Het kabinet wil een onderzoek naar het corrigeren van te lage inflatieramingen binnen het Gemeentefonds pas uitvoeren bij de eerste periodieke evaluatie van de bbp-systematiek.
Dat schrijft staatssecretaris Eerenberg van Financiën in antwoord op vragen van de Tweede Kamer naar aanleiding van de motie-Van der Goot (OPNL). De vragen kwamen voort uit zorgen dat gemeenten financieel nadeel ondervinden wanneer inflatie hoger uitvalt dan eerder geraamd.
Volgens de staatssecretaris is het op dit moment te vroeg om conclusies te trekken over de werking van de huidige normeringssystematiek. De zogenoemde bbp-systematiek moet ervoor zorgen dat de inkomsten van gemeenten en provincies op de lange termijn meebewegen met de ontwikkeling van de economie, waaronder prijsstijgingen en bevolkingsgroei.
Vrij besteedbaar
De staatssecretaris benadrukt dat de normeringssystematiek geen directe inflatiecorrectie bevat. Het gemeentefonds groeit mee met de economische ontwikkeling als geheel. Het accres (de jaarlijkse ophoging van de fondsen) dat gemeenten ontvangen is bovendien vrij besteedbaar, waardoor gemeenten zelf kunnen bepalen hoe zij deze middelen inzetten. Voorheen werd het accres gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven, maar omdat deze in de praktijk sterk konden schommelen, is gekozen voor de stabielere bbp-systematiek.
In de huidige systematiek bestaat de normering uit twee onderdelen: een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de bbp-groei over acht jaar, waardoor grote schommelingen worden beperkt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp in het lopende jaar. Daarmee is de normering volgens het kabinet meer dan een inflatiecorrectie alleen.
Uitzonderlijke omstandigheden
De staatssecretaris wijst er verder op dat de macro-economische ramingen waarop het begrotingsbeleid wordt gebaseerd afkomstig zijn van het Centraal Planbureau (CPB), dat onafhankelijk opereert. Hoewel de inflatieramingen in recente jaren lager uitvielen dan de uiteindelijke realisaties, zijn deze afwijkingen volgens analyses vooral het gevolg van uitzonderlijke omstandigheden zoals de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis.
Gezien deze uitzonderlijke omstandigheden en de relatief korte periode waarin de bbp-systematiek wordt toegepast, wil het kabinet eerst de periodieke evaluatie van deze systematiek afwachten. Een afzonderlijk onderzoek naar een correctiemechanisme, zoals nacalculatie, wordt daarom voorlopig niet gestart. Bovendien kan nacalculatie volgens de staatssecretaris leiden tot minder stabiele gemeentefinanciën, omdat gemeenten dan na afloop van het jaar alsnog minder of juist meer budget zouden ontvangen dan waar zij tijdens het jaar rekening mee hielden.



Geef een reactie