De evaluatie van de Winkeltijdenwet (Wtw) wordt vervroegd schrijft minister Karremans in een Kamerbrief. In de brief schetst de minister ook enkele mogelijke opties voor aanpassing van de Wtw.
De Wtw bepaalt in de kern dat winkels gesloten moeten zijn op zon- en feestdagen, en op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur. Gemeenten kunnen hiervan afwijken door een algemene vrijstelling of individuele ontheffing te verlenen, waardoor lokaal maatwerk mogelijk is. Gemeenten mogen geen regels stellen over openingstijden tussen 06.00 en 22.00 uur op werkdagen. Daarnaast bevat de wet een verbod op eenzijdige wijziging van privaatrechtelijke afspraken over openingstijden, bijvoorbeeld in huur- of franchisecontracten; dergelijke wijzigingen zijn nietig als de winkelier daar niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd. De uitkomsten worden voor de zomer van 2026 verwacht, samen met een kabinetsreactie.
In afwachting van de evaluatie schetst de minister enkele mogelijke opties voor aanpassing van de Wtw, op verzoek van de Kamer, maar zonder hier politiek inhoudelijke keuzes aan te verbinden. In algemene zin geldt dat alle opties die ruimere openingstijden toestaan, raken aan de autonome bevoegdheden van gemeenten, maatwerk kunnen beperken en de economische druk op winkeliers en werknemers om op zondag open te zijn kunnen vergroten.
Mogelijke aanpassingen
De minister noemt vier opties. Een eerste optie is het landelijke verbod op zondagsopenstelling te schrappen en gemeenten geen bevoegdheid meer te geven om openingstijden op zondag te reguleren, waardoor winkels standaard tussen 06.00 en 22.00 uur open mogen zijn. Een tweede optie is het landelijke verbod op zondag eveneens te schrappen, maar gemeenten expliciet bevoegd te houden om regels voor zondagsopenstelling te stellen (“ja, mits”-benadering), eventueel onder voorwaarden zoals bescherming van openbare orde of woon- en leefmilieu. Een derde mogelijkheid is uitbreiding van de gevallen waarin gemeenten verplicht een individuele ontheffing moeten verlenen, bijvoorbeeld door extra gronden toe te voegen aan artikel 6 Wtw. Ten slotte wordt als uiterste optie genoemd het geheel intrekken van de Wtw, waarmee alle landelijke verboden verdwijnen en gemeenten volledige vrijheid krijgen, maar ook de wettelijke bescherming tegen eenzijdige wijziging van openingstijden vervalt.
De minister benadrukt dat eerst de evaluatie moet uitwijzen of en welke problemen spelen rond winkeltijden, wat de oorzaken zijn en in hoeverre de Wtw daaraan bijdraagt. Op basis daarvan beslist een nieuw kabinet, na consultatie van stakeholders, of een wetswijziging nodig en wenselijk is.

Geef een reactie