het gebruik te verbeteren.
Capaciteit en doorlooptijden onder druk
Een belangrijk knelpunt is de beperkte capaciteit en kennis bij bestuursorganen. Het Bibob-werkveld is specialistisch, en personeelsverloop leidt tot verlies van expertise. Dit belemmert de toepassing van de wet en verklaart mede waarom niet alle verruimingen volledig worden benut.
Ook bij het LBB spelen uitdagingen. Het aantal adviesaanvragen is gedaald, mede doordat gemeenten meer zelf onderzoek doen. Tegelijkertijd worden wettelijke termijnen vaak niet gehaald door complexe dossiers en late informatielevering. Het ministerie gaat met betrokken partijen in gesprek om de doorlooptijden te verkorten, bijvoorbeeld door verschillende typen adviesproducten te ontwikkelen.
Geen aanwijzingen voor ongelijke toepassing
Het onderzoek keek ook naar mogelijke discriminatie bij de toepassing van de Wet Bibob, specifiek bij religieuze instellingen. Volgens de minister zijn er “geen aanwijzingen” dat islamitische instellingen anders worden behandeld dan andere organisaties. De wet wordt toegepast volgens standaardbeleid of op basis van risicocategorieën.
Vervolg: focus op betere uitvoering
De minister concludeert dat de Wet Bibob een “waardevol instrument” is en dat verdere uitbreiding van de wet nu niet nodig is. De prioriteit ligt bij het verbeteren van de uitvoering, het versterken van kennis en het beter benutten van bestaande mogelijkheden.



Geef een reactie