Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat een man terecht forensenbelasting moet betalen over een recreatiewoning in de gemeente Middelburg. Dat hij de woning nauwelijks gebruikte en dat deze formeel eigendom was van zijn eigen bv, maakt volgens het hof geen verschil. Doorslaggevend is dat de gemeubileerde woning gedurende de jaren 2021, 2022 en 2023 voor hem en zijn gezin beschikbaar was.
De man woonde in België en was directeur en enig aandeelhouder van de bv die eigenaar was van de recreatiewoning. De woning was volledig gemeubileerd en werd in de betreffende jaren niet aan anderen verhuurd. De gemeente Middelburg legde daarom aanslagen forensenbelasting op van ongeveer €1.563 voor 2021, €2.727 voor 2022 en €3.120 voor 2023.
De man was het daar niet mee eens. Volgens hem kon hij niet als belastingplichtige worden aangemerkt, omdat niet hijzelf maar zijn bv eigenaar van de woning was. Bovendien was de woning aangeschaft voor verhuur. Die verhuur kwam volgens hem niet van de grond door onder meer de coronamaatregelen, bouwwerkzaamheden in de omgeving, verzakkingen rond de woning en het feit dat de beoogde verhuurorganisatie de woning niet wilde verhuren. Zelf zou hij de woning slechts enkele dagen hebben gebruikt.
Beschikbaarheid is doorslaggevend
Voor de forensenbelasting is van belang of iemand die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning voor zichzelf of zijn gezin beschikbaar houdt.
Volgens het hof was daarvan sprake. Als directeur en enig aandeelhouder had de man indirect de volledige feitelijke beschikkingsmacht over de woning. De woning stond daardoor gedurende de drie jaren feitelijk tot zijn beschikking. Dat het reizen vanuit het buitenland tijdens de coronaperiode mogelijk beperkt was, verandert dat niet.
Ook de problemen met de infrastructuur en verzakkingen rond de woning leiden niet tot een ander oordeel. De man heeft volgens het hof niet aannemelijk gemaakt dat de woning daardoor onbereikbaar was of redelijkerwijs niet door hem of zijn gezin kon worden gebruikt. Bovendien waren er geen verhuur- of bemiddelingsovereenkomsten die zijn eigen gebruik beperkten.
Het hof benadrukt dat voor de forensenbelasting niet van belang is hoe vaak iemand daadwerkelijk in de woning verblijft. Het gaat erom dat de woning beschikbaar wordt gehouden. De aanslagen over 2021, 2022 en 2023 blijven daarom in stand.


Geef een reactie